Category Archives: Kind

Bloederige hobby

Mijn dochter heeft een eigen willetje. Vastberaden is ze, best leuk om dat te zien. Soms denk ik ook: ‘Wat is dat kind toch stronteigenwijs.’ Zo weigerde ze een half jaar pertinent om te fietsen omdat ze het eng vond. Maar de zijwieltjes mochten ook niet terug – dat was niet stoer.

Een impasse, die vorige week abrupt werd beëindigd. Dochterlief had ontdekt dat een vriendinnetje in de zomer had leren fietsen. Nu wilde zij ook, liever gisteren dan vandaag.

In een halve middag leerde ze opstappen, wegrijden (flink doortrappen!) en een beetje balans houden. De basics van het remmen heb ik haar ook nog laten zien, maar daar had ze geen tijd meer voor. “Ik wil niet stoppen, mam, ik wil fietsen!”

En weg was ze. Met kloppend hart (een mix van enorme trots en moederlijke bezorgdheid) keek ik mijn kleuter na, die in steeds grotere cirkels over de parkeerplaats slingerde.

IMG_5042

Na een minuut lag ze op de grond, met een schaafwond op haar knie. Verontwaardigd begon ze te huilen. “Nee mop, je hoeft niet te huilen – vallen hoort er helemaal bij als je leert fietsen,” beweerde ik. En tot mijn verbazing knikte ze. Zwijgend stapte ze weer op. Vijf minuten later reed ze op volle vaart de heg in. Grote kras op haar wang. “Gaat het, liefje?” “Geeft niet.”

Inmiddels fietst ze (nog steeds erg wiebelig) door het hele dorp. Haar fiets loopt aan en ratelt, zo vaak is hij op de grond gekletterd. En mijn kind is qua uiterlijk veranderd van een zoet prinsesje in een aangeslagen prijsvechter. Overal blauwe plekken, schaafwonden, tand door de lip.

Van de week (ze had net een stukje van haar melktand gebroken) zei ik: nu is het genoeg. Je moet eerst goed leren remmen, anders mag je er niet meer op. Waarop zij: “Nee mam, remmen is niet leuk. Ik doe liever mijn voeten in de lucht.” Ik was onverbiddelijk. Zuchtend liet ze me zien dat ze bést snapt hoe de terugtraprem werkt, om daarna weer gevaarlijk zwabberend verder te rijden.

“Fietsen is het allerleukste wat er bestaat,” vertelde ze mij dit weekend. We hadden een tochtje gemaakt, samen op de fiets, naar een hele verre plek. Eentje die ze zelf had uitgezocht. “Eerst fietsen. Dan filmpjes kijken. Dan schommelen. Dan knippen.”

Ik heb een nieuwe rol pleisters gekocht.

Meidenhuis

Ik ben een poosje alleen thuis. Mijn vriend is eergisteren op de boot gestapt om hem uit te zeilen naar onze vakantiebestemming. En dat gaat wel even duren, want een zeilboot gaat niet hard, zelfs niet als je de wind mee hebt. Als je tempo wilt maken, kun je beter op de fiets gaan, dat is sneller. Vriend & boot hebben dus een beetje voorsprong nodig, zodat we elkaar over 10 dagen in het buitenland kunnen treffen.

Alleen thuis. Nou ja, niet echt alleen natuurlijk, mijn kleuter is er ook. Maar de sfeer is wel helemaal anders! Vriend had de deur nog niet achter zich dichtgetrokken of er lag een enorme hoeveelheid knuffels in mijn bed. ‘Mama, ik slaap vanavond bij jou.’ Gezellig, doen we, riep ik. En dat was het natuurlijk ook – heerlijk, als je na een lange dag tussen de dekens kruipt en daar ligt dat kleine krullenkoppie in diepe slaap naast je. Tot vanochtend om kwart voor zes. ‘HEY MAM! BEN JE AL WAKKER! ZULLEN WE OPSTAAN? IK GA WAT KNUTSELSPULLEN PAKKEN! WAAR IS HET PLAKBAND? MAG IK CRUESLI?”  Ik vrees dat mijn dagen de komende tijd een stúk vroeger beginnen.

10443490_861388830555872_5456113303914528530_n (1)

Vanochtend begon de polonaise om half zes.

Kleuter mist haar papa. Om de haverklap vraagt ze: wat denk je dat hij nu doet? Is hij aan het varen? Zullen we bellen? — Papa smeert mijn brood heel anders. Kan jij dat wel? — En: Als ik 8 ben mag ik een konijn. Maar misschien vergeet papa dat, nu hij weg is. Zullen we bellen? Dit schiet niet op. Vriend heeft zojuist Enkhuizen bereikt (inderdaad, een uurtje met de auto, toch ruim een halve dag met de boot!) en heeft al drie telefoontjes van zijn dochter gehad.

In de middag nemen we een besluit: we gaan alles anders dan anders doen. We beginnen met een picknick op zolder, knapzak mee. Ondertussen plannen we een meisjes-uitje (we gaan alle dingen doen die papa niet leuk vindt) en daarna trekken we onze matching ballerina’s aan. Als je dochter vier is, is het in mijn ogen volkomen geoorloofd om dezelfde schoenen te dragen. Helaas vindt zij dat we dit ons leven lang moeten volhouden. Daar ben ik nog niet helemaal uit.

En in de avond is het over. Kleuter kruipt weer als een zonnetje in bed. ‘We missen papa nog wel’, zegt ze, ‘maar nu hebben wij een ander leven.’ De volgende ochtend springt ze om half zes op mijn kussen. Welkom in ons meidenhuis.

Altijd weer die Franse camping

Vroeger (B.C., oftewel before children) was ik nooit zo’n campingfan. Als kinderloze volwassene vierde ik mijn vakanties in een hotel in een leuke binnenstad of in een wijngebied . De gekochte wijn bleef dan tenminste goed onder de airco in de hotelkamer, die ik de hele dag aan liet staan.

Maar met kleine kinderen is alles anders. De zomervakantie doorbrengen in een hete stad, op elkaar gepakt in een appartementje of een familiekamer lijkt me geen pretje, meer iets voor de herfstvakantie. Een gehuurd huisje via airbnb is leuk, maar er moeten ook andere kinderen zijn. En een zwembad, zodat het watervrij worden nog wat wordt bespoedigd in de vakantie. En op dat moment komt de camping in beeld.

camping bord 1

Zonder te verdwalen

Onze vakanties zijn dus al een aantal jaren hetzelfde: we zitten op een camping, met zwembad en een springkussen. Het is groen, we zijn altijd buiten, de  fietsjes gaan mee, zodat de kinderen lekker kunnen rondcrossen. En dan zitten we in een mobilhome. Zo’n camper is eigenlijk een lelijk, landschapsverpestend ding. Maar zo hoeven we tenminste niet met een toiletrol onder de arm naar het sanitairblok. Voor de kinderen is kamperen geweldig: het o zo spannende benaderen van nieuwe speelkameraadjes, sluipen door (in de ogen van volwassenen) minieme bosjes rond de camping, en helemaal alleen een rondje lopen over de camping… “Zonder te verdwalen, mama!”

giraf2-websitePain au chocolat

Die camping is altijd in Frankrijk. Niet te ver weg, maar je hebt er toch beter weer, lekker eten en enorm veel te zien. Daardoor zijn een aantal van onze vakantie-ervaringen dus altijd dezelfde: bij het ontbijt op de eerste dag ga je je altijd te buiten aan veel te veel croissants en pain au chocolat. De bezoekjes aan de hypermarché kunnen rustig een paar uur duren. Iedere toren van de nabije kasteelruïne moet worden beklommen. Een klassieker: ’ s ochtends stokbrood halen en de helft al opeten vóór het ontbijt.

En natuurlijk mijn heimelijke genoegen: Franse vrouwentijdschriften lezen, waarin het alleen maar gaat over ontrouw, cellulitis en welke accessoires ‘ in’ zijn op het strand. In de zomer zit er steevast een stel badslippers, een bikini of een strandtas bij. Vaak een prul, maar toch leuk. Waarom hebben ze dat in Nederland niet?

Krekels

Ieder voorjaar neem ik me voor om het origineler aan te pakken. Waarom boeken we geen Oostenrijkse boerderijvakantie of een huisje in Tsjechië ? Of reizen we af naar het tapaswalhalla in Spaans Baskenland? Tot nu toe mislukt dit steevast. En ook dit jaar is het er weer niet van gekomen – te ver, te heet of juist niet warm genoeg, of gewoon te laat geboekt. Dit jaar gaan we naar de Provence. Ik ben er vaker geweest en ik heb er dierbare herinneringen aan – zoals ongeveer en kwart van de wereldbevolking. Ik heb enorm veel zin om olijfbomen, krekels, lavendelvelden en dorpjes met stenen fonteinen en meloenstalletjes langs de weg te zien. En krekels te horen. Eigenlijk heb ik altijd zin in de Provence.

Ik wens jullie een fijne vakantie!

Hoeveel laat jij zien?

Het is een vraag die iedereen die op social media actief is, aan zichzelf (en waarschijnlijk ook aan anderen) stelt: hoeveel laat je zien? Welke aspecten van je leven deel je met je online vrienden?

Schrijf je weleens wat over je werk? Maak je een foto van bijzonder lekker eten? Deel je foto’s van leuke uitjes? Of herplaats je bij voorkeur leuke citaten en internet-hypejes? Alles kan – en ook in mijn vriendenkring gaan mensen heel verschillend om met de verschillende mogelijkheden.

meanwhile-on-instagram

Privacy, ook van de kinderen, is in ieder geval een belangrijk onderwerp. Sommige van mijn vriendinnen posten graag familiekiekjes, anderen juist niet. De één zegt: ‘Ik plaats wel selfies, maar mijn kinderen komen niet met een foto op Facebook’, de ander zegt: ‘Ik plaats gewoon leuke foto’s – maar altijd zonder naam’ en de derde taalt er niet naar en deelt alles. Zelf plaats ik weleens foto’s van mijn kind, maar leg ik de grens bij ‘taggen’. Ze is nog klein en zal later zelf bepalen of en hoe ze online te vinden is. Een eigen profiel en met naam en toenaam op het net, dat zie ik niet zitten.

IMG_4467

Ik deel weleens foto’s van mijn dochter op internet. Maar zonder taggen, want ze bepaalt later zelf welk deel van haar leven ze online wil hebben.

Al of niet je persoonlijke mening delen, dat is een andere vraag. Ik schreef vorige week een blog waarin ik mijn zicht deelde op de mediabehandeling van Volkert van der Graaf. Het was geen wereldschokkende mening, denk ik. Toch vielen mij twee dingen op. Ten eerste: die blog is enorm goed gelezen, mensen vonden het dus een interessant onderwerp. Maar in tegenstelling tot ‘onschuldige onderwerpen’ heeft op dit stukje niemand een reactie op achtergelaten. Ten tweede: veel mensen deelden na het lezen privé wél hun mening met me. En vaak met de opmerking erbij: zo en zo denk ik erover, maar dat ga ik echt niet op internet delen. En daar heb ik alle begrip voor, want de grens ligt voor iedereen anders.

Sinds begin dit jaar schrijf ik bijna dagelijks een blog. Natuurlijk bepaal ik zelf hoeveel persoonlijks en hoeveel mening ik in mijn stukjes deel. Als je ze allemaal leest, zul je zeker een bepaalde indruk van mij en mijn leven krijgen. Maar ik laat natuurlijk ook heel veel weg. En ik ben me er terdege van bewust dat vrijwel iedereen om mij heen zijn of haar online persona op dezelfde manier ‘filtert’.

Zijn blogs en social media profielen daarom bij voorbaat ‘nep’? Nee, niet persé. Maar ze zijn onvolledig. Je zult nooit het hele plaatje te zien krijgen. Je zult nooit het hele verhaal lezen. Als je dat van elkaar weet, zijn posts op social media (in mijn ogen) een welkome aanvulling op het contact dat je ook op andere manieren onderhoudt.

Op de bres voor je kind

Kalle ElvisHerinner je je de stukken van Sonja op deze blog? In januari schreef zij voor Mooidus een paar indringende verhalen over haar leven met meervoudig gehandicapt zoontje Kalle.

Over het inrichten van de babykamer, toen Sonja en haar man nog helemaal van niks wisten.

En over de lange, lange weg naar een aangepaste stoel voor hun kleine hummel. Een jongetje dat niet groeit, niet zelf kan eten, niet eens kan lachen. Een jongetje waar ze zielsveel van houden. Waar ze alles voor doen.

Sonja en Jan hebben inmiddels een groter gezin, met een jongetje van 2 en een meisje van bijna een jaar. De zorg voor Kalle is echter niet minder geworden, eerder meer. Gelukkig kunnen ze gebruik maken van een potje met geld, dat bedoeld is voor ‘zorg op maat’. Persoonsgebonden Budget (PGB) heet dat in overheidstermen. Met het PGB van Kalle kunnen Sonja en Jan een gespecialiseerde oppas en verpleegkundige inhuren. Dat werkt beter dan Kalle in een dagverblijf stoppen.

Sonja wilde graag verder schrijven voor Mooidus, maar werd ingehaald door de realiteit. Onze regeringscoalitie is namelijk bezig met enorme hervormingen in de zorgsector. Eén van de grote veranderingen is dat het PGB op de schop gaat. In de Tweede Kamer wordt gediscussieerd, achter de schermen gaan lobby groepen tot het uiterste om dat wat goed werkt te behouden. De beoogde veranderingen (beter woord: bezuinigingen) kunnen enorme consequenties hebben voor Kalle en het beetje kwaliteit van leven dat dit kindje heeft.

Daarom was Sonja’s keuze snel gemaakt: niet bloggen over Kalle, maar actie voeren! Samen met andere ouders van meervoudig gehandicapte kinderen die hun PGB kwijt dreigen te raken, is Sonja regelmatig in touw. Twitter-acties. Informatie voor Kamerleden. En ingezonden brieven.

Sonja Markowski en haar man Jan van Bijnen voor de geboorte van Kalle. Nu zijn ze ouders van een meervoudig gehandicapt zoontje én begnadigd musici.

Sonja Markowski en haar man Jan van Bijnen voor de geboorte van Kalle. Nu zijn ze ouders van een meervoudig gehandicapt zoontje én begenadigd musici.

Deze week  reageerde Sonja in De Volkskrant op een lang artikel over misbruik van PGB’s. De strekking van dat stuk, in de weekendkrant, was uitermate negatief. (Hier lees je een korte samenvatting.) Terecht, als je bedenkt dat er mensen rondlopen die het geld, bestemd voor gespecialiseerde zorg, opmaken aan dure auto’s en reizen. Maar onterecht, als je er éven bij stilstaat dat de overgrote meerderheid van PGB’s zuiver en eerlijk wordt besteed. En dat de overheid geld en heel veel administratieve rompslomp bespaart, door ouders zelf verantwoording te geven.

Zoals wel vaker bij bezuinigingen, spelen er allerlei emoties rond dit onderwerp. De mensen die gekort dreigen te worden doen alles wat ze kunnen om die kortingen tegen te houden. De mensen die de verandering willen doorvoeren, zullen allerlei manieren bedenken om aan te tonen waarom het huidige systeem niet werkt. (Bijvoorbeeld door heel hard te roepen: er wordt misbruik van gemaakt!)

Mag ik hier even de 10-80-10 regel op loslaten? Welke groep je ook bekijkt, er zullen altijd 10 procent zijn die proberen er de kantjes vanaf te lopen. 80 procent van de groep doet het gewoon zoals je verwacht. En 10 procent doet zijn uiterste fucking best om het geweldig te doen. Dat is ook zo bij PGB’s. 10 procent maakt (licht of zwaar) misbruik. Tachtig procent niet. En tien procent doet er alles, maar dan ook alles voor, om te bewijzen dat PGB’s de beste manier zijn om zelf zorg in te kopen – laagdrempelig, persoonlijk maatwerk.

Het zal je niet verbazen dat Sonja bij die laatste groep hoort. Mooidus steunt haar strijd van harte. Hier is de ingezonden brief, die De Volkskrant plaatste. Ik hoop dat we samen de beeldvorming rond PGB’s een beetje minder scheef krijgen. Voor een heldere kijk op de zaak moet je hem namelijk altijd van twee kanten bekijken.

Persoonsgebonden budget

Lamgeslagen. Zo voel ik me na het lezen van het artikel ‘Graaien in de zorgpot’ (Ten eerste, Vonk, 31 mei). Dit artikel is de zoveelste klap in het gezicht van de pgb-houders. Mensen zoals wij die met de hand op hun hart kunnen zeggen dat zij het pgb gebruiken waar het voor is bedoeld: voor het op maat inkopen van zorg.

In ons geval zorg voor ons zwaar gehandicapte zoontje van 4 die 24 uur per dag toezicht en zorg nodig heeft, dagelijks geteisterd wordt door vele epileptische aanvallen, niets zelf kan, niet communiceert en niet lacht. Eén-op-éénzorg die door geen enkele instelling geleverd kan worden. Zorg dus die hij zonder het persoonsgebonden budget simpelweg niet zou kunnen krijgen.

Na vier jaar kunnen we eindelijk zeggen dat we de juiste zorgverleners hebben gevonden: goede, betrouwbare, flexibele mensen. De communicatie verloopt via korte lijnen, ze kennen ons zoontje. De zorg die zij leveren is stukken goedkoper dan de meeste zorg die door instanties/instellingen wordt geleverd. Geen 60 euro per uur (zoals een thuiszorgorganisatie die in het eerste jaar zorg leverde) of 50 euro per uur (het medisch kinderdagverblijf waar ons zoontje een jaar lang een dag per week naartoe is geweest). Maar 20-30 euro per uur, waardoor we méér uren kunnen inkopen. Deze manier van zorg inkopen stelt ons als gezin in staat enigszins te functioneren.

Waarom kiest De Volkskrant ervoor om juist een negatief artikel over het pgb te schrijven, terwijl er zoveel ‘positieve’ verhalen zijn. Hoewel het woord positief in deze samenhang bijna cynisch klinkt. Er is wat ons betreft niks positiefs aan het hebben van een zwaar gehandicapt, vaak oncomfortabel kind.

Om me heen zie ik veel andere gezinnen die het – net als wij – zonder het pgb niet zouden redden. Wat moeten we dan met onze kinderen? Schrijf dáár eens over!

Sonja Markowski, Rotterdam

 

 

Groeistuip

Een drama in 5 aktes.

AKTE EEN – Dinsdag avond – 19.40 uur

Moeder: “Hier is je water, je nachtlampje is aan, alle knuffels liggen op een rij… We zijn er! Slaap lekker, kleine mop. Tot morgen.”

Kind: “Mama, mama, mama.. nog één ding wil ik zeggen, nog één dingetje maar! … Eeeehm, mama, mag ik morgen tóch zelf mijn kleren uitzoeken voor school?”

Moeder: “Nee, mop. Echt slapen nu, niet meer roepen, hoor. Dag lieverd!”

Kind: “Ja, maar… nou, OK dan. Slaap lekker… zzzz”

 

AKTE TWEE – Dinsdag avond – 22.30 uur

Kind: “Boehoehoeeee…”

Vader: “Wat is dat? Ze huilt heel hard.. Ga jij even kijken?”

Kind: “Boehoehoeee…”

Moeder komt na 10 minuten onbedaarlijk gehuil naar beneden, kronkelend kind op de arm.

Moeder en vader, afwisselend: ” “Maar wat heb je dan? – Waar doet het pijn? – Wil je het aanwijzen? – Geen buikpijn? – Kramp in je been? Hier?”

Opeens komt er een herinnering boven. De kleine heeft groeipijn, net als ik zelf als kind vaak heb gehad! We gaan maar eens googelen. Ja hoor, daar staat het:

Zeker één op de vijf kinderen heeft er last van: pijn in beide benen, meestal rond de knieën, kuiten, scheen- of dijbenen. Dit verschijnsel wordt groeipijn genoemd. Meestal komt de pijn ‘s nachts opzetten en is er overdag weinig van te merken. De pijn kan de hele nacht aanhouden.

Na 20 minuten zachtjes aaien en bemoedigend toespreken ontspant ze en doezelt terug in slaap. Naar boven maar weer. (En op de trap natuurlijk de vraag: wanneer is dat kind eigenlijk zo snel zo lang geworden?)

 

AKTE DRIE – Woensdag nacht – 0.45 uur

Kind: “Boehoehoeeeeee…”

Kind: “Boehoehoeeeee….”

Moeder: “Ik ga haar halen.”

Vader: “Grrrmpfl. Doe dan maar.”

Kind: “Boehoehoeeeee…”

Vader sluit ramen en deuren. Na 20 minuten aaien en bemoedigend toespreken is er dit maal geen enkele verbetering. Kind  heeft kramp en blijft huilen.

Vader: “Wil je een sinaspril?”

Kind: “Neeheeeheee…”

Moeder: “Je mag kiezen. Een sinasprilletje of een zetpil. Dan duurt het een paar minuutjes en kun je weer lekker slapen.”

Kind: “Neeheeeeeee… GEEN ZETPIL!”

Moeder (weet dat zetpilletjes op zijn, maar is nu vastberaden om kind een sinaspril te laten slikken): “OK, dan wordt het een zetpil.”

Kind: “Nee, echt niet! Ik wil een sinaspril, dan.”

Vader en moeder knipogen naar elkaar.

10 minuten  later: kind valt in slaap. Ouders liggen wakker.

Full-moon-sleep

 

AKTE VIER: Woensdag nacht.

2.30 uur. Vader schrikt wakker. “Hoor jij wat?”

4.30 uur. Moeder zit rechtop in bed. “Ik dacht dat ze… oh, nee.”

5.30 uur. Verdorie.

 

AKTE VIJF: Woensdag ochtend, 7.30 uur

Kind staat naast bed te stuiteren: “Hee, hoi pap en mam! Mag ik cruesli met melk? Gaan we opstaan? Heb je mijn Dora-trommel afgewassen of heb ik weer die rode? Is het vandaag Omi-dag? Denk je dat ik na schooltijd met Feline kan spelen? Gaan jullie nou nog opstaan? Ik ga even mijn knuffels halen, OK? Papa, ben je nou wakker…?”

Ouders kreunen.

mom

Jeugdzorg: wat een zorg!

Mijn vriendin Marjolijn Bruurs heeft een schoonheidssalon in een klein dorpje onder de rook van Amsterdam.Veel klanten komen niet alleen voor hun nagels, huid of voeten, maar bouwen daar vertrouwensrelaties en vriendschappen op. Vandaar dat ze veel horen en zien, tussen de behandelingen door. Het onderstaande verscheen vandaag op de blog van Marjolijn en haar collega’s (www.meisjesvanmooi.nl). Ik plaats het in zijn geheel op Mooidus. Omdat sommige  verhalen niet ‘mooi dus’ zijn, maar wél een zo groot mogelijk bereik verdienen!

Al jaren heb ik een klant in de salon, die samen met haar man de zorg heeft voor een aantal pleegkinderen. Na alle verhalen over de meest vreselijke gebeurtenissen waar zij en haar gezin mee te kampen kregen, snap ik wel waarom Jeugdzorg een enorm tekort heeft aan pleegouders. De ondersteuning die je als pleegouders denkt te krijgen, is dikwijls ver te zoeken. En heel eerlijk; Ik zou er persoonlijk écht niet aan moeten denken om zo’n zware taak op me te nemen..

Vanaf eind jaren tachtig hebben mijn klant en haar echtgenoot al te maken met Bureau Jeugdzorg Noord Holland. Bureau Jeugdzorg komt op voor de rechten en plichten van het kind. Zij helpen als er problemen zijn tussen ouders en kinderen. Bijvoorbeeld als er sprake is van geweld of seksueel misbruik. Ook helpen zij als een kind zich crimineel gedraagt en bijvoorbeeld steelt of vecht. Maar ook als er problemen zijn op school, bijvoorbeeld als het kind veel slechte cijfers haalt of veelvuldig spijbelt. En als de kinderrechter opdracht geeft om toezicht te houden en de veiligheid van een kind te beschermen of om het opnieuw plegen van strafbare feiten te voorkomen, doen zij dat ook. Bureau Jeugdzorg Noord-Holland is het eerste aanspreekpunt voor alle vormen van jeugdzorg in deze provincie.

20140531-233230-84750907.jpg
Het eerste pleegkind die mijn klant en haar echtgenoot onder hun hoede namen, was een zogenaamd vakantiekind. Dit meisje kwam alleen in de vakanties en later ook wel weekendjes bij het gezin, puur om even helemaal van de ellende van thuis weg te zijn.
Omdat dat zo goed beviel en mijn klant het idee had, om hét verschil voor nog een Jeugdzorg-kind te kunnen maken, besloten zij en haar man om ‘huis en hart’ open te stellen voor een vast pleegkind..

Zo kwam het dat zij twintig jaar geleden werden verblijdt met een schattig meisje van vier. Een kleutertje met prachtige, grote blauwe ogen. Ogen waar je, als je goed keek, haar verschrikkelijke verleden in terug kon zien.. Zij droeg op 4 jarige leeftijd al een enorme rugzak met zich mee omdat haar moeder door verslavingen en verkeerde relaties , niet voor haar en haar jongere zusje kon zorgen.. Beide kindjes waren zwaar verwaarloosd, mishandeld en getraumatiseerd en uiteindelijk door de kinderbescherming uit huis geplaatst en ondergebracht in een kindertehuis in afwachting van een pleeggezin. Het jongste kindje werd als eerste in een gezin geplaatst en weer kreeg het oudste zusje een klap te verstouwen… Ze werd gescheiden van hetgeen haar het liefst en meest vertrouwd was; haar kleine zusje. Gelukkig werd er voor haar binnen een paar maanden ook een gezin gevonden. Het gezin van mijn klant…
Gruwelijk dat het voorkomt; wat een leed op zo’n jonge leeftijd. Het kan niet anders dan dat dit soort kinderen beschadigt zijn door al deze trauma’s. En hoe ruimhartig is het dan, dat je juist zo’n kindje opneemt in je gezin en ook je huis openstelt voor de biologische ouders en opa’s en oma’s, zodat er altijd contact zou kunnen blijven met de mensen die je echte familie zijn. Mooi en nobel van mijn klant en haar echtgenoot maar ik denk dat als ze toen geweten hadden, wat er nog meer op hun pad zou komen, ze destijds waarschijnlijk niet deze keuze gemaakt hadden..

20140531-234006-85206121.jpg

Omdat het meisje zo getraumatiseerd was, werd al snel duidelijk dat er behoorlijk veel ‘extra’ zorg nodig was. Zij bleek met name enorm veel moeite te hebben om zich aan te passen aan een gewone gezinssituatie. Je zou denken dat er dan alle mogelijke moeite gedaan zou worden vanuit een instantie als Jeugdzorg, om het meisje verder op weg te helpen.. Helaas was dat niet het geval. Het enige dat gedaan werd, waren maandelijkse gesprekjes met een zogenaamde gezinsvoogd. Alle zorgen vanuit de pleegouders werden min of meer weggewimpeld en uiteindelijk escaleerde de boel toen het meisje in de pubertijd kwam. De pleegouders waren onervaren met dit soort kinderen en kregen totaal geen ondersteuning, tips of uitleg van de zorgexperts. De situatie was onhoudbaar, niet alleen voor haar maar ook voor de rest van het pleeggezin. Jeugdzorg had als oplossing een tijdelijke overplaatsing naar een tehuis waar ze eindelijk de benodigde therapieën zou gaan krijgen. Helaas was dat geen succes. In plaats van weer op het rechte pad te komen, raakte het meisje nog verder van dat pad; ze kwam in het tehuis in aanraking met verkeerde mensen die haar op een negatieve manier hebben beïnvloedt : roken, liegen, drinken en blowen waren dingen die dagelijks voor kwamen. Wat er van de therapieën terecht is gekomen, zullen de pleegouders nooit weten want alles liep destijds via Jeugdzorg. In de wandelgangen kregen de pleegouders wel wat te horen over de voortgang van de therapieën maar officieel is nooit een rapport ter inzage gegeven. Na een paar maanden werd het meisje weggestuurd uit het opvanghuis omdat zij, tegen de regels in, een relatie kreeg met een medebewoner. De oplossing van Jeugdzorg: terugplaatsing naar het pleeggezin..

In de tussentijd kreeg het meisje nog twee zusjes bij haar biologische moeder. ( ja, je leest het goed, moeder ging gewoon door met kinderen krijgen) Helaas ondergingen deze twee kinderen hetzelfde lot als hun twee oudere zusjes. Mishandeling en ernstige verwaarlozing. Niet zo gek want de moeder kon niet eens voor zichzelf zorgen. Op de leeftijd van 2 en 3 jaar oud werden de meisjes door Jeugdzorg opgegegeven als logeerkinderen, om op die manier een beetje tot rust te komen in een normale gezinssituatie.. Mijn klant nam de zusjes graag op in haar gezin. Na vier maanden bleek dat de thuissituatie onhoudbaar was geworden. Bij het terug brengen lag moeder laveloos van de drugs en de drank op de bank, was ze even daarvoor in elkaar geslagen door haar toenmalige partner, er was geen eten of drinken behalve flesjes bier, kortom geen goede situatie om de kindjes achter te laten. De pleegouders hebben de kinderen meteen weer mee naar huis genomen en de volgende dag Jeugdzorg ingeschakeld. Meteen werden de kinderen uit de thuissituatie gehaald en in crisisopvang bij mijn klant geplaatst. Crisisopvang betekent tijdelijke opvang maar omdat de meisjes nergens samen konden worden geplaatst, hebben mijn klant en haar man zich opgegegeven als vast pleeggezin. Drie meisjes uit één gezin op hetzelfde adres.. Het zou zo mooi geweest kunnen zijn, ware het niet dat de ellende toen pas echt begon..

De biologische vader was het namelijk niet eens met de uithuis-plaatsing van de kinderen. Net ontslagen uit de gevangenis, wilde hij zelf zorg dragen voor zijn kinderen. Hij vond dat ze hem, onterecht, waren afgepakt. Toen dat niet lukte, werd het hele pleeggezin door de vader bedreigt (zelfs met de dood) en lastig gevallen. Het contact hoefde volgens Jeugdzorg niet verbroken te worden. De meisjes MOESTEN één maal per week telefonisch contact hebben met de biologische ouders. Wel mocht de luidspreker aan, zodat meegeluisterd kon worden… De scheldpartijen van de vader naar de pleegouders waren niet van de lucht en dat alles via de kinderen.. Ik vraag me af: hoe traumatisch dat is voor zulke kleine kindjes.. De bedreigingen werden steeds heftiger, zelfs op school van de meisjes en in de buurt werden maatregelen genomen omdat men bang was dat de kinderen ontvoerd zouden worden. De telefonische bedreigingen hielden voor het pleeggezin pas op, toen na maanden toestemming gegeven werd dat een ander (geheim) telefoonnummer kon worden aangevraagd. De mensen die het oude nummer van KPN kregen toegewezen, toevallig ook klanten bij ons, zijn nog lange tijd telefonisch lastig gevallen…

Intussen bleef de bezoekregeling met de biologische ouders van ‘eens in de twee maanden’ gewoon van kracht. De meisjes werden door een gezinsvoogd van Jeugdzorg opgehaald en naar een ontmoetingsplek, ergens in ‘t Gooi, gereden. Drama’s waren dat want de kinderen waren doodsbang voor de vader. Met name de oudste heeft meerdere malen aangegeven geen contact met vader te willen vanwege alle dingen die hij haar in het verleden had aangedaan. De bezoeken moesten van Jeugdzorg desondanks gewoon doorgaan. Na de bezoeken vertoonden de meisjes heel bizar, destructief gedrag; ze knipten bijvoorbeeld alles kapot, zelfs hun eigen haar moest het ontgelden. Niet alleen de pleegouders, maar ook de gezinsvoogd van de meisjes was doodsbang voor de biologische vader. Zij werd namelijk ook enorm bedreigt en de vader wist zelfs haar privé adres te achterhalen… Toen hij dreigde om het kleutertje van de voogd iets aan te doen, is de voogd uiteindelijk,door Jeugdzorg zelf, van de zaak afgehaald.

Het gedrag van de meisjes werd almaar erger en uiteindelijk is er vanuit de pleegouders en een nieuwe gezinsvoogd, via de rechter, bedongen dat de bezoekregelingen met de biologische vader werden gestaakt. De kinderen moesten van de rechter eerst helen van alle trauma’s en er moesten therapieën in gang gezet worden bij De Bascule, een academisch centrum in Amsterdam, die psychiatrische zorg aan kinderen, jongeren en gezinnen verleent. De diagnoses die in dit centrum gesteld werden: PTSS, ADHD en een hechtingstoornis… Een zware taak voor de pleegouders!

20140531-234626-85586409.jpg

Lange tijd ging het, door toedoen van de Bascule, bergopwaarts met de kinderen. Zij werden ingesteld op de juiste medicatie en kregen een hele lieve gezinsbegeleidster toegewezen, waar zij een goede band mee kregen. De meisjes bloeide op. Maar helaas, het was van korte tijd. Na twee jaar intensieve behandelingen en begeleiding gaf Jeugdzorg aan dat de behandelingen gestaakt werden. Als reden gaven zij dat er geen geld meer was om onder behandeling bij de Bascule te mogen blijven. Jeugdzorg zorgde weer dat er via hen een gezinsvoogd en pleegzorgwerkster werden aangesteld. Met name de laatste was goud waard. Helaas moest deze medewerkster, wederom door bezuinigingen, overgeplaatst worden. Na een paar weken ging het opnieuw bergafwaarts.. Al gauw bleek dat kinderen niet zonder behandeling en professionele begeleiding konden. De pleegouders hebben toen uit machteloosheid zelf een cursus gedaan via de Bascule, om zodoende te leren hoe je moet omgaan met getraumatiseerde kinderen. Hierdoor kregen ze weer een jaar extra begeleiding. Maar helaas werd dit ook weer gestaakt, door geldgebrek… Een gebed zonder eind leek het wel en weer waren de pleegkinderen hier de dupe van!

Maar niet alleen de jongste pleegkinderen.. Wat te denken van het oudste zusje! Zij schaamde zich vreselijk voor de hele situatie en had grote zorg om haar zusjes.. De emmer liep over en ook zij ging weer raar gedrag vertonen. Uiteindelijk werd zij overgeplaatst naar een ander tehuis van Jeugdzorg. De situatie is daar uiteindelijk onhoudbaar geworden en het meisje werd uit het huis gezet. Moet je voorstellen: Weggestuurd worden uit een huis van Jeugdzorg zelf. Hoe bestaat het! De enige oplossing van Jeugdzorg was om haar terug te plaatsen bij haar biologische moeder…. (!) Oplossing?????
Nee dus! Ook daar escaleerde de boel en uiteindelijk is het meisje , na ruzie met haar biologische moeder, weggelopen en heeft op 16 jarige leeftijd min of meer een zwervend bestaan geleidt, zonder inkomen, zonder ziektekostenverzekering en zonder dak boven haar hoofd.. Ik zal hier maar niet uitweiden over de leefomstandigheden van dit meisje maar fraai was het allerminst! En waar was Bureau Jeugdzorg in die tijd? Nou om precies te zijn.. NERGENS! Het meisje werd door hen gewoon de laan uitgestuurd. Jeugdzorg vond dat ze alles hadden gedaan wat er in hun macht lag en vanaf daar moest het arme kind het zelf maar uitzoeken. Gelukkig hebben mijn klant en haar echtgenoot steeds contact met deze pleegdochter gehouden en hun deur weer voor haar opengesteld. Jeugdzorg heeft nooit meer iets voor haar gedaan.

20140531-235455-86095764.jpg

In de tussentijd leerde de jongste meisjes via Facebook een tante (zus van de biologische vader) kennen. Omdat de pleegouders vonden dat een dergelijk contact met echte bloedverwanten heel belangrijk was, werden de banden aangehaald. De relatie leek heel goed. Bezoekjes over en weer en uiteindelijk ook logeerpartijen van de meisjes bij tante. Tante zat echter vreselijk over haar broer in want hij bleek vlak bij haar te wonen en had door dat er contact was met de meisjes. Ook zij werd vanaf dat moment door hem bedriegt. Zij heeft uiteindelijk zelfs een wijkagent op de hoogte gebracht van de situatie. Ook Jeugdzorg was op de hoogte maar vond het een goed idee om het contact te onderhouden. Ook de pleegouders hadden, tot dat moment, een goed gevoel bij de tante.

De oudste van de twee thuiswonende pleegkinderen, inmiddels 15 jaar, ontspoorde echter volledig. Dagelijks kwam ze onder invloed van drank thuis. Ze bleef na schooltijd gewoon weg en lapte alle huisregels aan haar laars. De pleegouders konden niet meer tot haar doordringen en het ging met de dag slechter. De situatie werd pas echt zorgelijk toen ze ook drugs ging gebruiken. Haar jongste pleegzusje moest het met name ontgelden en werd regelmatig door haar geslagen. Ze pleegde kleine strafbare delicten; bijvoorbeeld diefstal, zelfs bij vrienden van de pleegmoeder. Ook werden er diverse zaken van het pleeggezin ontvreemd.. Je moet toch ergens aan geld komen om te kunnen scoren… Wat een ellende!

20140601-000242-162781.jpg

Ook kwam het regelmatig voor, dat de pleegouders helemaal zwart gemaakt werden bij mensen die het meisje had leren kennen.. Mishandeling en verwaarlozing waren enkele beschuldigingen die zij uitte.. Een voorbeeld: ze kwam thuis met een open en blauwe rug. Op school zei ze dat haar pleegvader haar mishandeld had, tegen pleegmoeder zei ze dat ze op school afgetuigd was, tegen weer iemand anders dat een vriend het gedaan had.. Uiteindelijk bleek dat het meisje zichzelf zo toe takelde, iets wat al eerder gebeurd was. Leugens alom! De druppel was, toen zij werd opgepakt door de politie omdat ze gestolen had in een winkel en op heterdaad was betrapt. De pleegouders en Jeugdzorg vonden de situatie onhoudbaar. De oplossing van Jeugdzorg was om het meisje in crisis opvang te plaatsen bij de tante, die ze tot voor kort niet eens kende, of een plek in een tehuis van Jeugdzorg. Natuurlijk koos het meisje voor haar tante maar wat niemand kon vermoeden gebeurde toch: ondanks dat ze zelf nooit meer contact wilde, zocht haar biologische vader, via haar tante, contact met haar. Het oudste zusje, inmiddels gewoon op zich zelf wonend en met eigen inkomen door werk, was hier razend over en heeft in diverse gesprekken te kennen gegeven dat de huidige situatie bij haar tante op zijn minst zorgwekkend te noemen is. Volgens haar was de tante niet in staat om voor haar zusje te zorgen en keurde ze het contact met de biologische vader ook af. Zij eist nu een onderzoek naar de leefomstandigheden bij de tante. Je zou inderdaad verwachten dat een instantie als Jeugdzorg dergelijke onderzoeken zou doen, alvorens een kind ergens onder te brengen. Hoe bestaat het, zeg!

20140601-000819-499916.jpg

Kwaad over het feit dat haar pleegouders haar niet meer konden verzorgen, heeft ze diverse leugens verteld over verwaarlozing en mishandeling vanuit de pleegouders. Deze verhalen vertelde ze ook aan de gezinsvoogd van Bureau Jeugdzorg. Op verzoek van Jeugdzorg werden de pleegouders uitgenodigd voor een zogenaamde eind evaluatie, waar het meisje en haar tante ook voor gevraagd werden. Dit gesprek escaleerde volledig. Niet alleen werden de pleegouders uitgescholden en onheus bejegend door het meisje én haar tante, de medewerkster van Jeugdzorg nam niet eens de moeite om in te grijpen of e.e.a in goede banen te leiden. De pleegouders zagen op dat moment geen andere uitweg dan weg te lopen van het gesprek. Een onderzoek naar de tante heeft naar hen weten, nog steeds niet plaatsgevonden. Voor hen onbegrijpelijk, teleurstellend en…. In hun geval het tweede pleegkind waarbij Jeugdzorg ernstig faalde! Een ideaal aan duigen maar helaas is het met de jeugdhulpverlening in Nederland wel vaker zo gesteld.

Jeugdzorg is de laatste tijd, politiek gezien, vaak in het nieuws. Met de op handen zijnde decentralisatie Jeugdzorg ben ik benieuwd hoe het allemaal gaat uitpakken, als straks de Gemeenten met de zorg voor dit soort probleem-gevallen belast worden… Ik hou mijn hart vast!

Wat zijn jullie ervaringen met jeugdzorg? Ben benieuwd naar de reacties en zal ze doorgeven, aan Marjolijn én haar klant!

Wasberg

Er zijn van die huishoudelijke taken, die moet je vrij regelmatig doen, of je er nou zin in hebt of niet. Boodschappen doen en eten koken, bijvoorbeeld. Zelf kan ik waarschijnlijk best een lange tijd zonder voedsel – ik heb een beschermend vetlaagje, hartstikke handig – maar voor mijn huisgenoten wordt het lastig als ik opeens zou stoppen met het verstrekken van maaltijden.

Opruimen, ook zoiets. Ik ben geen fanatieke schoonmaker, maar een minimum aan ruimte op tafel leegschuiven of een lapje over het aanrecht, dat doe ik toch elke dag. Ik voel me niet altijd gemotiveerd en ben verre van een ‘gedreven huisvrouw’, maar in en rond de keuken hou ik het allemaal redelijk onder controle.

Nee, dan boven. In en rond de wasmachine… dat is een ander verhaal. De was inruimen lukt nog wel. Wasbolletje erbij, dat ruikt ook lekker, op de juiste knoppen drukken, het moet maar even. Ook het overhevelen naar de droger – suf maar haalbaar. (Als het lekker weer is, zet ik zelfs zonder tegenzin een droogrekje op het balkon.) Maar als de was eenmaal droog is, ben ik er gewoon helemaal klaar mee.

Ik heb zo’n enorme hekel aan was opvouwen! Daarom leg ik de schone was meestal ‘eventjes weg’. En wel op een grote, rode bank op de kinderkamer. Helaas is het daarna meteen ‘uit het oog, uit het hart’. De schone was stapelt zich op. Eerst een hoopje, dan een heuvel. Na drie wassen krijgt het wasgebergte de uitstraling van een helling langs de dodemanspiste. De bank is dan al niet meer te zien. Mijn dochtertje heeft er geen moeite mee, die bouwt hutten met schone lakens en sorteert intussen haar eigen sokken.

Kunstinstallatie van Gabi Weinkauf,

Kunstinstallatie van Gabi Weinkauf, tevens realistische impressie van de bank op de kinderkamer

Na een week, soms tien dagen, zijn mijn sokken op. Dan kruip ik kreunend naar de Kilimanjaro op de kleuterkamer. Ergens in die onneembare kluwen ligt precies wat ik nodig heb. Onderop, natuurlijk. Grommend van tegenzin ga ik de berg te lijf. Geen sok in zicht. Ik begin te vouwen. Er is geen doorkomen aan. Ik vouw en stapel. Vouw en stapel. Na een half uur krijg ik de onderkant van de bank in zicht. Na drie kwartier stapelen ben ik uitgeput. Maar ook redelijk zen, want mijn sokken lagen inderdaad onderop –  en intussen zit alles weer in de kasten.

Op dat moment  komt mijn vriend naar boven. Geen seconde eerder. En dan zegt-ie: “Hey, ben je lekker aan het chillen op de kinderkamer? Ik dacht, ik draai even een wasje. Iémand moet hier toch het huishouden doen, he schatje?” Every. *-ing. Time.

wasberg

Op de fiets?

Mijn kleuter is, zoals alle kleuters, behoorlijk eigenwijs. Misschien een heel klein tikkeltje minder eigenwijs dan toen ze een peuter was… Ik herinner me dat ze, een klein jaartje geleden, een keer een hele dag ‘nee’ heeft gezegd. Dat was een lange dag. Maar toch. Eigengereid. Noem het gerust koppig. (Van wie zou ze dat toch hebben?)

Het kind heeft dus een fiets. Hartstikke leuk ding, met een mandje en bloemen en een coole bel. De zijwieltjes hebben we er – op verzoek van kleuter zelf – een paar maanden geleden af gehaald. En sinds dat moment weigert ze pertinent op de fiets te gaan.

De fiets mét zijwieltjes. Toen wilde ze er nog wel op.

De fiets mét zijwieltjes. Toen wilde ze er nog wel op.

Dus stelde ik voor: dan zetten we de wieltjes er toch gewoon weer op? Maar dat wil ze zéker niet. Nee, de wieltjes moeten eraf blijven, maar ze wil niet oefenen, ook niet even spelen, helemaal niks. De fiets wordt niet meer gebruikt. Kleuter gaat liever lopen – en als we haast hebben, wil ze wel “op wielen”. Dat betekent: op de step of met de poppenwagen.  “Vooruit dan maar, mama, hebben we tóch wielen.” Nee, dat is handig! Mijn kind zit dus meestal bij mij achterop de fiets. Lekker makkelijk voor ons allebei, want eerlijk is eerlijk: “Mama, jij fietst best snel.”

Maar die fiets staat in de berging te verstoffen. En mijn dochter is er inmiddels wel achter dat niet fietsen.. niet cool is. “Mama, ik ben de enige in de klas die niet kan fietsen,” vertelde ze me van de week. Ik knikte. “Als ik 18 ben kan ik het denk ik wel,” zei ze nadenkend. Ik knikte weer. Ik ken kinderen van 2 en 3 die op loopfietsjes of van die kleine race-mobieltjes met dikke rupswielen rondscheuren. Dat is wel even andere koek dan mijn übervoorzichtige dochter op haar prinsessen-fietsje.

'Als ik 18 ben dan kan ik het denk ik wel.'

‘Als ik 18 ben dan kan ik het denk ik wel.’

Nu heb ik een truc bedacht. Gisteren haalde ik de verwaarloosde fiets uit de berging en zette hem achteloos bij de voordeur. En vanochtend, verdraaid, zei ze bij vertrek naar school: “Mam, zullen we met mijn fiets gaan?” Erop fietsen, dat wilde ze (nog) niet. Maar we zijn met de fiets aan de hand naar school gelopen. Tijdens de wandeling werd mijn kleuter aan alle kanten toegezwaaid door fietsende klasgenoten.

Trots zette ze haar fiets tussen de andere kleuterfietsjes in de stalling. Ik ben héél benieuwd hoe dit verdergaat.

Muzikale opvoeding?

Mijn kleuter houdt veel van muziek. Ze is gek op K3 – ik denk echt dat er sinds 20 jaar geen enkel meisje in Nederland en omstreken is opgegroeid zónder de muziek en dansjes van deze Belgische ‘meisjes’-band. Hoe oud zijn die vrouwen eigenlijk? Bijna 50?

Kinderen voor Kinderen is ook ‘de bom’ bij ons thuis. Wij hebben een nummer voor Koningsdag geoefend, genaamd ‘Doe de Kanga’. Het zal je niet verbazen dat ik inmiddels héél goed de Kanga kan! Lekker hupsen met die kleine en haar vriendinnetjes, daar word je toch vrolijk van?

En regelmatig proberen we iets nieuws met junior, qua muziek dan. Vindt ze altijd leuk. “Zal ik raden?” roept ze, alsof ze weet wat er komt. Dan luistert ze aandachtig naar een nummer en vraagt: is dit Engels? Is dat een gitaar? Of, bij Adèle, waarom moet die vrouw zo huilen?

Een paar weken geleden namen we haar mee naar een kinderconcert. Een afgeladen zaal vol kinderen, die kennismaakten met klassieke muziek. Ademloos zaten ze naar Prokovjev’s prachtige stuk “Peter en de Wolf” te luisteren. De dieren in het stuk hebben allemaal een eigen instrument en een herkenbare melodie. En het is een mooi verhaal, een beetje eng.

Thuis wilde ze het stuk nog een keer horen. En nog een keer. Ik haalde de platenspeler van zolder en vond een stapeltje oude LP’s. Ja hoor, daar was-ie, mijn eigen grijsgedraaide Peter-en-de-Wolf-plaat uit de jaren ’70. Wat een nostalgie! Samen met je kind luisteren naar muziek die je zelf als kind zó mooi vond.

De volgende dag checkte mijn kleuter de rest van mijn oude platen. Een LP met Duitstalige kinderliedjes? “Mama, kijk nou, dat is niet zo cool, he?” Ehm, nee. “En deze dan? Zet die vier meneren eens op? Wat kijken ze vrolijk!”

Nu hebben mijn dochter en ik samen een nieuwe lievelingsband.

Filevorming in je huis

Besta kast

We groeien dicht. Ons huis dan bedoel ik. De hoeveelheid spullen blijft het huis maar instromen. En er gaat vrijwel niets uit. Het gevolg is filevorming..op de trappen, op de gangen, onder de strijkplank, onder de bedden, en ja, zelfs in de kasten. Laatst hebben we er nog maar een Besta deel bijgekocht. Helpt natuurlijk geen zier. Binnen mum van tijd is het ook daar een wanorde van jewelste. Want hoe weet ik achter welk van de 16 deuren nu die leuke knabbelbakjes uit Portugal staan, de nieuwe batterijen, die handige mini- kruiskopschroevendraaier of die mooie pen van een van de kids, gekregen van een vriendje.

Het zijn vooral de kinderen natuurlijk die zorgen voor kilo’s speelgoed, boekjes, knutselspulletjes en kleding. En we zitten in de overgang van: DUPLO is zo af en toe nog leuk, de babygyms zijn weer interessant – naar LEGO en CARS flipperkasten. Nu gaat er regelmatig een doos of tas  mee naar Suriname of Marokko of naar een vriendin die net even jongere kinderen heeft. Maar de snelheid van invoer gaat even hard als die van de uitvoer. Kortom: het schiet niet echt op. Filevorming alom.

Ook wat betreft de kleding. Twee jongetjes gekregen. Best handig. Kan de hele garderobe nog een keer mee. Denk je. Alleen wel een beetje jammer dat het postuur van de een in de verste verte niet in de buurt komt van die van de ander. De een stevig, de ander aan de tengere kant. En dan die seizoenen. Had de oudste maat 92 in de winter, de ander heeft die in de zomer. En zo zijn we al jaren ieder seizoen al die dozen met kleding (overigens zeer keurig op maat en soort gesorteerd) van de oudste aan het doorspitten: ‘Juiste maat? Smal genoeg? Juiste seizoen?’ En dan kom je dus tot de ontdekking dat je, ondanks die dozen vol kleding, de jongste werkelijk niets, maar dan ook niets voor de zomer heeft. Dat wordt dus winkelen. En laat ik daar nu echt een hekel aan hebben.

Goed. We blijven volhouden. Kleding van pa en ma die al veel te oud en veel te lang hangt en ligt te verstoffen: weg ermee. Naar de kledingbak of gewoon de container in. Maar ook daar gaat iets mis. Ongemerkt ligt er namelijk al jaren overal en nergens kleding door het hele huis: in de badkamer, op of onder de kapstok, over de balustrade en in die handige bergkast. Die kunnen dus mooi in de opgeruimde grote-mensen-kledingkast. Resultaat: kast puilt weer uit.

Nu is het zover gekomen dat ik gewoon echt moet gaan shiften. Gelukkig heb ik een geweldige hulp die mijn worstelingen al jaren aanschouwt en af en toe roept: “Misschien kun je dat eens weg doen?”. Dus jongetje-lief: geen babyflesjes meer drinken. Want ja, die gaan allemaal naar een échte baby. Op dit moment staat er op elke verdieping tot in de garage aan toe, een tas of doos, of een verzameling ervan, die tot de betreffende categorie ‘moet weg’ behoort. Wachtend op het moment dat óf die vriendin langskomt, óf ik erheen ga, of die lieve mensen weer naar het weeshuis in Marokko gaan.

Dan de boeken. Gelukkig gaan er binnenkort weer honderden een ander thuis vinden. Bij de verbouwing van ons huis lieten we 18 meter boekenplanken inbouwen. En dan zo diep, dat er twee rijen achter elkaar kunnen staan. In feite dus 32 meter. Wat denk je: ze liggen nu werkelijk overal. Ik kan geen kast meer opendoen of er schuilt een mooie roman, een leuk vakantieboek of eentje van de wat meer  filosofische soort achter.

Goed, ondertussen staat er op zo’n plek of tien wel een hoopje vaags ‘dat weg kan’. Af en toe vliegt het me naar de keel en vraag ik me af: waarom gooi je het niet gewoon bij het afval? Maar nee, ze zijn te mooi om -hupsakee- die container in te gooien. Een ander zal er nog plezier van hebben.

Eigenlijk vind ik het te erg. Zoveel spullen in huis. Ik schaam me er eigenlijk gewoon voor. Wat een materialistisch gedoe allemaal. En dat terwijl ik helemaal niet het type ben van ‘hup, ik koop maar iets nieuws, gewoon voor de leuk’. Maar wat je zo in de jaren verzamelt kent geen grenzen.

Aardig is wel dat je huis vele verrassingen kent. Ik heb natuurlijk geen flauw idee meer waar al die spullen zijn gebleven. En zo kom je nog eens wat tegen, op je struistocht naar een telefoonsnoertje. Zoals dat ene kettinkje van je zoontje waar hij zo aan gehecht was. Wat zal die blij zijn als hij straks thuiskomt!

Alles is… MOOI!

Wat leuk om vandaag gast op Mooidus te zijn! Ik volg Barbara vanaf haar eerste blog op de voet. Even had het er zelfs op geleken dat we samen ‘bloggend’ van start zouden gaan, maar uiteindelijk zijn we ieder een eigen kant op gegaan. En in beide gevallen is dat meer dan MOOI dus! 

foto - versie 2

Ik zal me even voorstellen: mijn naam is Marjolijn, ik ben 48, woon zowat mijn leven lang in Muiderberg, ben ruim 20 jaar getrouwd en moeder van een zoon van 11.

Tien jaar geleden heb ik, samen met Ellen (een klasgenootje van de basisschool) én vriendin Hanneke de beauty salon ‘mooi voor je handen, voeten en huid’ opgestart. Het liep al snel als een tierelier, dus hebben we de salon uitgebreid met Joan van ‘mooi massage’. Vier ZZPers onder één dak, dus vier ‘meisjes van mooi’ – samen zijn we MOOI MUIDERBERG, de leukste no-nonsens salon van Nederland en omstreken.

salonmooi

Barbara en ik kennen elkaar vanaf 2009. Ik heb ongeveer twee jaar praktisch naast haar gewoond – en in die tijd amper één woord met haar gewisseld. Daar kwam pas verandering in toen Bar voor een optreden bij de plaatselijke toneelvereniging rode, lange nagels nodig had. Zo kwam zij in onze salon terecht en sprak ik haar voor het eerst, écht. Een leuk gesprek met ‘een klant’ maar meer was het ook niet… Of beter gezegd: nóg niet.

IMG_2578

Daarna kwam ik haar veelvuldig op Facebook tegen, met name in de Inwoners groep van ons dorp. We reageerden op dezelfde soort discussies of berichten. En vaak gebeurde het, dat zij al een reactie gaf, terwijl ik nog driftig zat te typen op een soort gelijk antwoord… We waren gelijkgestemden, dat bleek al snel.

In dezelfde tijd ontving ik van haar een berichtje via Facebook (waar anders?) waarin Bar me vroeg of ik er bezwaar tegen maakte als zij de naam ‘mooi’ zou gebruiken voor de door haar bedachte plaatselijke verkoopgroep ‘Mooi uit ‘t Gooi’. Dat had ik niet, helemaal gezien het feit dat ik direct verslingerd raakte aan het koopjes jagen binnen die groep. Ons eerste directe contact was nadat Barbara in die groep groene, korte, leren laarsje voor € 10 euro in de aanbieding deed en ik daar als eerste op reageerde. Ik snap trouwens nog steeds niet waarom ik in godsnaam zo fanatiek op die groene laarsjes geboden heb – omdat ik een bloedhekel heb aan groen! Hou het er maar op dat die ontmoeting gewoonweg geregeld móest worden omdat wij samen ‘chicks on a mission’ zouden worden. Ik ging die laarsjes passen maar liep een uur later bij haar de deur uit met een vele betere deal.. Samen de strijd aan tegen een onzalig plan van de gemeente: een kunstgrasveld bij de (door velen) geliefde historische dorpsingang van ons mooie dorp! Die groene laarsjes heb ik de volgende dag al weer doorverkocht..

IMG_2492

Tijdens een vergadering van de gemeenteraad over dat hockeyveld maakten we kennis met nog veel meer mensen met een ‘Hart voor Muiderberg’. En wat er toen gebeurde… Binnen twee dagen waren we continue met elkaar op Facebook te vinden in een speciaal aangemaakte (geheime) groep. Binnen een week hebben we een stichting opgericht. En na een paar weken lag daar, mede door de hulp van heel veel mensen die ontiegelijk veel werk hebben verricht: een complete website, een berg aan onderzoek, een serieuze zienswijze, een online petitie en ruim 600 handtekeningen van medebewoners die tegen de komst van dit veld waren. BANG!

IMG_3571

Vanaf dat moment hebben Barbara en ik elkaar niet meer losgelaten. Elke dag hadden we chatjes via Facebook en zo leerden we elkaar goed kennen. We ontdekten steeds meer raakvlakken en gedeelde interesses. Neem onze DIY manie: zelf getimmerde loungebankjes van pallethout. Dat we het in ons hadden om te klussen, hilarisch gewoon! Toch flikten we het en lagen menige zwoele zomerdag te relaxen op onze eigengemaakte bedjes. Of wat te denken van ons ‘haak’ avontuur: in één avond een poef haken, waarvan onze kinderen niet geloofden dat hun moeders die écht zelf hadden gemaakt! We konden het zelf amper geloven, twee vrouwen met, op dat gebied, linkerhanden.

IMG_0889

Verder merkte ik dat wij een boel karaktereigenschappen delen, waarvan de leukste (maar voor onze directe omgeving beslist de lastigste) is: ‘je vastbijten in iets en het vervolgens niet kunnen loslaten’. Onze mannen wisselen er tijdens voetbal vaak klachten over uit. Ze hebben wat dát betreft ook echt wat met ons te stellen, zoals wij als twee ‘fanatics’ bezig zijn, vaak tot diep in de nacht…

Maar ook ideeën over ‘ondernemen’ en ‘netwerken’, daar staan we exact hetzelfde in. We voelen allebei gewoon dat er óóit, op dat vlak, nog wel een samenwerking aan zit te komen maar hoe, wat en waar? Dat blijft nog even vaag. Voorlopig zijn wij nog te druk met onze eigen MOOI’s dus!

IMG_0867