Tag Archives: Fietsen

Bloederige hobby

Mijn dochter heeft een eigen willetje. Vastberaden is ze, best leuk om dat te zien. Soms denk ik ook: ‘Wat is dat kind toch stronteigenwijs.’ Zo weigerde ze een half jaar pertinent om te fietsen omdat ze het eng vond. Maar de zijwieltjes mochten ook niet terug – dat was niet stoer.

Een impasse, die vorige week abrupt werd beëindigd. Dochterlief had ontdekt dat een vriendinnetje in de zomer had leren fietsen. Nu wilde zij ook, liever gisteren dan vandaag.

In een halve middag leerde ze opstappen, wegrijden (flink doortrappen!) en een beetje balans houden. De basics van het remmen heb ik haar ook nog laten zien, maar daar had ze geen tijd meer voor. “Ik wil niet stoppen, mam, ik wil fietsen!”

En weg was ze. Met kloppend hart (een mix van enorme trots en moederlijke bezorgdheid) keek ik mijn kleuter na, die in steeds grotere cirkels over de parkeerplaats slingerde.

IMG_5042

Na een minuut lag ze op de grond, met een schaafwond op haar knie. Verontwaardigd begon ze te huilen. “Nee mop, je hoeft niet te huilen – vallen hoort er helemaal bij als je leert fietsen,” beweerde ik. En tot mijn verbazing knikte ze. Zwijgend stapte ze weer op. Vijf minuten later reed ze op volle vaart de heg in. Grote kras op haar wang. “Gaat het, liefje?” “Geeft niet.”

Inmiddels fietst ze (nog steeds erg wiebelig) door het hele dorp. Haar fiets loopt aan en ratelt, zo vaak is hij op de grond gekletterd. En mijn kind is qua uiterlijk veranderd van een zoet prinsesje in een aangeslagen prijsvechter. Overal blauwe plekken, schaafwonden, tand door de lip.

Van de week (ze had net een stukje van haar melktand gebroken) zei ik: nu is het genoeg. Je moet eerst goed leren remmen, anders mag je er niet meer op. Waarop zij: “Nee mam, remmen is niet leuk. Ik doe liever mijn voeten in de lucht.” Ik was onverbiddelijk. Zuchtend liet ze me zien dat ze bést snapt hoe de terugtraprem werkt, om daarna weer gevaarlijk zwabberend verder te rijden.

“Fietsen is het allerleukste wat er bestaat,” vertelde ze mij dit weekend. We hadden een tochtje gemaakt, samen op de fiets, naar een hele verre plek. Eentje die ze zelf had uitgezocht. “Eerst fietsen. Dan filmpjes kijken. Dan schommelen. Dan knippen.”

Ik heb een nieuwe rol pleisters gekocht.

Altijd weer die Franse camping

Vroeger (B.C., oftewel before children) was ik nooit zo’n campingfan. Als kinderloze volwassene vierde ik mijn vakanties in een hotel in een leuke binnenstad of in een wijngebied . De gekochte wijn bleef dan tenminste goed onder de airco in de hotelkamer, die ik de hele dag aan liet staan.

Maar met kleine kinderen is alles anders. De zomervakantie doorbrengen in een hete stad, op elkaar gepakt in een appartementje of een familiekamer lijkt me geen pretje, meer iets voor de herfstvakantie. Een gehuurd huisje via airbnb is leuk, maar er moeten ook andere kinderen zijn. En een zwembad, zodat het watervrij worden nog wat wordt bespoedigd in de vakantie. En op dat moment komt de camping in beeld.

camping bord 1

Zonder te verdwalen

Onze vakanties zijn dus al een aantal jaren hetzelfde: we zitten op een camping, met zwembad en een springkussen. Het is groen, we zijn altijd buiten, de  fietsjes gaan mee, zodat de kinderen lekker kunnen rondcrossen. En dan zitten we in een mobilhome. Zo’n camper is eigenlijk een lelijk, landschapsverpestend ding. Maar zo hoeven we tenminste niet met een toiletrol onder de arm naar het sanitairblok. Voor de kinderen is kamperen geweldig: het o zo spannende benaderen van nieuwe speelkameraadjes, sluipen door (in de ogen van volwassenen) minieme bosjes rond de camping, en helemaal alleen een rondje lopen over de camping… “Zonder te verdwalen, mama!”

giraf2-websitePain au chocolat

Die camping is altijd in Frankrijk. Niet te ver weg, maar je hebt er toch beter weer, lekker eten en enorm veel te zien. Daardoor zijn een aantal van onze vakantie-ervaringen dus altijd dezelfde: bij het ontbijt op de eerste dag ga je je altijd te buiten aan veel te veel croissants en pain au chocolat. De bezoekjes aan de hypermarché kunnen rustig een paar uur duren. Iedere toren van de nabije kasteelruïne moet worden beklommen. Een klassieker: ’ s ochtends stokbrood halen en de helft al opeten vóór het ontbijt.

En natuurlijk mijn heimelijke genoegen: Franse vrouwentijdschriften lezen, waarin het alleen maar gaat over ontrouw, cellulitis en welke accessoires ‘ in’ zijn op het strand. In de zomer zit er steevast een stel badslippers, een bikini of een strandtas bij. Vaak een prul, maar toch leuk. Waarom hebben ze dat in Nederland niet?

Krekels

Ieder voorjaar neem ik me voor om het origineler aan te pakken. Waarom boeken we geen Oostenrijkse boerderijvakantie of een huisje in Tsjechië ? Of reizen we af naar het tapaswalhalla in Spaans Baskenland? Tot nu toe mislukt dit steevast. En ook dit jaar is het er weer niet van gekomen – te ver, te heet of juist niet warm genoeg, of gewoon te laat geboekt. Dit jaar gaan we naar de Provence. Ik ben er vaker geweest en ik heb er dierbare herinneringen aan – zoals ongeveer en kwart van de wereldbevolking. Ik heb enorm veel zin om olijfbomen, krekels, lavendelvelden en dorpjes met stenen fonteinen en meloenstalletjes langs de weg te zien. En krekels te horen. Eigenlijk heb ik altijd zin in de Provence.

Ik wens jullie een fijne vakantie!