Tag Archives: Kind

Bloederige hobby

Mijn dochter heeft een eigen willetje. Vastberaden is ze, best leuk om dat te zien. Soms denk ik ook: ‘Wat is dat kind toch stronteigenwijs.’ Zo weigerde ze een half jaar pertinent om te fietsen omdat ze het eng vond. Maar de zijwieltjes mochten ook niet terug – dat was niet stoer.

Een impasse, die vorige week abrupt werd beëindigd. Dochterlief had ontdekt dat een vriendinnetje in de zomer had leren fietsen. Nu wilde zij ook, liever gisteren dan vandaag.

In een halve middag leerde ze opstappen, wegrijden (flink doortrappen!) en een beetje balans houden. De basics van het remmen heb ik haar ook nog laten zien, maar daar had ze geen tijd meer voor. “Ik wil niet stoppen, mam, ik wil fietsen!”

En weg was ze. Met kloppend hart (een mix van enorme trots en moederlijke bezorgdheid) keek ik mijn kleuter na, die in steeds grotere cirkels over de parkeerplaats slingerde.

IMG_5042

Na een minuut lag ze op de grond, met een schaafwond op haar knie. Verontwaardigd begon ze te huilen. “Nee mop, je hoeft niet te huilen – vallen hoort er helemaal bij als je leert fietsen,” beweerde ik. En tot mijn verbazing knikte ze. Zwijgend stapte ze weer op. Vijf minuten later reed ze op volle vaart de heg in. Grote kras op haar wang. “Gaat het, liefje?” “Geeft niet.”

Inmiddels fietst ze (nog steeds erg wiebelig) door het hele dorp. Haar fiets loopt aan en ratelt, zo vaak is hij op de grond gekletterd. En mijn kind is qua uiterlijk veranderd van een zoet prinsesje in een aangeslagen prijsvechter. Overal blauwe plekken, schaafwonden, tand door de lip.

Van de week (ze had net een stukje van haar melktand gebroken) zei ik: nu is het genoeg. Je moet eerst goed leren remmen, anders mag je er niet meer op. Waarop zij: “Nee mam, remmen is niet leuk. Ik doe liever mijn voeten in de lucht.” Ik was onverbiddelijk. Zuchtend liet ze me zien dat ze bést snapt hoe de terugtraprem werkt, om daarna weer gevaarlijk zwabberend verder te rijden.

“Fietsen is het allerleukste wat er bestaat,” vertelde ze mij dit weekend. We hadden een tochtje gemaakt, samen op de fiets, naar een hele verre plek. Eentje die ze zelf had uitgezocht. “Eerst fietsen. Dan filmpjes kijken. Dan schommelen. Dan knippen.”

Ik heb een nieuwe rol pleisters gekocht.

Meidenhuis

Ik ben een poosje alleen thuis. Mijn vriend is eergisteren op de boot gestapt om hem uit te zeilen naar onze vakantiebestemming. En dat gaat wel even duren, want een zeilboot gaat niet hard, zelfs niet als je de wind mee hebt. Als je tempo wilt maken, kun je beter op de fiets gaan, dat is sneller. Vriend & boot hebben dus een beetje voorsprong nodig, zodat we elkaar over 10 dagen in het buitenland kunnen treffen.

Alleen thuis. Nou ja, niet echt alleen natuurlijk, mijn kleuter is er ook. Maar de sfeer is wel helemaal anders! Vriend had de deur nog niet achter zich dichtgetrokken of er lag een enorme hoeveelheid knuffels in mijn bed. ‘Mama, ik slaap vanavond bij jou.’ Gezellig, doen we, riep ik. En dat was het natuurlijk ook – heerlijk, als je na een lange dag tussen de dekens kruipt en daar ligt dat kleine krullenkoppie in diepe slaap naast je. Tot vanochtend om kwart voor zes. ‘HEY MAM! BEN JE AL WAKKER! ZULLEN WE OPSTAAN? IK GA WAT KNUTSELSPULLEN PAKKEN! WAAR IS HET PLAKBAND? MAG IK CRUESLI?”  Ik vrees dat mijn dagen de komende tijd een stúk vroeger beginnen.

10443490_861388830555872_5456113303914528530_n (1)

Vanochtend begon de polonaise om half zes.

Kleuter mist haar papa. Om de haverklap vraagt ze: wat denk je dat hij nu doet? Is hij aan het varen? Zullen we bellen? — Papa smeert mijn brood heel anders. Kan jij dat wel? — En: Als ik 8 ben mag ik een konijn. Maar misschien vergeet papa dat, nu hij weg is. Zullen we bellen? Dit schiet niet op. Vriend heeft zojuist Enkhuizen bereikt (inderdaad, een uurtje met de auto, toch ruim een halve dag met de boot!) en heeft al drie telefoontjes van zijn dochter gehad.

In de middag nemen we een besluit: we gaan alles anders dan anders doen. We beginnen met een picknick op zolder, knapzak mee. Ondertussen plannen we een meisjes-uitje (we gaan alle dingen doen die papa niet leuk vindt) en daarna trekken we onze matching ballerina’s aan. Als je dochter vier is, is het in mijn ogen volkomen geoorloofd om dezelfde schoenen te dragen. Helaas vindt zij dat we dit ons leven lang moeten volhouden. Daar ben ik nog niet helemaal uit.

En in de avond is het over. Kleuter kruipt weer als een zonnetje in bed. ‘We missen papa nog wel’, zegt ze, ‘maar nu hebben wij een ander leven.’ De volgende ochtend springt ze om half zes op mijn kussen. Welkom in ons meidenhuis.

Op de bres voor je kind

Kalle ElvisHerinner je je de stukken van Sonja op deze blog? In januari schreef zij voor Mooidus een paar indringende verhalen over haar leven met meervoudig gehandicapt zoontje Kalle.

Over het inrichten van de babykamer, toen Sonja en haar man nog helemaal van niks wisten.

En over de lange, lange weg naar een aangepaste stoel voor hun kleine hummel. Een jongetje dat niet groeit, niet zelf kan eten, niet eens kan lachen. Een jongetje waar ze zielsveel van houden. Waar ze alles voor doen.

Sonja en Jan hebben inmiddels een groter gezin, met een jongetje van 2 en een meisje van bijna een jaar. De zorg voor Kalle is echter niet minder geworden, eerder meer. Gelukkig kunnen ze gebruik maken van een potje met geld, dat bedoeld is voor ‘zorg op maat’. Persoonsgebonden Budget (PGB) heet dat in overheidstermen. Met het PGB van Kalle kunnen Sonja en Jan een gespecialiseerde oppas en verpleegkundige inhuren. Dat werkt beter dan Kalle in een dagverblijf stoppen.

Sonja wilde graag verder schrijven voor Mooidus, maar werd ingehaald door de realiteit. Onze regeringscoalitie is namelijk bezig met enorme hervormingen in de zorgsector. Eén van de grote veranderingen is dat het PGB op de schop gaat. In de Tweede Kamer wordt gediscussieerd, achter de schermen gaan lobby groepen tot het uiterste om dat wat goed werkt te behouden. De beoogde veranderingen (beter woord: bezuinigingen) kunnen enorme consequenties hebben voor Kalle en het beetje kwaliteit van leven dat dit kindje heeft.

Daarom was Sonja’s keuze snel gemaakt: niet bloggen over Kalle, maar actie voeren! Samen met andere ouders van meervoudig gehandicapte kinderen die hun PGB kwijt dreigen te raken, is Sonja regelmatig in touw. Twitter-acties. Informatie voor Kamerleden. En ingezonden brieven.

Sonja Markowski en haar man Jan van Bijnen voor de geboorte van Kalle. Nu zijn ze ouders van een meervoudig gehandicapt zoontje én begnadigd musici.

Sonja Markowski en haar man Jan van Bijnen voor de geboorte van Kalle. Nu zijn ze ouders van een meervoudig gehandicapt zoontje én begenadigd musici.

Deze week  reageerde Sonja in De Volkskrant op een lang artikel over misbruik van PGB’s. De strekking van dat stuk, in de weekendkrant, was uitermate negatief. (Hier lees je een korte samenvatting.) Terecht, als je bedenkt dat er mensen rondlopen die het geld, bestemd voor gespecialiseerde zorg, opmaken aan dure auto’s en reizen. Maar onterecht, als je er éven bij stilstaat dat de overgrote meerderheid van PGB’s zuiver en eerlijk wordt besteed. En dat de overheid geld en heel veel administratieve rompslomp bespaart, door ouders zelf verantwoording te geven.

Zoals wel vaker bij bezuinigingen, spelen er allerlei emoties rond dit onderwerp. De mensen die gekort dreigen te worden doen alles wat ze kunnen om die kortingen tegen te houden. De mensen die de verandering willen doorvoeren, zullen allerlei manieren bedenken om aan te tonen waarom het huidige systeem niet werkt. (Bijvoorbeeld door heel hard te roepen: er wordt misbruik van gemaakt!)

Mag ik hier even de 10-80-10 regel op loslaten? Welke groep je ook bekijkt, er zullen altijd 10 procent zijn die proberen er de kantjes vanaf te lopen. 80 procent van de groep doet het gewoon zoals je verwacht. En 10 procent doet zijn uiterste fucking best om het geweldig te doen. Dat is ook zo bij PGB’s. 10 procent maakt (licht of zwaar) misbruik. Tachtig procent niet. En tien procent doet er alles, maar dan ook alles voor, om te bewijzen dat PGB’s de beste manier zijn om zelf zorg in te kopen – laagdrempelig, persoonlijk maatwerk.

Het zal je niet verbazen dat Sonja bij die laatste groep hoort. Mooidus steunt haar strijd van harte. Hier is de ingezonden brief, die De Volkskrant plaatste. Ik hoop dat we samen de beeldvorming rond PGB’s een beetje minder scheef krijgen. Voor een heldere kijk op de zaak moet je hem namelijk altijd van twee kanten bekijken.

Persoonsgebonden budget

Lamgeslagen. Zo voel ik me na het lezen van het artikel ‘Graaien in de zorgpot’ (Ten eerste, Vonk, 31 mei). Dit artikel is de zoveelste klap in het gezicht van de pgb-houders. Mensen zoals wij die met de hand op hun hart kunnen zeggen dat zij het pgb gebruiken waar het voor is bedoeld: voor het op maat inkopen van zorg.

In ons geval zorg voor ons zwaar gehandicapte zoontje van 4 die 24 uur per dag toezicht en zorg nodig heeft, dagelijks geteisterd wordt door vele epileptische aanvallen, niets zelf kan, niet communiceert en niet lacht. Eén-op-éénzorg die door geen enkele instelling geleverd kan worden. Zorg dus die hij zonder het persoonsgebonden budget simpelweg niet zou kunnen krijgen.

Na vier jaar kunnen we eindelijk zeggen dat we de juiste zorgverleners hebben gevonden: goede, betrouwbare, flexibele mensen. De communicatie verloopt via korte lijnen, ze kennen ons zoontje. De zorg die zij leveren is stukken goedkoper dan de meeste zorg die door instanties/instellingen wordt geleverd. Geen 60 euro per uur (zoals een thuiszorgorganisatie die in het eerste jaar zorg leverde) of 50 euro per uur (het medisch kinderdagverblijf waar ons zoontje een jaar lang een dag per week naartoe is geweest). Maar 20-30 euro per uur, waardoor we méér uren kunnen inkopen. Deze manier van zorg inkopen stelt ons als gezin in staat enigszins te functioneren.

Waarom kiest De Volkskrant ervoor om juist een negatief artikel over het pgb te schrijven, terwijl er zoveel ‘positieve’ verhalen zijn. Hoewel het woord positief in deze samenhang bijna cynisch klinkt. Er is wat ons betreft niks positiefs aan het hebben van een zwaar gehandicapt, vaak oncomfortabel kind.

Om me heen zie ik veel andere gezinnen die het – net als wij – zonder het pgb niet zouden redden. Wat moeten we dan met onze kinderen? Schrijf dáár eens over!

Sonja Markowski, Rotterdam

 

 

Jeugdzorg: wat een zorg!

Mijn vriendin Marjolijn Bruurs heeft een schoonheidssalon in een klein dorpje onder de rook van Amsterdam.Veel klanten komen niet alleen voor hun nagels, huid of voeten, maar bouwen daar vertrouwensrelaties en vriendschappen op. Vandaar dat ze veel horen en zien, tussen de behandelingen door. Het onderstaande verscheen vandaag op de blog van Marjolijn en haar collega’s (www.meisjesvanmooi.nl). Ik plaats het in zijn geheel op Mooidus. Omdat sommige  verhalen niet ‘mooi dus’ zijn, maar wél een zo groot mogelijk bereik verdienen!

Al jaren heb ik een klant in de salon, die samen met haar man de zorg heeft voor een aantal pleegkinderen. Na alle verhalen over de meest vreselijke gebeurtenissen waar zij en haar gezin mee te kampen kregen, snap ik wel waarom Jeugdzorg een enorm tekort heeft aan pleegouders. De ondersteuning die je als pleegouders denkt te krijgen, is dikwijls ver te zoeken. En heel eerlijk; Ik zou er persoonlijk écht niet aan moeten denken om zo’n zware taak op me te nemen..

Vanaf eind jaren tachtig hebben mijn klant en haar echtgenoot al te maken met Bureau Jeugdzorg Noord Holland. Bureau Jeugdzorg komt op voor de rechten en plichten van het kind. Zij helpen als er problemen zijn tussen ouders en kinderen. Bijvoorbeeld als er sprake is van geweld of seksueel misbruik. Ook helpen zij als een kind zich crimineel gedraagt en bijvoorbeeld steelt of vecht. Maar ook als er problemen zijn op school, bijvoorbeeld als het kind veel slechte cijfers haalt of veelvuldig spijbelt. En als de kinderrechter opdracht geeft om toezicht te houden en de veiligheid van een kind te beschermen of om het opnieuw plegen van strafbare feiten te voorkomen, doen zij dat ook. Bureau Jeugdzorg Noord-Holland is het eerste aanspreekpunt voor alle vormen van jeugdzorg in deze provincie.

20140531-233230-84750907.jpg
Het eerste pleegkind die mijn klant en haar echtgenoot onder hun hoede namen, was een zogenaamd vakantiekind. Dit meisje kwam alleen in de vakanties en later ook wel weekendjes bij het gezin, puur om even helemaal van de ellende van thuis weg te zijn.
Omdat dat zo goed beviel en mijn klant het idee had, om hét verschil voor nog een Jeugdzorg-kind te kunnen maken, besloten zij en haar man om ‘huis en hart’ open te stellen voor een vast pleegkind..

Zo kwam het dat zij twintig jaar geleden werden verblijdt met een schattig meisje van vier. Een kleutertje met prachtige, grote blauwe ogen. Ogen waar je, als je goed keek, haar verschrikkelijke verleden in terug kon zien.. Zij droeg op 4 jarige leeftijd al een enorme rugzak met zich mee omdat haar moeder door verslavingen en verkeerde relaties , niet voor haar en haar jongere zusje kon zorgen.. Beide kindjes waren zwaar verwaarloosd, mishandeld en getraumatiseerd en uiteindelijk door de kinderbescherming uit huis geplaatst en ondergebracht in een kindertehuis in afwachting van een pleeggezin. Het jongste kindje werd als eerste in een gezin geplaatst en weer kreeg het oudste zusje een klap te verstouwen… Ze werd gescheiden van hetgeen haar het liefst en meest vertrouwd was; haar kleine zusje. Gelukkig werd er voor haar binnen een paar maanden ook een gezin gevonden. Het gezin van mijn klant…
Gruwelijk dat het voorkomt; wat een leed op zo’n jonge leeftijd. Het kan niet anders dan dat dit soort kinderen beschadigt zijn door al deze trauma’s. En hoe ruimhartig is het dan, dat je juist zo’n kindje opneemt in je gezin en ook je huis openstelt voor de biologische ouders en opa’s en oma’s, zodat er altijd contact zou kunnen blijven met de mensen die je echte familie zijn. Mooi en nobel van mijn klant en haar echtgenoot maar ik denk dat als ze toen geweten hadden, wat er nog meer op hun pad zou komen, ze destijds waarschijnlijk niet deze keuze gemaakt hadden..

20140531-234006-85206121.jpg

Omdat het meisje zo getraumatiseerd was, werd al snel duidelijk dat er behoorlijk veel ‘extra’ zorg nodig was. Zij bleek met name enorm veel moeite te hebben om zich aan te passen aan een gewone gezinssituatie. Je zou denken dat er dan alle mogelijke moeite gedaan zou worden vanuit een instantie als Jeugdzorg, om het meisje verder op weg te helpen.. Helaas was dat niet het geval. Het enige dat gedaan werd, waren maandelijkse gesprekjes met een zogenaamde gezinsvoogd. Alle zorgen vanuit de pleegouders werden min of meer weggewimpeld en uiteindelijk escaleerde de boel toen het meisje in de pubertijd kwam. De pleegouders waren onervaren met dit soort kinderen en kregen totaal geen ondersteuning, tips of uitleg van de zorgexperts. De situatie was onhoudbaar, niet alleen voor haar maar ook voor de rest van het pleeggezin. Jeugdzorg had als oplossing een tijdelijke overplaatsing naar een tehuis waar ze eindelijk de benodigde therapieën zou gaan krijgen. Helaas was dat geen succes. In plaats van weer op het rechte pad te komen, raakte het meisje nog verder van dat pad; ze kwam in het tehuis in aanraking met verkeerde mensen die haar op een negatieve manier hebben beïnvloedt : roken, liegen, drinken en blowen waren dingen die dagelijks voor kwamen. Wat er van de therapieën terecht is gekomen, zullen de pleegouders nooit weten want alles liep destijds via Jeugdzorg. In de wandelgangen kregen de pleegouders wel wat te horen over de voortgang van de therapieën maar officieel is nooit een rapport ter inzage gegeven. Na een paar maanden werd het meisje weggestuurd uit het opvanghuis omdat zij, tegen de regels in, een relatie kreeg met een medebewoner. De oplossing van Jeugdzorg: terugplaatsing naar het pleeggezin..

In de tussentijd kreeg het meisje nog twee zusjes bij haar biologische moeder. ( ja, je leest het goed, moeder ging gewoon door met kinderen krijgen) Helaas ondergingen deze twee kinderen hetzelfde lot als hun twee oudere zusjes. Mishandeling en ernstige verwaarlozing. Niet zo gek want de moeder kon niet eens voor zichzelf zorgen. Op de leeftijd van 2 en 3 jaar oud werden de meisjes door Jeugdzorg opgegegeven als logeerkinderen, om op die manier een beetje tot rust te komen in een normale gezinssituatie.. Mijn klant nam de zusjes graag op in haar gezin. Na vier maanden bleek dat de thuissituatie onhoudbaar was geworden. Bij het terug brengen lag moeder laveloos van de drugs en de drank op de bank, was ze even daarvoor in elkaar geslagen door haar toenmalige partner, er was geen eten of drinken behalve flesjes bier, kortom geen goede situatie om de kindjes achter te laten. De pleegouders hebben de kinderen meteen weer mee naar huis genomen en de volgende dag Jeugdzorg ingeschakeld. Meteen werden de kinderen uit de thuissituatie gehaald en in crisisopvang bij mijn klant geplaatst. Crisisopvang betekent tijdelijke opvang maar omdat de meisjes nergens samen konden worden geplaatst, hebben mijn klant en haar man zich opgegegeven als vast pleeggezin. Drie meisjes uit één gezin op hetzelfde adres.. Het zou zo mooi geweest kunnen zijn, ware het niet dat de ellende toen pas echt begon..

De biologische vader was het namelijk niet eens met de uithuis-plaatsing van de kinderen. Net ontslagen uit de gevangenis, wilde hij zelf zorg dragen voor zijn kinderen. Hij vond dat ze hem, onterecht, waren afgepakt. Toen dat niet lukte, werd het hele pleeggezin door de vader bedreigt (zelfs met de dood) en lastig gevallen. Het contact hoefde volgens Jeugdzorg niet verbroken te worden. De meisjes MOESTEN één maal per week telefonisch contact hebben met de biologische ouders. Wel mocht de luidspreker aan, zodat meegeluisterd kon worden… De scheldpartijen van de vader naar de pleegouders waren niet van de lucht en dat alles via de kinderen.. Ik vraag me af: hoe traumatisch dat is voor zulke kleine kindjes.. De bedreigingen werden steeds heftiger, zelfs op school van de meisjes en in de buurt werden maatregelen genomen omdat men bang was dat de kinderen ontvoerd zouden worden. De telefonische bedreigingen hielden voor het pleeggezin pas op, toen na maanden toestemming gegeven werd dat een ander (geheim) telefoonnummer kon worden aangevraagd. De mensen die het oude nummer van KPN kregen toegewezen, toevallig ook klanten bij ons, zijn nog lange tijd telefonisch lastig gevallen…

Intussen bleef de bezoekregeling met de biologische ouders van ‘eens in de twee maanden’ gewoon van kracht. De meisjes werden door een gezinsvoogd van Jeugdzorg opgehaald en naar een ontmoetingsplek, ergens in ‘t Gooi, gereden. Drama’s waren dat want de kinderen waren doodsbang voor de vader. Met name de oudste heeft meerdere malen aangegeven geen contact met vader te willen vanwege alle dingen die hij haar in het verleden had aangedaan. De bezoeken moesten van Jeugdzorg desondanks gewoon doorgaan. Na de bezoeken vertoonden de meisjes heel bizar, destructief gedrag; ze knipten bijvoorbeeld alles kapot, zelfs hun eigen haar moest het ontgelden. Niet alleen de pleegouders, maar ook de gezinsvoogd van de meisjes was doodsbang voor de biologische vader. Zij werd namelijk ook enorm bedreigt en de vader wist zelfs haar privé adres te achterhalen… Toen hij dreigde om het kleutertje van de voogd iets aan te doen, is de voogd uiteindelijk,door Jeugdzorg zelf, van de zaak afgehaald.

Het gedrag van de meisjes werd almaar erger en uiteindelijk is er vanuit de pleegouders en een nieuwe gezinsvoogd, via de rechter, bedongen dat de bezoekregelingen met de biologische vader werden gestaakt. De kinderen moesten van de rechter eerst helen van alle trauma’s en er moesten therapieën in gang gezet worden bij De Bascule, een academisch centrum in Amsterdam, die psychiatrische zorg aan kinderen, jongeren en gezinnen verleent. De diagnoses die in dit centrum gesteld werden: PTSS, ADHD en een hechtingstoornis… Een zware taak voor de pleegouders!

20140531-234626-85586409.jpg

Lange tijd ging het, door toedoen van de Bascule, bergopwaarts met de kinderen. Zij werden ingesteld op de juiste medicatie en kregen een hele lieve gezinsbegeleidster toegewezen, waar zij een goede band mee kregen. De meisjes bloeide op. Maar helaas, het was van korte tijd. Na twee jaar intensieve behandelingen en begeleiding gaf Jeugdzorg aan dat de behandelingen gestaakt werden. Als reden gaven zij dat er geen geld meer was om onder behandeling bij de Bascule te mogen blijven. Jeugdzorg zorgde weer dat er via hen een gezinsvoogd en pleegzorgwerkster werden aangesteld. Met name de laatste was goud waard. Helaas moest deze medewerkster, wederom door bezuinigingen, overgeplaatst worden. Na een paar weken ging het opnieuw bergafwaarts.. Al gauw bleek dat kinderen niet zonder behandeling en professionele begeleiding konden. De pleegouders hebben toen uit machteloosheid zelf een cursus gedaan via de Bascule, om zodoende te leren hoe je moet omgaan met getraumatiseerde kinderen. Hierdoor kregen ze weer een jaar extra begeleiding. Maar helaas werd dit ook weer gestaakt, door geldgebrek… Een gebed zonder eind leek het wel en weer waren de pleegkinderen hier de dupe van!

Maar niet alleen de jongste pleegkinderen.. Wat te denken van het oudste zusje! Zij schaamde zich vreselijk voor de hele situatie en had grote zorg om haar zusjes.. De emmer liep over en ook zij ging weer raar gedrag vertonen. Uiteindelijk werd zij overgeplaatst naar een ander tehuis van Jeugdzorg. De situatie is daar uiteindelijk onhoudbaar geworden en het meisje werd uit het huis gezet. Moet je voorstellen: Weggestuurd worden uit een huis van Jeugdzorg zelf. Hoe bestaat het! De enige oplossing van Jeugdzorg was om haar terug te plaatsen bij haar biologische moeder…. (!) Oplossing?????
Nee dus! Ook daar escaleerde de boel en uiteindelijk is het meisje , na ruzie met haar biologische moeder, weggelopen en heeft op 16 jarige leeftijd min of meer een zwervend bestaan geleidt, zonder inkomen, zonder ziektekostenverzekering en zonder dak boven haar hoofd.. Ik zal hier maar niet uitweiden over de leefomstandigheden van dit meisje maar fraai was het allerminst! En waar was Bureau Jeugdzorg in die tijd? Nou om precies te zijn.. NERGENS! Het meisje werd door hen gewoon de laan uitgestuurd. Jeugdzorg vond dat ze alles hadden gedaan wat er in hun macht lag en vanaf daar moest het arme kind het zelf maar uitzoeken. Gelukkig hebben mijn klant en haar echtgenoot steeds contact met deze pleegdochter gehouden en hun deur weer voor haar opengesteld. Jeugdzorg heeft nooit meer iets voor haar gedaan.

20140531-235455-86095764.jpg

In de tussentijd leerde de jongste meisjes via Facebook een tante (zus van de biologische vader) kennen. Omdat de pleegouders vonden dat een dergelijk contact met echte bloedverwanten heel belangrijk was, werden de banden aangehaald. De relatie leek heel goed. Bezoekjes over en weer en uiteindelijk ook logeerpartijen van de meisjes bij tante. Tante zat echter vreselijk over haar broer in want hij bleek vlak bij haar te wonen en had door dat er contact was met de meisjes. Ook zij werd vanaf dat moment door hem bedriegt. Zij heeft uiteindelijk zelfs een wijkagent op de hoogte gebracht van de situatie. Ook Jeugdzorg was op de hoogte maar vond het een goed idee om het contact te onderhouden. Ook de pleegouders hadden, tot dat moment, een goed gevoel bij de tante.

De oudste van de twee thuiswonende pleegkinderen, inmiddels 15 jaar, ontspoorde echter volledig. Dagelijks kwam ze onder invloed van drank thuis. Ze bleef na schooltijd gewoon weg en lapte alle huisregels aan haar laars. De pleegouders konden niet meer tot haar doordringen en het ging met de dag slechter. De situatie werd pas echt zorgelijk toen ze ook drugs ging gebruiken. Haar jongste pleegzusje moest het met name ontgelden en werd regelmatig door haar geslagen. Ze pleegde kleine strafbare delicten; bijvoorbeeld diefstal, zelfs bij vrienden van de pleegmoeder. Ook werden er diverse zaken van het pleeggezin ontvreemd.. Je moet toch ergens aan geld komen om te kunnen scoren… Wat een ellende!

20140601-000242-162781.jpg

Ook kwam het regelmatig voor, dat de pleegouders helemaal zwart gemaakt werden bij mensen die het meisje had leren kennen.. Mishandeling en verwaarlozing waren enkele beschuldigingen die zij uitte.. Een voorbeeld: ze kwam thuis met een open en blauwe rug. Op school zei ze dat haar pleegvader haar mishandeld had, tegen pleegmoeder zei ze dat ze op school afgetuigd was, tegen weer iemand anders dat een vriend het gedaan had.. Uiteindelijk bleek dat het meisje zichzelf zo toe takelde, iets wat al eerder gebeurd was. Leugens alom! De druppel was, toen zij werd opgepakt door de politie omdat ze gestolen had in een winkel en op heterdaad was betrapt. De pleegouders en Jeugdzorg vonden de situatie onhoudbaar. De oplossing van Jeugdzorg was om het meisje in crisis opvang te plaatsen bij de tante, die ze tot voor kort niet eens kende, of een plek in een tehuis van Jeugdzorg. Natuurlijk koos het meisje voor haar tante maar wat niemand kon vermoeden gebeurde toch: ondanks dat ze zelf nooit meer contact wilde, zocht haar biologische vader, via haar tante, contact met haar. Het oudste zusje, inmiddels gewoon op zich zelf wonend en met eigen inkomen door werk, was hier razend over en heeft in diverse gesprekken te kennen gegeven dat de huidige situatie bij haar tante op zijn minst zorgwekkend te noemen is. Volgens haar was de tante niet in staat om voor haar zusje te zorgen en keurde ze het contact met de biologische vader ook af. Zij eist nu een onderzoek naar de leefomstandigheden bij de tante. Je zou inderdaad verwachten dat een instantie als Jeugdzorg dergelijke onderzoeken zou doen, alvorens een kind ergens onder te brengen. Hoe bestaat het, zeg!

20140601-000819-499916.jpg

Kwaad over het feit dat haar pleegouders haar niet meer konden verzorgen, heeft ze diverse leugens verteld over verwaarlozing en mishandeling vanuit de pleegouders. Deze verhalen vertelde ze ook aan de gezinsvoogd van Bureau Jeugdzorg. Op verzoek van Jeugdzorg werden de pleegouders uitgenodigd voor een zogenaamde eind evaluatie, waar het meisje en haar tante ook voor gevraagd werden. Dit gesprek escaleerde volledig. Niet alleen werden de pleegouders uitgescholden en onheus bejegend door het meisje én haar tante, de medewerkster van Jeugdzorg nam niet eens de moeite om in te grijpen of e.e.a in goede banen te leiden. De pleegouders zagen op dat moment geen andere uitweg dan weg te lopen van het gesprek. Een onderzoek naar de tante heeft naar hen weten, nog steeds niet plaatsgevonden. Voor hen onbegrijpelijk, teleurstellend en…. In hun geval het tweede pleegkind waarbij Jeugdzorg ernstig faalde! Een ideaal aan duigen maar helaas is het met de jeugdhulpverlening in Nederland wel vaker zo gesteld.

Jeugdzorg is de laatste tijd, politiek gezien, vaak in het nieuws. Met de op handen zijnde decentralisatie Jeugdzorg ben ik benieuwd hoe het allemaal gaat uitpakken, als straks de Gemeenten met de zorg voor dit soort probleem-gevallen belast worden… Ik hou mijn hart vast!

Wat zijn jullie ervaringen met jeugdzorg? Ben benieuwd naar de reacties en zal ze doorgeven, aan Marjolijn én haar klant!

Wasberg

Er zijn van die huishoudelijke taken, die moet je vrij regelmatig doen, of je er nou zin in hebt of niet. Boodschappen doen en eten koken, bijvoorbeeld. Zelf kan ik waarschijnlijk best een lange tijd zonder voedsel – ik heb een beschermend vetlaagje, hartstikke handig – maar voor mijn huisgenoten wordt het lastig als ik opeens zou stoppen met het verstrekken van maaltijden.

Opruimen, ook zoiets. Ik ben geen fanatieke schoonmaker, maar een minimum aan ruimte op tafel leegschuiven of een lapje over het aanrecht, dat doe ik toch elke dag. Ik voel me niet altijd gemotiveerd en ben verre van een ‘gedreven huisvrouw’, maar in en rond de keuken hou ik het allemaal redelijk onder controle.

Nee, dan boven. In en rond de wasmachine… dat is een ander verhaal. De was inruimen lukt nog wel. Wasbolletje erbij, dat ruikt ook lekker, op de juiste knoppen drukken, het moet maar even. Ook het overhevelen naar de droger – suf maar haalbaar. (Als het lekker weer is, zet ik zelfs zonder tegenzin een droogrekje op het balkon.) Maar als de was eenmaal droog is, ben ik er gewoon helemaal klaar mee.

Ik heb zo’n enorme hekel aan was opvouwen! Daarom leg ik de schone was meestal ‘eventjes weg’. En wel op een grote, rode bank op de kinderkamer. Helaas is het daarna meteen ‘uit het oog, uit het hart’. De schone was stapelt zich op. Eerst een hoopje, dan een heuvel. Na drie wassen krijgt het wasgebergte de uitstraling van een helling langs de dodemanspiste. De bank is dan al niet meer te zien. Mijn dochtertje heeft er geen moeite mee, die bouwt hutten met schone lakens en sorteert intussen haar eigen sokken.

Kunstinstallatie van Gabi Weinkauf,

Kunstinstallatie van Gabi Weinkauf, tevens realistische impressie van de bank op de kinderkamer

Na een week, soms tien dagen, zijn mijn sokken op. Dan kruip ik kreunend naar de Kilimanjaro op de kleuterkamer. Ergens in die onneembare kluwen ligt precies wat ik nodig heb. Onderop, natuurlijk. Grommend van tegenzin ga ik de berg te lijf. Geen sok in zicht. Ik begin te vouwen. Er is geen doorkomen aan. Ik vouw en stapel. Vouw en stapel. Na een half uur krijg ik de onderkant van de bank in zicht. Na drie kwartier stapelen ben ik uitgeput. Maar ook redelijk zen, want mijn sokken lagen inderdaad onderop –  en intussen zit alles weer in de kasten.

Op dat moment  komt mijn vriend naar boven. Geen seconde eerder. En dan zegt-ie: “Hey, ben je lekker aan het chillen op de kinderkamer? Ik dacht, ik draai even een wasje. Iémand moet hier toch het huishouden doen, he schatje?” Every. *-ing. Time.

wasberg

Op de fiets?

Mijn kleuter is, zoals alle kleuters, behoorlijk eigenwijs. Misschien een heel klein tikkeltje minder eigenwijs dan toen ze een peuter was… Ik herinner me dat ze, een klein jaartje geleden, een keer een hele dag ‘nee’ heeft gezegd. Dat was een lange dag. Maar toch. Eigengereid. Noem het gerust koppig. (Van wie zou ze dat toch hebben?)

Het kind heeft dus een fiets. Hartstikke leuk ding, met een mandje en bloemen en een coole bel. De zijwieltjes hebben we er – op verzoek van kleuter zelf – een paar maanden geleden af gehaald. En sinds dat moment weigert ze pertinent op de fiets te gaan.

De fiets mét zijwieltjes. Toen wilde ze er nog wel op.

De fiets mét zijwieltjes. Toen wilde ze er nog wel op.

Dus stelde ik voor: dan zetten we de wieltjes er toch gewoon weer op? Maar dat wil ze zéker niet. Nee, de wieltjes moeten eraf blijven, maar ze wil niet oefenen, ook niet even spelen, helemaal niks. De fiets wordt niet meer gebruikt. Kleuter gaat liever lopen – en als we haast hebben, wil ze wel “op wielen”. Dat betekent: op de step of met de poppenwagen.  “Vooruit dan maar, mama, hebben we tóch wielen.” Nee, dat is handig! Mijn kind zit dus meestal bij mij achterop de fiets. Lekker makkelijk voor ons allebei, want eerlijk is eerlijk: “Mama, jij fietst best snel.”

Maar die fiets staat in de berging te verstoffen. En mijn dochter is er inmiddels wel achter dat niet fietsen.. niet cool is. “Mama, ik ben de enige in de klas die niet kan fietsen,” vertelde ze me van de week. Ik knikte. “Als ik 18 ben kan ik het denk ik wel,” zei ze nadenkend. Ik knikte weer. Ik ken kinderen van 2 en 3 die op loopfietsjes of van die kleine race-mobieltjes met dikke rupswielen rondscheuren. Dat is wel even andere koek dan mijn übervoorzichtige dochter op haar prinsessen-fietsje.

'Als ik 18 ben dan kan ik het denk ik wel.'

‘Als ik 18 ben dan kan ik het denk ik wel.’

Nu heb ik een truc bedacht. Gisteren haalde ik de verwaarloosde fiets uit de berging en zette hem achteloos bij de voordeur. En vanochtend, verdraaid, zei ze bij vertrek naar school: “Mam, zullen we met mijn fiets gaan?” Erop fietsen, dat wilde ze (nog) niet. Maar we zijn met de fiets aan de hand naar school gelopen. Tijdens de wandeling werd mijn kleuter aan alle kanten toegezwaaid door fietsende klasgenoten.

Trots zette ze haar fiets tussen de andere kleuterfietsjes in de stalling. Ik ben héél benieuwd hoe dit verdergaat.

Muzikale opvoeding?

Mijn kleuter houdt veel van muziek. Ze is gek op K3 – ik denk echt dat er sinds 20 jaar geen enkel meisje in Nederland en omstreken is opgegroeid zónder de muziek en dansjes van deze Belgische ‘meisjes’-band. Hoe oud zijn die vrouwen eigenlijk? Bijna 50?

Kinderen voor Kinderen is ook ‘de bom’ bij ons thuis. Wij hebben een nummer voor Koningsdag geoefend, genaamd ‘Doe de Kanga’. Het zal je niet verbazen dat ik inmiddels héél goed de Kanga kan! Lekker hupsen met die kleine en haar vriendinnetjes, daar word je toch vrolijk van?

En regelmatig proberen we iets nieuws met junior, qua muziek dan. Vindt ze altijd leuk. “Zal ik raden?” roept ze, alsof ze weet wat er komt. Dan luistert ze aandachtig naar een nummer en vraagt: is dit Engels? Is dat een gitaar? Of, bij Adèle, waarom moet die vrouw zo huilen?

Een paar weken geleden namen we haar mee naar een kinderconcert. Een afgeladen zaal vol kinderen, die kennismaakten met klassieke muziek. Ademloos zaten ze naar Prokovjev’s prachtige stuk “Peter en de Wolf” te luisteren. De dieren in het stuk hebben allemaal een eigen instrument en een herkenbare melodie. En het is een mooi verhaal, een beetje eng.

Thuis wilde ze het stuk nog een keer horen. En nog een keer. Ik haalde de platenspeler van zolder en vond een stapeltje oude LP’s. Ja hoor, daar was-ie, mijn eigen grijsgedraaide Peter-en-de-Wolf-plaat uit de jaren ’70. Wat een nostalgie! Samen met je kind luisteren naar muziek die je zelf als kind zó mooi vond.

De volgende dag checkte mijn kleuter de rest van mijn oude platen. Een LP met Duitstalige kinderliedjes? “Mama, kijk nou, dat is niet zo cool, he?” Ehm, nee. “En deze dan? Zet die vier meneren eens op? Wat kijken ze vrolijk!”

Nu hebben mijn dochter en ik samen een nieuwe lievelingsband.

Achteraf een zak met geld!

Gisteren las ik iets opmerkelijks op de tijdlijn van een vriendin. (Ik ben inmiddels zo vaak op Facebook dat actueel nieuws bijna altijd eerst via een tijdlijn binnen sijpelt.) Het nieuwtje: 20.000 vrouwen, die tussen 2004 en 2008 zwanger waren en als ZZP’er werkten, krijgen misschien alsnog een zwangerschapsuitkering. Want deze vrouwelijke zelfstandigen werden jarenlang door de staat achtergesteld bij vrouwen in loondienst. En dat is in strijd met het VN-vrouwenverdrag.

Geboortejaar 2007: geen zwangerschapsuitkering.

Geboortejaar 2007: geen zwangerschapsuitkering.

Moet je even op je laten inwerken. Vijf tot tien jaar na dato hebben een paar van mijn stoere, zelfstandige vriendinnen met kind alsnog recht op een (bescheiden) financiële vergoeding voor de periode rond de geboorte. Ik hoorde zelf bij de eerste groep ZZP’ers die wél gebruik kon maken van een zwangerschapsuitkering. 2009 werd die regeling ingevoerd. Het was geen vetpot, een maand of drie kreeg ik 70 procent van het minimum loon, maar het was wel érg handig.

Want, zoals bijna iedere vrouw met een kind je kan vertellen: in de weken vlak voor en vlak na de geboorte is het niet handig, niet wenselijk en niet verstandig om fulltime aan de bak te gaan. ZZP’ers hebben toch al de neiging om flink door te bikkelen. (Zie bijvoorbeeld de blog van Els: Maar jij werkt niet, he mam?) Een griep, persoonlijke omstandigheden, zelfs tijdens vakanties – bijna geen enkele zelfstandige sluit de zaak als het niet absoluut onvermijdelijk is.

Geboortejaar 2009: wél een zwangerschapsuitkering

Geboortejaar 2009: wél een zwangerschapsuitkering

Daarom ben ik blij dat er een bescheiden vangnet is gekomen voor vrouwen die hun eigen toko runnen. En ik vind het meer dan terecht dat ook vrouwen die oorspronkelijk achter het net visten, nu met terugwerkende kracht gecompenseerd worden. Drie tot vierduizend euro per ZZP’er, daar gaat het over. Een fijn bedrag om te krijgen. Voor de studie van je kind, voor de kapotte wasmachine, misschien wel voor een paar dagen weg. Even écht vrij om te genieten van je moederschap. Al past je spruit inmiddels niet meer in de maxi cosi!

 

Bananasplit

Er zijn maar weinig dingen die ik niet lust. Vooruit, gekookte rode bietjes, daar ben ik niet echt fan van. Maar als ik ze toch een keertje voorgeschoteld krijg, zal ik ze zeker niet laten staan. Dat is niet aardig voor degene die het eten gemaakt heeft, toch? En je krijgt er heus niks van.

Ook mijn kleuter leer ik op die manier met eten omgaan: Moppie, als je iets niet kent of lust, probeer dan in ieder geval een paar hapjes. Als je een beetje geproefd hebt, ben je vaak al aan de smaak gewend. En als je het echt niet lekker vindt, dan eet je er gewoon een beetje omheen.

Zo smikkelen wij ons door bekende en onbekende etenswaren. Maar er is één voedingsmiddel waar ik een hele grote boog omheen maak. Bananen. Ik lust ze niet. Als in: echt niet. Ik word onpasselijk van de geur. En neem ik onverhoopt een hap, eentje maar, dan moet ik overgeven.

Aangezien bananen niet zó exotisch zijn, valt mijn afkeer soms een beetje uit de toon. Dan staan we op een zomers feestje ontspannen aan het buffet, tot ik op licht hysterische toon bij de gastvrouw informeer: “Zeg, die fruitsalade, daar zit toch geen… banaan… in?!”

Je kunt het maar beter zeker weten. Want ‘er een beetje omheen eten’, dat werkt bij mij niet altijd. Een paar maanden geleden zat ik met vrienden in een Indisch restaurant. Heerlijke curry besteld, rijst, wat losse groenten… Maar na amper 10 minuten lag ik in innige omstrengeling met de WC-pot, helemaal slap van ellende. Het geheime ingrediënt? Je raadt het al.

En hoe komt dat nou allemaal? Wat is er misgegaan, dat ik zó van bananen gruwel? Daar heb ik wel een antwoord op…. Ik heb namelijk een bananentrauma. Lach niet. Het verhaal gaat terug tot mijn vroegste jeugd.

Als kind had ik hele slechte ogen. Ken je de kinderserie Daktari, die vroeger werd uitgezonden op woensdagmiddag? Herinner je je Clarence de Leeuw, zo scheel als een hoepel? Ik was erger dan Clarence de Leeuw. Dat betekende: pleisters plakken, ziekenfondsbrilletje, ellenlange sessies bij de oogarts. En onder het mes. Als klein kind ben ik twee keer aan mijn ogen geopereerd.

Een operatie die enger klinkt dan hij was. Maar ik ga het verhaal nu he-le-maal uit de doeken doen. Die oogoperaties gingen zo: de arts plopte met een zuignap mijn oog-bal eruit. Vervolgens trok hij het spiertje waarmee ik mijn ogen naar links en rechts bewoog helemaal strak. Afknippen, omnaaien, oog weer in de kas ploppen, klaar. Minder speelruimte, dus minder scheel kijken!

De eerste operatie vond plaats toen ik twee was. Mijn moeder vertelt daar nog steeds de meest afgrijselijke verhalen over. (In de trant van: arm kind, je lag drie dagen alleen in het ziekenhuis, vastgebonden aan de spijlen van het bed, met wanten aan tegen het jeuken aan de operatiewond… Dit was dus in een tijd ver vóór het Ronald McDonald kinderhuis.) Maar aan deze ellende heb ik geen eigen herinneringen. Aan mijn tweede operatie, toen ik vijf was, wél.

De artsen hadden me van tevoren over de operatie verteld. Ik wist dus dat ik wakker zou worden met mijn hoofd in het verband. Echt eng vond ik dat niet, eerder interessant. (Ik had thuis ook al met de grote zuignap op een voetbal geoefend.) En ik wist ook dat ik nog een paar dagen in het ziekenhuis moest blijven. Beetje jammer, maar ik verheugde me enorm op de kadootjes, die ik na het wakker worden zou krijgen. Dat hadden mijn ouders me beloofd.

Toen ik bijkwam uit de narcose, was ik daar dan ook meteen mee bezig. Zouden er kadootjes zijn? Mijn ouders waren nergens te bekennen. Daar lag ik – alleen in een groot ziekenhuisbed, mijn hoofd in dikke zwachtels, om me heen te koekeloeren. En wat ik op mijn nachtkastje vond, dat weet ik nog precies!

Het eerste kado was een plastic klarinetje. Ik vond het prachtig. Het tweede was een donkerblauw schooltasje, met rood-witte stikzakken erop en een ingewikkeld schuifslotje. Precies wat ik gevraagd had! Zouden er viltstiften in zitten? Ik wilde heel erg graag viltstiften hebben. Geen kleurpotloden, nee, echte viltstiften, voor grote kinderen. Maar hoe ik ook priegelde, ik kreeg het slotje niet open.

bananen in schaal
Aan de andere kant stond een schaal. Daarin een enorme tros bananen. Lekker! Ik had wel trek, ook. De dag van de operatie mocht ik niks eten en het was ergens in de late middag. De banaan kreeg ik wel open, dus die at ik lekker op. Waar waren mijn ouders eigenlijk. Zo lang ze niet kwamen, kon ik best nóg een banaan eten!

Zo heb ik als kleuter, bijkomend van een volle narcose, in een paar minuten een kilo bananen verorberd. Mijn ouders vonden me, omringd door bananenschillen en kadopapier. Ze konden me nog net op tijd naar de badkamer brengen. Daar begon het grote projectielbraken.

Nu weet je hoe het zit. Gek genoeg ben ik er niet overheen gegroeid. Dus blijft het uitkijken – Michelle’s pannenkoekjes laat ik aan me voorbijgaan. En Bananasplit? Daar zal ik nooit om kunnen lachen…

Mag ik een teiltje?

emancipatie-568x446

NRC Handelsblad heeft een weekendbijlage aan het onderwerp ‘emancipatie’ gewijd. Dat leverde een stroom van reacties op, ik tel er op dit moment bijna 9000. Ook mijn medeblogger Els heeft er een stuk over geschreven – en ik verwacht niet anders dan dat vandaag  de brievenrubrieken  van de kranten vol zullen staan.  De al dan niet gelijke rechten en kansen van vrouwen in ons land, die zijn altijd goed voor discussie.

En aangezien ik aan die discussie graag deelneem, begin ik met een officiële disclaimer. De auteur dezes (yep, that’s me) heeft geen wetenschappelijke achtergrond in genderstudies. Ik weet zeker dat ik niet de juiste termen gebruik en betwijfel of wat ik schrijf politiek correct is. Ik ben ook geen econoom, statisticus of politica. Ben nooit tafeldame bij DWDD geweest. Tevens mis ik werkervaring als CEO van een beursgenoteerd bedrijf. Waarvan akte.

Ik val weliswaar in de categorie ‘fulltime werkende moeder’, maar voel me meestal óf werkend (ik spendeer tijdens onderhandelingen geen enkele gedachte aan mijn kleuter) óf moeder (ik ben in staat om irritante klanten buiten werktijd totaal te verdringen). De combinatie ‘werken én moederen’ lukt me soms eventjes, maar is geen streven op zich. Zooo… heb ik me meteen (da’s vast heel vrouwelijk) een beetje ingedekt. Read More

Emanciperen…of multiciperen?

foto NRC“Mam, er is post!” Zaterdagmorgen, 9.30 uur. Inderdaad, de NRC ligt op de mat. Ik blader door de katernen heen tot mijn oog valt op de coverstory van de Opinie & Debat pagina met als titel: ‘Emancipatie op een keerpunt?’ Met als ondertitel: ‘Nederlandse vrouwen blijven deeltijdwerken en Duitsland wordt conservatiever’. Ik zit er helemaal klaar voor. Niet omdat ik mij zo graag bezig houd met emancipatie – sterker nog,  ik heb er helemaal niets mee – maar omdat ik tegenwoordig gefocust ben op ‘voer’ voor mijn blogs op mooidus.nl. En aangezien mijn mede-bloggers Barbara en Sonja Duits zijn kan ik dit niet laten liggen.

Ik ga lezen, maar met tegenzin. Dat komt omdat ik met het woord ‘emancipatie’ alleen al klaar ben. Kunnen we dat woord niet vervangen door iets wat een positievere en meer hedendaagse lading heeft? Bijvoorbeeld door ‘multicipatie’? Read More

“Maar jij werkt niet hè, mam?”

foto (5)

Thuiswerken, met kinderen: ik doe het al zeven jaar. Mijn kinderen weten niet beter en dat is een groot voordeel. Laat ik dat voorop stellen. Toen de oudste zich een paar weken te vroeg aandiende, werd ik behalve moeder, ook meteen thuis wérkende moeder. En zo lag ik vijf uur na de bevalling vanuit mijn kraambed alweer te bellen. Want die deadlines moesten wél gehaald worden..en het UWV had destijds de uitkering voor zelfstandige zwangeren even ‘uit de lucht’ gehaald. Gelukkig bestaat er sinds 2008 weer een regeling voor zelfstandigen in verwachting. Maar ik moest destijds gewoon doorwerken.

Update april 2014: het lijkt erop dat 20.000 ZZP’ers die tussen 2004 en 2008 zwanger waren met terugwerkende kracht gecompenseerd gaan worden. Lees daarvoor Barbara’s blog: Achteraf een zak met geld.

Baby Jop vermaakte zich prima, terwijl hij vanuit de box al die interessante gesprekken en bewegende (typende) handen aanschouwde. Ik moest even omschakelen toen hij begon te tijgeren en zijn stemgeluid wat meer volume kreeg. Maar de combinatie ‘baby en thuis werken’, die werkte. Mijn tweede, Bo, maakte het wat bonter dan zijn broer en kwam ruim zes weken te vroeg ter wereld. En met hem kwam ik vrijwel meteen in een andere situatie. Bo had een heel zwak lijfje – en daardoor was ik twee jaar in touw met een ziek kindje, dat dag en nacht verzorging nodig had. Ik sliep nauwelijks meer en dus moest ik mijn werk  parkeren.

Toen Bo wat opknapte, ben ik als voorzitter van ZZPRO gaan werken. Vrijwillig. Ik kon de functie invullen zoals ik wilde, in mijn eigen tempo. Het gaf me de gelegenheid om al mijn negatieve energie (frustratie, boosheid, verdriet) om te zetten in iets positiefs. Maar mijn vrijwillige functie liep enigszins uit de hand. Na een jaar draaide ik 70 uur per week, mijn agenda in Outlook stond bomvol afspraken tot ‘s avonds laat. Met een ijzeren discipline plande ik mijn dagen van uur tot uur vol. Alles noteerde ik van dag tot dag in. Boodschapjes doen, consultatiebureau, controle artsen, persberichten schrijven, Facebook bijhouden, twitteren…. Het was een marathon, iedere dag. De stress was niet van de lucht en mijn humeur niet al te best.

Een paar maanden geleden zaten we ‘s avonds aan tafel. Thema: werken. “Waarom werkt papa, en jij niet, mam?”, vroeg mijn oudste. Dan denk je: wat is dit nu? Hij leek niets gemerkt te hebben van mijn volle dagen. Ongelooflijk. Hij had het idee dat ik er altijd voor hem was. Hoe ik het deed? Ik heb er even over na moeten denken. Maar hierbij dan een lijstje.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Thuiswerken met de kids om je heen: wat tips

 Je mindset

  1.  Stel als hoogste prioriteit: je kinderen. Ook mijn zakenrelaties weten: ‘mijn belangrijkste en grootste projecten zijn mijn kinderen’.
  2. Neem het leven zoals het komt: kinderen zijn geen natuurlijk geen projecten met een kop en een staart. Chaos hoort erbij.

Praktische tips

  1. Stem alles af met je partner, als je die hebt. In mijn geval is mijn man ook  thuiswerker. Spreek af of en hoelang hij in stilte moet werken en wissel elkaar af.
  2. Zorg voor een rustige thuiskomst na school, neem de tijd voor het spreekwoordelijke ‘koekje bij de thee’.
  3. Vertel je kinderen wat de planning is voor die middag.
  4. Leg ze voor wat ze mogen doen (vooral dingen waarbij ze stil blijven) en zet een kookwekker, zodat ze weten hoelang ze stil moeten zijn.
  5. Als je een aparte werkruimte hebt: doe de deur van je kantoor dicht.
  6. Zorg dat je belafspraken maakt met een kwartier marge. En bel zelf.
  7. Leg je kinderen uit waarom je moet werken. Omdat we dan te eten en te drinken hebben. Omdat we dan cadeautjes kunnen kopen. Omdat we dan eens een ijsje kunnen kopen…

Calamiteiten

  1. Klant belt om brandje te blussen – Dat behoeft enige aandacht. Zeg tegen je klant dat je binnen een kwartier terugbelt en geef de kinderen iets waar ze blij en tevreden mee zijn. Geef wat lekkers en/of iets wat ze heel graag doen.
  2. Kind moet geholpen worden op de WC en jij zit aan de telefoon – Wees eerlijk tegen je klant en zeg dat je even moet ophangen. Of als je kinderen ouder zijn: help je kind en vertel in gebarentaal dat het stil moet zijn.
  3. Kinderen worden ineens lawaaierig en/of wild – Ga in een rustiger ruimte zitten. Of loop gewoon naar buiten en doe de deur op slot. Het lost zich dan vaak vanzelf wel op.
  4. Ongelukjes: je kind heeft zich bezeerd en heeft pijn – Dan zit er niets anders op: de telefoon ophangen en later terugbellen.
  5. Ruzie tussen de kinderen – Zet de klant even ‘in de wacht’. Microfoon uit en wees duidelijk dat je echt moet bellen, want dat was de afspraak.
  6. Hulp bij spelen nodig – Pech. Dat moet maar even wachten.