Tag Archives: Kinderen

Altijd weer die Franse camping

Vroeger (B.C., oftewel before children) was ik nooit zo’n campingfan. Als kinderloze volwassene vierde ik mijn vakanties in een hotel in een leuke binnenstad of in een wijngebied . De gekochte wijn bleef dan tenminste goed onder de airco in de hotelkamer, die ik de hele dag aan liet staan.

Maar met kleine kinderen is alles anders. De zomervakantie doorbrengen in een hete stad, op elkaar gepakt in een appartementje of een familiekamer lijkt me geen pretje, meer iets voor de herfstvakantie. Een gehuurd huisje via airbnb is leuk, maar er moeten ook andere kinderen zijn. En een zwembad, zodat het watervrij worden nog wat wordt bespoedigd in de vakantie. En op dat moment komt de camping in beeld.

camping bord 1

Zonder te verdwalen

Onze vakanties zijn dus al een aantal jaren hetzelfde: we zitten op een camping, met zwembad en een springkussen. Het is groen, we zijn altijd buiten, de  fietsjes gaan mee, zodat de kinderen lekker kunnen rondcrossen. En dan zitten we in een mobilhome. Zo’n camper is eigenlijk een lelijk, landschapsverpestend ding. Maar zo hoeven we tenminste niet met een toiletrol onder de arm naar het sanitairblok. Voor de kinderen is kamperen geweldig: het o zo spannende benaderen van nieuwe speelkameraadjes, sluipen door (in de ogen van volwassenen) minieme bosjes rond de camping, en helemaal alleen een rondje lopen over de camping… “Zonder te verdwalen, mama!”

giraf2-websitePain au chocolat

Die camping is altijd in Frankrijk. Niet te ver weg, maar je hebt er toch beter weer, lekker eten en enorm veel te zien. Daardoor zijn een aantal van onze vakantie-ervaringen dus altijd dezelfde: bij het ontbijt op de eerste dag ga je je altijd te buiten aan veel te veel croissants en pain au chocolat. De bezoekjes aan de hypermarché kunnen rustig een paar uur duren. Iedere toren van de nabije kasteelruïne moet worden beklommen. Een klassieker: ’ s ochtends stokbrood halen en de helft al opeten vóór het ontbijt.

En natuurlijk mijn heimelijke genoegen: Franse vrouwentijdschriften lezen, waarin het alleen maar gaat over ontrouw, cellulitis en welke accessoires ‘ in’ zijn op het strand. In de zomer zit er steevast een stel badslippers, een bikini of een strandtas bij. Vaak een prul, maar toch leuk. Waarom hebben ze dat in Nederland niet?

Krekels

Ieder voorjaar neem ik me voor om het origineler aan te pakken. Waarom boeken we geen Oostenrijkse boerderijvakantie of een huisje in Tsjechië ? Of reizen we af naar het tapaswalhalla in Spaans Baskenland? Tot nu toe mislukt dit steevast. En ook dit jaar is het er weer niet van gekomen – te ver, te heet of juist niet warm genoeg, of gewoon te laat geboekt. Dit jaar gaan we naar de Provence. Ik ben er vaker geweest en ik heb er dierbare herinneringen aan – zoals ongeveer en kwart van de wereldbevolking. Ik heb enorm veel zin om olijfbomen, krekels, lavendelvelden en dorpjes met stenen fonteinen en meloenstalletjes langs de weg te zien. En krekels te horen. Eigenlijk heb ik altijd zin in de Provence.

Ik wens jullie een fijne vakantie!

Hoeveel laat jij zien?

Het is een vraag die iedereen die op social media actief is, aan zichzelf (en waarschijnlijk ook aan anderen) stelt: hoeveel laat je zien? Welke aspecten van je leven deel je met je online vrienden?

Schrijf je weleens wat over je werk? Maak je een foto van bijzonder lekker eten? Deel je foto’s van leuke uitjes? Of herplaats je bij voorkeur leuke citaten en internet-hypejes? Alles kan – en ook in mijn vriendenkring gaan mensen heel verschillend om met de verschillende mogelijkheden.

meanwhile-on-instagram

Privacy, ook van de kinderen, is in ieder geval een belangrijk onderwerp. Sommige van mijn vriendinnen posten graag familiekiekjes, anderen juist niet. De één zegt: ‘Ik plaats wel selfies, maar mijn kinderen komen niet met een foto op Facebook’, de ander zegt: ‘Ik plaats gewoon leuke foto’s – maar altijd zonder naam’ en de derde taalt er niet naar en deelt alles. Zelf plaats ik weleens foto’s van mijn kind, maar leg ik de grens bij ‘taggen’. Ze is nog klein en zal later zelf bepalen of en hoe ze online te vinden is. Een eigen profiel en met naam en toenaam op het net, dat zie ik niet zitten.

IMG_4467

Ik deel weleens foto’s van mijn dochter op internet. Maar zonder taggen, want ze bepaalt later zelf welk deel van haar leven ze online wil hebben.

Al of niet je persoonlijke mening delen, dat is een andere vraag. Ik schreef vorige week een blog waarin ik mijn zicht deelde op de mediabehandeling van Volkert van der Graaf. Het was geen wereldschokkende mening, denk ik. Toch vielen mij twee dingen op. Ten eerste: die blog is enorm goed gelezen, mensen vonden het dus een interessant onderwerp. Maar in tegenstelling tot ‘onschuldige onderwerpen’ heeft op dit stukje niemand een reactie op achtergelaten. Ten tweede: veel mensen deelden na het lezen privé wél hun mening met me. En vaak met de opmerking erbij: zo en zo denk ik erover, maar dat ga ik echt niet op internet delen. En daar heb ik alle begrip voor, want de grens ligt voor iedereen anders.

Sinds begin dit jaar schrijf ik bijna dagelijks een blog. Natuurlijk bepaal ik zelf hoeveel persoonlijks en hoeveel mening ik in mijn stukjes deel. Als je ze allemaal leest, zul je zeker een bepaalde indruk van mij en mijn leven krijgen. Maar ik laat natuurlijk ook heel veel weg. En ik ben me er terdege van bewust dat vrijwel iedereen om mij heen zijn of haar online persona op dezelfde manier ‘filtert’.

Zijn blogs en social media profielen daarom bij voorbaat ‘nep’? Nee, niet persé. Maar ze zijn onvolledig. Je zult nooit het hele plaatje te zien krijgen. Je zult nooit het hele verhaal lezen. Als je dat van elkaar weet, zijn posts op social media (in mijn ogen) een welkome aanvulling op het contact dat je ook op andere manieren onderhoudt.

Groeistuip

Een drama in 5 aktes.

AKTE EEN – Dinsdag avond – 19.40 uur

Moeder: “Hier is je water, je nachtlampje is aan, alle knuffels liggen op een rij… We zijn er! Slaap lekker, kleine mop. Tot morgen.”

Kind: “Mama, mama, mama.. nog één ding wil ik zeggen, nog één dingetje maar! … Eeeehm, mama, mag ik morgen tóch zelf mijn kleren uitzoeken voor school?”

Moeder: “Nee, mop. Echt slapen nu, niet meer roepen, hoor. Dag lieverd!”

Kind: “Ja, maar… nou, OK dan. Slaap lekker… zzzz”

 

AKTE TWEE – Dinsdag avond – 22.30 uur

Kind: “Boehoehoeeee…”

Vader: “Wat is dat? Ze huilt heel hard.. Ga jij even kijken?”

Kind: “Boehoehoeee…”

Moeder komt na 10 minuten onbedaarlijk gehuil naar beneden, kronkelend kind op de arm.

Moeder en vader, afwisselend: ” “Maar wat heb je dan? – Waar doet het pijn? – Wil je het aanwijzen? – Geen buikpijn? – Kramp in je been? Hier?”

Opeens komt er een herinnering boven. De kleine heeft groeipijn, net als ik zelf als kind vaak heb gehad! We gaan maar eens googelen. Ja hoor, daar staat het:

Zeker één op de vijf kinderen heeft er last van: pijn in beide benen, meestal rond de knieën, kuiten, scheen- of dijbenen. Dit verschijnsel wordt groeipijn genoemd. Meestal komt de pijn ‘s nachts opzetten en is er overdag weinig van te merken. De pijn kan de hele nacht aanhouden.

Na 20 minuten zachtjes aaien en bemoedigend toespreken ontspant ze en doezelt terug in slaap. Naar boven maar weer. (En op de trap natuurlijk de vraag: wanneer is dat kind eigenlijk zo snel zo lang geworden?)

 

AKTE DRIE – Woensdag nacht – 0.45 uur

Kind: “Boehoehoeeeeee…”

Kind: “Boehoehoeeeee….”

Moeder: “Ik ga haar halen.”

Vader: “Grrrmpfl. Doe dan maar.”

Kind: “Boehoehoeeeee…”

Vader sluit ramen en deuren. Na 20 minuten aaien en bemoedigend toespreken is er dit maal geen enkele verbetering. Kind  heeft kramp en blijft huilen.

Vader: “Wil je een sinaspril?”

Kind: “Neeheeeheee…”

Moeder: “Je mag kiezen. Een sinasprilletje of een zetpil. Dan duurt het een paar minuutjes en kun je weer lekker slapen.”

Kind: “Neeheeeeeee… GEEN ZETPIL!”

Moeder (weet dat zetpilletjes op zijn, maar is nu vastberaden om kind een sinaspril te laten slikken): “OK, dan wordt het een zetpil.”

Kind: “Nee, echt niet! Ik wil een sinaspril, dan.”

Vader en moeder knipogen naar elkaar.

10 minuten  later: kind valt in slaap. Ouders liggen wakker.

Full-moon-sleep

 

AKTE VIER: Woensdag nacht.

2.30 uur. Vader schrikt wakker. “Hoor jij wat?”

4.30 uur. Moeder zit rechtop in bed. “Ik dacht dat ze… oh, nee.”

5.30 uur. Verdorie.

 

AKTE VIJF: Woensdag ochtend, 7.30 uur

Kind staat naast bed te stuiteren: “Hee, hoi pap en mam! Mag ik cruesli met melk? Gaan we opstaan? Heb je mijn Dora-trommel afgewassen of heb ik weer die rode? Is het vandaag Omi-dag? Denk je dat ik na schooltijd met Feline kan spelen? Gaan jullie nou nog opstaan? Ik ga even mijn knuffels halen, OK? Papa, ben je nou wakker…?”

Ouders kreunen.

mom

Jeugdzorg: wat een zorg!

Mijn vriendin Marjolijn Bruurs heeft een schoonheidssalon in een klein dorpje onder de rook van Amsterdam.Veel klanten komen niet alleen voor hun nagels, huid of voeten, maar bouwen daar vertrouwensrelaties en vriendschappen op. Vandaar dat ze veel horen en zien, tussen de behandelingen door. Het onderstaande verscheen vandaag op de blog van Marjolijn en haar collega’s (www.meisjesvanmooi.nl). Ik plaats het in zijn geheel op Mooidus. Omdat sommige  verhalen niet ‘mooi dus’ zijn, maar wél een zo groot mogelijk bereik verdienen!

Al jaren heb ik een klant in de salon, die samen met haar man de zorg heeft voor een aantal pleegkinderen. Na alle verhalen over de meest vreselijke gebeurtenissen waar zij en haar gezin mee te kampen kregen, snap ik wel waarom Jeugdzorg een enorm tekort heeft aan pleegouders. De ondersteuning die je als pleegouders denkt te krijgen, is dikwijls ver te zoeken. En heel eerlijk; Ik zou er persoonlijk écht niet aan moeten denken om zo’n zware taak op me te nemen..

Vanaf eind jaren tachtig hebben mijn klant en haar echtgenoot al te maken met Bureau Jeugdzorg Noord Holland. Bureau Jeugdzorg komt op voor de rechten en plichten van het kind. Zij helpen als er problemen zijn tussen ouders en kinderen. Bijvoorbeeld als er sprake is van geweld of seksueel misbruik. Ook helpen zij als een kind zich crimineel gedraagt en bijvoorbeeld steelt of vecht. Maar ook als er problemen zijn op school, bijvoorbeeld als het kind veel slechte cijfers haalt of veelvuldig spijbelt. En als de kinderrechter opdracht geeft om toezicht te houden en de veiligheid van een kind te beschermen of om het opnieuw plegen van strafbare feiten te voorkomen, doen zij dat ook. Bureau Jeugdzorg Noord-Holland is het eerste aanspreekpunt voor alle vormen van jeugdzorg in deze provincie.

20140531-233230-84750907.jpg
Het eerste pleegkind die mijn klant en haar echtgenoot onder hun hoede namen, was een zogenaamd vakantiekind. Dit meisje kwam alleen in de vakanties en later ook wel weekendjes bij het gezin, puur om even helemaal van de ellende van thuis weg te zijn.
Omdat dat zo goed beviel en mijn klant het idee had, om hét verschil voor nog een Jeugdzorg-kind te kunnen maken, besloten zij en haar man om ‘huis en hart’ open te stellen voor een vast pleegkind..

Zo kwam het dat zij twintig jaar geleden werden verblijdt met een schattig meisje van vier. Een kleutertje met prachtige, grote blauwe ogen. Ogen waar je, als je goed keek, haar verschrikkelijke verleden in terug kon zien.. Zij droeg op 4 jarige leeftijd al een enorme rugzak met zich mee omdat haar moeder door verslavingen en verkeerde relaties , niet voor haar en haar jongere zusje kon zorgen.. Beide kindjes waren zwaar verwaarloosd, mishandeld en getraumatiseerd en uiteindelijk door de kinderbescherming uit huis geplaatst en ondergebracht in een kindertehuis in afwachting van een pleeggezin. Het jongste kindje werd als eerste in een gezin geplaatst en weer kreeg het oudste zusje een klap te verstouwen… Ze werd gescheiden van hetgeen haar het liefst en meest vertrouwd was; haar kleine zusje. Gelukkig werd er voor haar binnen een paar maanden ook een gezin gevonden. Het gezin van mijn klant…
Gruwelijk dat het voorkomt; wat een leed op zo’n jonge leeftijd. Het kan niet anders dan dat dit soort kinderen beschadigt zijn door al deze trauma’s. En hoe ruimhartig is het dan, dat je juist zo’n kindje opneemt in je gezin en ook je huis openstelt voor de biologische ouders en opa’s en oma’s, zodat er altijd contact zou kunnen blijven met de mensen die je echte familie zijn. Mooi en nobel van mijn klant en haar echtgenoot maar ik denk dat als ze toen geweten hadden, wat er nog meer op hun pad zou komen, ze destijds waarschijnlijk niet deze keuze gemaakt hadden..

20140531-234006-85206121.jpg

Omdat het meisje zo getraumatiseerd was, werd al snel duidelijk dat er behoorlijk veel ‘extra’ zorg nodig was. Zij bleek met name enorm veel moeite te hebben om zich aan te passen aan een gewone gezinssituatie. Je zou denken dat er dan alle mogelijke moeite gedaan zou worden vanuit een instantie als Jeugdzorg, om het meisje verder op weg te helpen.. Helaas was dat niet het geval. Het enige dat gedaan werd, waren maandelijkse gesprekjes met een zogenaamde gezinsvoogd. Alle zorgen vanuit de pleegouders werden min of meer weggewimpeld en uiteindelijk escaleerde de boel toen het meisje in de pubertijd kwam. De pleegouders waren onervaren met dit soort kinderen en kregen totaal geen ondersteuning, tips of uitleg van de zorgexperts. De situatie was onhoudbaar, niet alleen voor haar maar ook voor de rest van het pleeggezin. Jeugdzorg had als oplossing een tijdelijke overplaatsing naar een tehuis waar ze eindelijk de benodigde therapieën zou gaan krijgen. Helaas was dat geen succes. In plaats van weer op het rechte pad te komen, raakte het meisje nog verder van dat pad; ze kwam in het tehuis in aanraking met verkeerde mensen die haar op een negatieve manier hebben beïnvloedt : roken, liegen, drinken en blowen waren dingen die dagelijks voor kwamen. Wat er van de therapieën terecht is gekomen, zullen de pleegouders nooit weten want alles liep destijds via Jeugdzorg. In de wandelgangen kregen de pleegouders wel wat te horen over de voortgang van de therapieën maar officieel is nooit een rapport ter inzage gegeven. Na een paar maanden werd het meisje weggestuurd uit het opvanghuis omdat zij, tegen de regels in, een relatie kreeg met een medebewoner. De oplossing van Jeugdzorg: terugplaatsing naar het pleeggezin..

In de tussentijd kreeg het meisje nog twee zusjes bij haar biologische moeder. ( ja, je leest het goed, moeder ging gewoon door met kinderen krijgen) Helaas ondergingen deze twee kinderen hetzelfde lot als hun twee oudere zusjes. Mishandeling en ernstige verwaarlozing. Niet zo gek want de moeder kon niet eens voor zichzelf zorgen. Op de leeftijd van 2 en 3 jaar oud werden de meisjes door Jeugdzorg opgegegeven als logeerkinderen, om op die manier een beetje tot rust te komen in een normale gezinssituatie.. Mijn klant nam de zusjes graag op in haar gezin. Na vier maanden bleek dat de thuissituatie onhoudbaar was geworden. Bij het terug brengen lag moeder laveloos van de drugs en de drank op de bank, was ze even daarvoor in elkaar geslagen door haar toenmalige partner, er was geen eten of drinken behalve flesjes bier, kortom geen goede situatie om de kindjes achter te laten. De pleegouders hebben de kinderen meteen weer mee naar huis genomen en de volgende dag Jeugdzorg ingeschakeld. Meteen werden de kinderen uit de thuissituatie gehaald en in crisisopvang bij mijn klant geplaatst. Crisisopvang betekent tijdelijke opvang maar omdat de meisjes nergens samen konden worden geplaatst, hebben mijn klant en haar man zich opgegegeven als vast pleeggezin. Drie meisjes uit één gezin op hetzelfde adres.. Het zou zo mooi geweest kunnen zijn, ware het niet dat de ellende toen pas echt begon..

De biologische vader was het namelijk niet eens met de uithuis-plaatsing van de kinderen. Net ontslagen uit de gevangenis, wilde hij zelf zorg dragen voor zijn kinderen. Hij vond dat ze hem, onterecht, waren afgepakt. Toen dat niet lukte, werd het hele pleeggezin door de vader bedreigt (zelfs met de dood) en lastig gevallen. Het contact hoefde volgens Jeugdzorg niet verbroken te worden. De meisjes MOESTEN één maal per week telefonisch contact hebben met de biologische ouders. Wel mocht de luidspreker aan, zodat meegeluisterd kon worden… De scheldpartijen van de vader naar de pleegouders waren niet van de lucht en dat alles via de kinderen.. Ik vraag me af: hoe traumatisch dat is voor zulke kleine kindjes.. De bedreigingen werden steeds heftiger, zelfs op school van de meisjes en in de buurt werden maatregelen genomen omdat men bang was dat de kinderen ontvoerd zouden worden. De telefonische bedreigingen hielden voor het pleeggezin pas op, toen na maanden toestemming gegeven werd dat een ander (geheim) telefoonnummer kon worden aangevraagd. De mensen die het oude nummer van KPN kregen toegewezen, toevallig ook klanten bij ons, zijn nog lange tijd telefonisch lastig gevallen…

Intussen bleef de bezoekregeling met de biologische ouders van ‘eens in de twee maanden’ gewoon van kracht. De meisjes werden door een gezinsvoogd van Jeugdzorg opgehaald en naar een ontmoetingsplek, ergens in ‘t Gooi, gereden. Drama’s waren dat want de kinderen waren doodsbang voor de vader. Met name de oudste heeft meerdere malen aangegeven geen contact met vader te willen vanwege alle dingen die hij haar in het verleden had aangedaan. De bezoeken moesten van Jeugdzorg desondanks gewoon doorgaan. Na de bezoeken vertoonden de meisjes heel bizar, destructief gedrag; ze knipten bijvoorbeeld alles kapot, zelfs hun eigen haar moest het ontgelden. Niet alleen de pleegouders, maar ook de gezinsvoogd van de meisjes was doodsbang voor de biologische vader. Zij werd namelijk ook enorm bedreigt en de vader wist zelfs haar privé adres te achterhalen… Toen hij dreigde om het kleutertje van de voogd iets aan te doen, is de voogd uiteindelijk,door Jeugdzorg zelf, van de zaak afgehaald.

Het gedrag van de meisjes werd almaar erger en uiteindelijk is er vanuit de pleegouders en een nieuwe gezinsvoogd, via de rechter, bedongen dat de bezoekregelingen met de biologische vader werden gestaakt. De kinderen moesten van de rechter eerst helen van alle trauma’s en er moesten therapieën in gang gezet worden bij De Bascule, een academisch centrum in Amsterdam, die psychiatrische zorg aan kinderen, jongeren en gezinnen verleent. De diagnoses die in dit centrum gesteld werden: PTSS, ADHD en een hechtingstoornis… Een zware taak voor de pleegouders!

20140531-234626-85586409.jpg

Lange tijd ging het, door toedoen van de Bascule, bergopwaarts met de kinderen. Zij werden ingesteld op de juiste medicatie en kregen een hele lieve gezinsbegeleidster toegewezen, waar zij een goede band mee kregen. De meisjes bloeide op. Maar helaas, het was van korte tijd. Na twee jaar intensieve behandelingen en begeleiding gaf Jeugdzorg aan dat de behandelingen gestaakt werden. Als reden gaven zij dat er geen geld meer was om onder behandeling bij de Bascule te mogen blijven. Jeugdzorg zorgde weer dat er via hen een gezinsvoogd en pleegzorgwerkster werden aangesteld. Met name de laatste was goud waard. Helaas moest deze medewerkster, wederom door bezuinigingen, overgeplaatst worden. Na een paar weken ging het opnieuw bergafwaarts.. Al gauw bleek dat kinderen niet zonder behandeling en professionele begeleiding konden. De pleegouders hebben toen uit machteloosheid zelf een cursus gedaan via de Bascule, om zodoende te leren hoe je moet omgaan met getraumatiseerde kinderen. Hierdoor kregen ze weer een jaar extra begeleiding. Maar helaas werd dit ook weer gestaakt, door geldgebrek… Een gebed zonder eind leek het wel en weer waren de pleegkinderen hier de dupe van!

Maar niet alleen de jongste pleegkinderen.. Wat te denken van het oudste zusje! Zij schaamde zich vreselijk voor de hele situatie en had grote zorg om haar zusjes.. De emmer liep over en ook zij ging weer raar gedrag vertonen. Uiteindelijk werd zij overgeplaatst naar een ander tehuis van Jeugdzorg. De situatie is daar uiteindelijk onhoudbaar geworden en het meisje werd uit het huis gezet. Moet je voorstellen: Weggestuurd worden uit een huis van Jeugdzorg zelf. Hoe bestaat het! De enige oplossing van Jeugdzorg was om haar terug te plaatsen bij haar biologische moeder…. (!) Oplossing?????
Nee dus! Ook daar escaleerde de boel en uiteindelijk is het meisje , na ruzie met haar biologische moeder, weggelopen en heeft op 16 jarige leeftijd min of meer een zwervend bestaan geleidt, zonder inkomen, zonder ziektekostenverzekering en zonder dak boven haar hoofd.. Ik zal hier maar niet uitweiden over de leefomstandigheden van dit meisje maar fraai was het allerminst! En waar was Bureau Jeugdzorg in die tijd? Nou om precies te zijn.. NERGENS! Het meisje werd door hen gewoon de laan uitgestuurd. Jeugdzorg vond dat ze alles hadden gedaan wat er in hun macht lag en vanaf daar moest het arme kind het zelf maar uitzoeken. Gelukkig hebben mijn klant en haar echtgenoot steeds contact met deze pleegdochter gehouden en hun deur weer voor haar opengesteld. Jeugdzorg heeft nooit meer iets voor haar gedaan.

20140531-235455-86095764.jpg

In de tussentijd leerde de jongste meisjes via Facebook een tante (zus van de biologische vader) kennen. Omdat de pleegouders vonden dat een dergelijk contact met echte bloedverwanten heel belangrijk was, werden de banden aangehaald. De relatie leek heel goed. Bezoekjes over en weer en uiteindelijk ook logeerpartijen van de meisjes bij tante. Tante zat echter vreselijk over haar broer in want hij bleek vlak bij haar te wonen en had door dat er contact was met de meisjes. Ook zij werd vanaf dat moment door hem bedriegt. Zij heeft uiteindelijk zelfs een wijkagent op de hoogte gebracht van de situatie. Ook Jeugdzorg was op de hoogte maar vond het een goed idee om het contact te onderhouden. Ook de pleegouders hadden, tot dat moment, een goed gevoel bij de tante.

De oudste van de twee thuiswonende pleegkinderen, inmiddels 15 jaar, ontspoorde echter volledig. Dagelijks kwam ze onder invloed van drank thuis. Ze bleef na schooltijd gewoon weg en lapte alle huisregels aan haar laars. De pleegouders konden niet meer tot haar doordringen en het ging met de dag slechter. De situatie werd pas echt zorgelijk toen ze ook drugs ging gebruiken. Haar jongste pleegzusje moest het met name ontgelden en werd regelmatig door haar geslagen. Ze pleegde kleine strafbare delicten; bijvoorbeeld diefstal, zelfs bij vrienden van de pleegmoeder. Ook werden er diverse zaken van het pleeggezin ontvreemd.. Je moet toch ergens aan geld komen om te kunnen scoren… Wat een ellende!

20140601-000242-162781.jpg

Ook kwam het regelmatig voor, dat de pleegouders helemaal zwart gemaakt werden bij mensen die het meisje had leren kennen.. Mishandeling en verwaarlozing waren enkele beschuldigingen die zij uitte.. Een voorbeeld: ze kwam thuis met een open en blauwe rug. Op school zei ze dat haar pleegvader haar mishandeld had, tegen pleegmoeder zei ze dat ze op school afgetuigd was, tegen weer iemand anders dat een vriend het gedaan had.. Uiteindelijk bleek dat het meisje zichzelf zo toe takelde, iets wat al eerder gebeurd was. Leugens alom! De druppel was, toen zij werd opgepakt door de politie omdat ze gestolen had in een winkel en op heterdaad was betrapt. De pleegouders en Jeugdzorg vonden de situatie onhoudbaar. De oplossing van Jeugdzorg was om het meisje in crisis opvang te plaatsen bij de tante, die ze tot voor kort niet eens kende, of een plek in een tehuis van Jeugdzorg. Natuurlijk koos het meisje voor haar tante maar wat niemand kon vermoeden gebeurde toch: ondanks dat ze zelf nooit meer contact wilde, zocht haar biologische vader, via haar tante, contact met haar. Het oudste zusje, inmiddels gewoon op zich zelf wonend en met eigen inkomen door werk, was hier razend over en heeft in diverse gesprekken te kennen gegeven dat de huidige situatie bij haar tante op zijn minst zorgwekkend te noemen is. Volgens haar was de tante niet in staat om voor haar zusje te zorgen en keurde ze het contact met de biologische vader ook af. Zij eist nu een onderzoek naar de leefomstandigheden bij de tante. Je zou inderdaad verwachten dat een instantie als Jeugdzorg dergelijke onderzoeken zou doen, alvorens een kind ergens onder te brengen. Hoe bestaat het, zeg!

20140601-000819-499916.jpg

Kwaad over het feit dat haar pleegouders haar niet meer konden verzorgen, heeft ze diverse leugens verteld over verwaarlozing en mishandeling vanuit de pleegouders. Deze verhalen vertelde ze ook aan de gezinsvoogd van Bureau Jeugdzorg. Op verzoek van Jeugdzorg werden de pleegouders uitgenodigd voor een zogenaamde eind evaluatie, waar het meisje en haar tante ook voor gevraagd werden. Dit gesprek escaleerde volledig. Niet alleen werden de pleegouders uitgescholden en onheus bejegend door het meisje én haar tante, de medewerkster van Jeugdzorg nam niet eens de moeite om in te grijpen of e.e.a in goede banen te leiden. De pleegouders zagen op dat moment geen andere uitweg dan weg te lopen van het gesprek. Een onderzoek naar de tante heeft naar hen weten, nog steeds niet plaatsgevonden. Voor hen onbegrijpelijk, teleurstellend en…. In hun geval het tweede pleegkind waarbij Jeugdzorg ernstig faalde! Een ideaal aan duigen maar helaas is het met de jeugdhulpverlening in Nederland wel vaker zo gesteld.

Jeugdzorg is de laatste tijd, politiek gezien, vaak in het nieuws. Met de op handen zijnde decentralisatie Jeugdzorg ben ik benieuwd hoe het allemaal gaat uitpakken, als straks de Gemeenten met de zorg voor dit soort probleem-gevallen belast worden… Ik hou mijn hart vast!

Wat zijn jullie ervaringen met jeugdzorg? Ben benieuwd naar de reacties en zal ze doorgeven, aan Marjolijn én haar klant!

Welkom op Mooidus, Natalja!

mooidus blogteamLeuk nieuws, lieve lezers: we hebben een nieuwe blogger bij Mooidus. Natalja Eggen (nét verhuisd van de stad naar een klein dorpje) gaat voor ons schrijven over alle aspecten van het ‘goede leven’. Denk aan mooie wijn, prachtige boeken, lekker eten… Als ze daar aan toekomt, tenminste. Want met twee kleuters, een baan van vier dagen én een schrijvende man heeft ook zij behoorlijk wat ‘ballen in de lucht’ te houden. Maar dat herkennen we allemaal wel!

Hier kun je alvast even kennismaken. En morgen is het tijd voor Natalja’s eerste blog!

Natalja werkte na haar studie Spaanse taal- en letterkunde een aantal hectische jaren in de IT en wijnbranche (over combinaties gesproken). Nu heeft ze een iets rustigere kantoorbaan. Evengoed is ze behoorlijk druk met het opvoeden van twee nog jonge kinderen  en een freelance werkende journalist als partner. Haar constante interesses zijn geschiedenis en alles wat met het goede leven te maken heeft, zoals lekker eten en wijn. Maar daarnaast kunnen ook time management-tactieken en slimme huishoudoplossingen op haar warme belangstelling rekenen.

Natalja Eggen

Natalja Eggen

Muzikale opvoeding?

Mijn kleuter houdt veel van muziek. Ze is gek op K3 – ik denk echt dat er sinds 20 jaar geen enkel meisje in Nederland en omstreken is opgegroeid zónder de muziek en dansjes van deze Belgische ‘meisjes’-band. Hoe oud zijn die vrouwen eigenlijk? Bijna 50?

Kinderen voor Kinderen is ook ‘de bom’ bij ons thuis. Wij hebben een nummer voor Koningsdag geoefend, genaamd ‘Doe de Kanga’. Het zal je niet verbazen dat ik inmiddels héél goed de Kanga kan! Lekker hupsen met die kleine en haar vriendinnetjes, daar word je toch vrolijk van?

En regelmatig proberen we iets nieuws met junior, qua muziek dan. Vindt ze altijd leuk. “Zal ik raden?” roept ze, alsof ze weet wat er komt. Dan luistert ze aandachtig naar een nummer en vraagt: is dit Engels? Is dat een gitaar? Of, bij Adèle, waarom moet die vrouw zo huilen?

Een paar weken geleden namen we haar mee naar een kinderconcert. Een afgeladen zaal vol kinderen, die kennismaakten met klassieke muziek. Ademloos zaten ze naar Prokovjev’s prachtige stuk “Peter en de Wolf” te luisteren. De dieren in het stuk hebben allemaal een eigen instrument en een herkenbare melodie. En het is een mooi verhaal, een beetje eng.

Thuis wilde ze het stuk nog een keer horen. En nog een keer. Ik haalde de platenspeler van zolder en vond een stapeltje oude LP’s. Ja hoor, daar was-ie, mijn eigen grijsgedraaide Peter-en-de-Wolf-plaat uit de jaren ’70. Wat een nostalgie! Samen met je kind luisteren naar muziek die je zelf als kind zó mooi vond.

De volgende dag checkte mijn kleuter de rest van mijn oude platen. Een LP met Duitstalige kinderliedjes? “Mama, kijk nou, dat is niet zo cool, he?” Ehm, nee. “En deze dan? Zet die vier meneren eens op? Wat kijken ze vrolijk!”

Nu hebben mijn dochter en ik samen een nieuwe lievelingsband.

Emmeren… Maar dan anders!

Jop in drumstel

Thuis hebben we een gezellige collectie muziekinstrumenten. De rommelzolder is ingericht als muziekhok en iedereen kan er een instrumentje van haar of zijn gading vinden.  Het drumstel, dat de halve zolder al in beslag neemt natuurlijk, wordt omringd door vele muziekvrienden, zo vind je er een gitaar, een grote en een kleine, een trekharmonica, violen, een djembé, fluiten in alle soorten en maten, twee Nepalese en een Indase trommels, een triangel…. het lijkt wel een muziekschool.

Uit praktische overwegingen staat de piano beneden, maar eigenlijk is het jammer. Dus ja, als een soort van ‘little house op the prairie’ familie zitten we vrijwel dagelijks in de avond een potje te jammen. Aanleiding is de drumdrang van de oudste, die sinds baby-af aan al een drumliefhebber is. Op zijn vierde kreeg hij zijn eerste kinderdrumstel en een jaar later een grote. De jongste kreeg op zijn vierde een viooltje, een ini-mini versie, want het is een 1/10 viool. Af en toe ‘spelen’ we wat. Het belangrijkste voor dit moment is dat hij het niet als speelgoed, maar als een soort lief, aaibaar, kwetsbaar object beschouwt. En weet hoe hij haar, want ja, een viool is vrouwelijk natuurlijk, moet behandelen.

Wel lastig af en toe: één zoon die van snoeiharde Rock, R&B en Reggae houdt en de ander die juist klassieke muziek omhelst. De mensen om ons heen weten dat we graag muziek maken en zo krijgen we af en toe een inspirerend filmpje toegespeeld. Zo ook deze van Gordo. En Gordo, die heeft helemaal geen instrument nodig. Wat een muzikant!  Kijk, luister en geniet. Van hoe je van niets iets maakt: Bucket drummer.

Vijf bewijzen van liefde

Hoe weet je nou zéker dat iemand van je houdt? Omdat die persoon dat op de één of andere manier aan je laat merken. Voor sommige mensen zit het grootste blijk van liefde in de woorden ‘ik hou van jou’. Voor een ander zit het in lichamelijk contact. Of in een veelzeggende actie: een pad van rozenblaadjes door de tuin…

Ik hoorde dit weekend dat er grofweg gezien vijf verschillende types van ‘liefdesbewijzen’ zijn. Maar wat voor de gever misschien het ultieme liefdesbewijs is, is voor de ontvanger wellicht helemaal niet zo belangrijk.


 

Woorden. Sommige mensen geloven het pas, als ze het live horen.’Jij bent de man/vrouw van mijn leven.’ ‘Ik vind je het allerliefst van allemaal.’ ‘Ik hou van jou.’ Grote woorden kunnen fantastisch effect hebben. Als degene tegen wie je het zegt daar gevoelig voor is, dan.

Daden. Andere mensen hebben niet zoveel met woorden. Zij kijken naar dat wat een ander voor ze doet! Een groot gebaar, of juist heel veel kleine tekenen van genegenheid. Door wat je doet, bewijs je aan de ander wat je voelt.

Kado’s. Degene die van je houdt, laat dat soms letterlijk zien door je een geschenk te geven. Een doosje, mooi verpakt, met daarin een speciaal ding – uitgezocht, alleen voor jou. Een teken dat er aan je gedacht wordt. Een blijvend symbool van jullie gevoelens. Of een beloning? Voor sommige mensen zijn kadootjes de bezegeling van liefde.

Tijd. En dan heb je mensen, die het ultieme bewijs van liefde zien in de hoeveelheid tijd die je aanbedene met je doorbrengt. Als je nooit bij elkaar bent, dan betekenen kado’s of mooie woorden veel te weinig, is de redenering.

Lichamelijkheid. Voor veel mensen is de hele bovenstaande riedel complete onzin. Als je van elkaar houdt, dan zoek je elkaar op en raak je elkaar aan. Strelen, kussen, vrijen – houden van is lichamelijk contact. En als dat er niet (meer) is, dan is de liefde ook over. Simple as that.

Voor de meeste mensen zit het gevoel van liefgehad worden het niet één ding apart, maar overlappen er twee of drie punten. Het suffe is, dat andere ‘bewijzen van liefde’ je  eigenlijk niet zo veel doen. Je bent met name gevoelig voor datgene wat je zelf het liefste geeft en ontvangt. Zo heb je het standaardtype ‘goeie sex zegt mij genoeg’ en de tegenpool ‘grote woorden en graag een kadootje’ De eerste wil ehm, ja – maar één ding. De laatste maak je juist blij door zachtjes een liefdesgedicht in het oor te fluisteren. Dan hebben we natuurlijk de categorie ‘Liefdesbrieven en romantische weekends weg.’ Zou die persoon het nou werkelijk als bewijs van liefde zien, als iemand  graag gewoon met haar op de bank zit?

Wat jij zelf als liefdesbewijs ziet, hoeft helemaal niet hetzelfde te zijn als wat je partner, vrienden of kinderen als bewijs ervaren. Als je een overlap blijkt te hebben, wordt het allemaal wel een stuk makkelijker. Hoe dan ook, check eens wat je degene waar je van houdt het fijnste vindt. Grote kans dat je iemand vandaag nog heel gelukkig kunt maken!

De grafiekgeneratie

 

Meten is weten

Toen op de valreep van 2006 mijn oudste werd geboren in het ziekenhuis, werd hij direct gewogen. Daarna werd hij van top tot teen gemeten om vervolgens – als gevolg van een opgelopen streptokokken bacterie in het ziekenhuis – aan de machines te worden gelegd. De thermometer gaf niet aan dat ik hoge koorts had. En de thermometer heeft gelijk. Ik had volgens de professionals in het ziekenhuis dus geen probleem, al was ik een etmaal lang bezig duidelijk te maken dat ik en een lage lichaamstemperatuur had en een lage bloeddruk. De thermometer liegt niet. Nee.

MW VELTKAMP_21

Hoe vroeg kun je beginnen met het meten van mensen? Mijn baby zat nog maar 20 weken in mijn buik en werd al in kaart gebracht. En meteen kwam de eerste schrik: zijn ene niertje bleek 2 millimeter kleiner te zijn dan de andere. Dat kón duiden op Down. Dat kregen we van de arts in een apart kamertje te horen. Het bleek een prachtig minimannetje, mijn oudste. Wel doodziek dankzij de onoplettendheid van de arts en verpleging, maar na 11 dagen mocht hij mee naar huis.

MW VELTKAMP_23Het is nooit meer overgegaan. Het meten, wegen en het in kaart brengen dan. Hij was klein, want te vroeg geboren, dronk maar moeizaam en dus groeide hij te langzaam. Maar aan levendigheid ontbrak het hem niet. Het consultatiebureau zat er desondanks bovenop. Wekelijks moest hij gewogen en gemeten worden. Als kersverse moeder vond ik allemaal nogal wennen. Ik zat niet te wachten op het gestress van dames van ‘het bureau’. Ik moest dagelijks in kaart brengen wat hij binnenkreeg. Wanneer hij een poepluier had, hoe vaak hij plaste. En bij nummer twee (die als baby heel ziek werd) was het precies hetzelfde verhaal. Twee zoontjes, twee grafieken. Ik had me er toch wel even wat anders bij voorgesteld, allemaal.

foto 3

En toen gingen ze naar de crèche. Ook daar wordt een volgsysteem gehanteerd. Wanneer hapt je kind van een lepeltje? Wanneer pakt de dreumes dingen op? Speelt je kind met andere kinderen? Alles werd weer vastgelegd. Inmiddels was ik er al een beetje aan gewend. Daarna volgde de peuterspeelzaal. Hetzelfde verhaal: alles vastleggen en bijhouden, om mogelijke afwijkingen snel te signaleren. Boeken vol grafieken heb ik thuis liggen!

Zijn peuter carrière sloot mijn oudste zoontje af met het advies om een zogenaamd rugzakje mee te geven. We weigerden dat. Een kindje van 4 jaar al met een etiket naar school sturen? Sorry, maar dat leek ons niet de juiste keus. Een beetje jammer is het wel dat de oudste, geboren met een vaste tong (na 3 weken doorgeknipt), duidelijk problemen kreeg met praten. De hoeveelheid letters die hij niet kon uitspreken zorgden voor een apart taaltje. En dat niet alleen: hij bleek, inmiddels 7 jaar oud, niet eens goed te kunnen kauwen en slikken. De praktijk is minder belangrijk, zo bleek maar weer. De grafieken zeiden ons dat het prima met hem ging. Nu zijn we dagelijks bezig zijn mondspieren te trainen, 3 kwartier lang. En bedankt.

Goed, toen werd hij kleuter. En kregen we de CITO toets. Tegenwoordig moeten kleuters er al aan geloven. Want de inspectie eist dat. De uitslagen bleken een drama te zijn: vooral op rekengebied haalde mijn fijne joch het onderste niveau. Of hij niet naar het speciaal onderwijs moest. Wat? Ons kind had nog nooit een toets gezien, is 5 jaar oud en werd nu al verdacht van ondercapaciteiten? Weet je wel hoe kleuters ‘in het moment’ leven? Pas een tweede test wees maanden later uit dat hij nu wel ‘in zijn rekenmoment’ zat. Storm in een glas water en hij ‘mocht’ naar groep 3.

Groep 3. Daar gaan we weer: CITO toetsen. Inmiddels was mijn zoon al ruim een half jaar aan de RT lezen. Zijn resultaten waren wederom een drama: ‘frustratie niveau lezen’. OK, maar waarom kan hij thuis dan zijn kleine broertje bijna vloeiend voorlezen? Na 4 maanden leesles? Inclusief intonatie? Onze verbazing was groot. Ook nu bleek het toetsresultaat weer over te waaien: na 2 maanden bleek hij op gemiddeld niveau te zitten. Wij, als ouders, natuurlijk reuze opgelucht.foto 2

Voor even dan. Want pas werd er toch duidelijk weer aan de bel getrokken: hij scoorde zijn CITO overall onder de maat. Het advies van school luidde: Laat maar eens onderzoeken wat hem toch mankeerde. Mankeerde? Weet je wat er mankeert? Dat een kind dat naar groep 3 gaat bijzonder weinig marge meer krijgt. De curvelijntjes waarbinnen je kind ‘normaal functioneert’ zijn zo dicht op elkaar gezet, dat je al gauw buiten de boot valt. En de grafieken: die zijn de norm.

Inmiddels zijn we zover dat we ons zoontje maar laten onderzoeken. Wij vinden hem een volslagen gezond, veelzijdig ventje. Fantasierijk, intelligent, muzikaal en bijzonder sociaal. Tja, en dan moet je dus de hele dag tussen 25 andere kinderen al die overbodige ‘luxe’ talenten maar even buiten de deur zetten, zodat je je tijdens schooltijd kan concentreren om binnen de lijntjes te blijven? Wij vinden het absurd.

We zijn kritische ouders, we zien echt wel dat hij iets minder kan rekenen, en zijn fijne motoriek wat achterloopt. Maar: so what? Geef het kind wat respect en alsjeblieft, laat je niet gek maken als ouder. Loop lekker naast de lijntjes! Want oh jee, als hij 15 is heeft hij het zelf wel gehad met presteren. Dan wil hij even niet meer. En dat is nu precies waar wij ons zorgen over maken: de grafiekgeneratie gooit de handdoek in de ring en gaat vooral buiten de lijntjes lopen. Geef ze eens ongelijk.  En wat we hier nu mee moeten? Gelukkig helpt de overheid ons een handje: per 1 augustus mogen kinderen die zich net even anders ontwikkelen, op een ‘gewone’ school blijven. En krijg je je kind niet zomaar meer op het speciaal onderwijs. Want: ‘we gaan weer samen naar school’. Dat betekent dat alle kinderen welkom zijn op het reguliere basisonderwijs. Wat mij betreft een goede ontwikkeling.  Want tenslotte is iedereen een beetje anders. Het gaat ongetwijfeld veel rugzakjes opleveren, want tja, wie gaat die speciale aandacht anders betalen?

Oja, voor de duidelijkheid: ik ben helemaal niet tegen speciaal onderwijs. Ik ben alleen wel voor het welzijn van onze kinderen. En die moeten niet in grafiekjes passen, maar in de samenleving. Laten we ons daar maar eens hard voor maken met z’n allen. En niet teveel eisen van ze. Want de lat ligt veel te hoog. Ook onze kinderen kunnen nauwelijks meer spelen. Moe van een lange schooldag van hard werken moeten ze ook thuis weer aan de bak: extra schrijfles, leesles, rekenen..en af en toe, zo in het weekend, is er dan nog tijd voor Playmobil.

Mij een zorg.

Ik was gisteravond bij een verkiezingsdebat. De zaal zat afgeladen vol. Politiek is spannend, diep in de provincie! We hebben een gigantisch bouwproject waar mensen heel verschillend over denken. We hebben machtsspelletjes. Projectontwikkelaren en sportclubs hebben meer te vertellen dan raadsleden en burgercomités. Onze politici steggelen over geld, afspraken en corruptie. En omdat we over 8 dagen gaan stemmen, willen de lokale lijsttrekkers opeens heel goed ‘luisteren naar de burger’.

debat gemeenteraadsverkiezingen MM

Verkiezingsdebat: steggelen over miljoenen. Foto: Guus Kroon

Eén onderwerp kwam helaas maar zijdelings aan bod. Door het geruzie over miljoenenclaims (de cosa nostra is er niks bij!), was er maar een paar minuten tijd om te praten over de zorg – voor kinderen, zieken en oude mensen. Onze kleine postzegelgemeente moet, net als alle andere gemeentes in Nederland, al die zorg vanaf januari zelf gaan organiseren. Daar krijgen we een potje met geld voor  van de overheid. Maar wel een stuk minder dan het Rijk nu beschikbaar heeft. En met die centjes moeten we het voortaan zelf maar uitzoeken. Onze regering verkoopt deze verkapte bezuinigingsmaatregel als ‘zorg dichter bij de mensen brengen’.


De gevolgen gaan vroeg of laat iedereen raken. Dementerende bejaarden, mensen met een beperking, maar ook alle kinderen met een probleem – ze moeten volgend jaar eerst langs een ambtenaar aan het gemeenteloket, voordat ze worden doorverwezen naar een professional. Ehm, áls ze worden doorverwezen. Want dat kost geld. En geld heeft de gemeente steeds minder.  Hoe dat gaat werken, bijvoorbeeld in de jeugd-psychiatrie, daarover las ik een woedend stuk van Metro-columnist Luuk Koelman.

Alle macht aan de incapabelen, want we weten allemaal hoe ambtenaren zijn wanneer ze macht ruiken: “Ja mevrouw, dat kan wel zo zijn dat uw zoontje elke dag zijn hoofd kapot bonkt tegen de deurpost, maar heeft u al eens Sinaspril geprobeerd? Een vertrouwde kinderpijnstiller hoor. Wacht, dan pak ik de cursusmap erbij. Kijk, hier staat het: Sinaspril kauwtabletten, bij voorkeur de frisse pepermuntsmaak. Bent u voor iets meer dan drie euro klaar.

Een gemeenteambtenaar beslist voortaan over de hulpvraag van de burgers. Met minder geld, minder kennis, een totaal gebrek aan ervaring. De lijsttrekkers waren het er  snel over eens: wij zijn daar in onze kleine gemeente helemaal niet klaar voor. De helft van de partijen riep daarop: ‘Maar we gaan het beleid natuurlijk wel uitvoeren. Want we hebben niks te kiezen.’ En de andere helft mompelde besmuikt in de microfoon ‘…proberen alles aan te doen.. overleg met de burger.’

Dit wordt de hel voor ouders die met de handen in het haar zitten. Zij mogen opboksen tegen een plaatselijke overheid die nergens zin in heeft wanneer het geld kost. […] Waar is de eerste gemeente die liever failliet gaat, dan dit wanbeleid door te voeren? Waar is de weigerambtenaar waneer je hem écht nodig hebt?

Frustrerend. Voor de burger dan. Want hier hebben we volgende week helemaal niets over te kiezen.

Sam en Julia in de auto

Sam en Julia

Vorig jaar,  een uur voordat ik jarig was, vroeg ik mij af wat ik eigenlijk als cadeau wenste. Het enige wat ik kon bedenken was een nieuwe auto. Nu moet je weten dat ik een hekel heb aan ‘kopen’, dus ik kan maanden – eerlijk gezegd soms jaren – iets ‘missen’. Zo klungel ik al sinds mensenheugenis met een gehandicapte kaasschaaf:  het heft schiet los zodra je een plakje kaas probeert te snijden. Handig is anders.

Ik besloot dat ik  wel een nieuwe auto wilde. De oude, een Citroën Pluriël, zo’n blitse wagen die je in een handomdraai (ahum) in een cabrio om kan toveren, was ver heen. Hij lekte zodanig, dat ik overal vuilniszakken in de auto had liggen en bij een flinke bui de boel moest hozen met een leeg bakje van de afhaalchinees. Zal je altijd zien: stuit ik  op een mega aanbieding van Citroën: bij aankoop van een auto gratis accessoires, 1000 euro extra inruilkorting, een jaar lang geen wegenbelasting en op de dag van mijn verjaardag zelfs een tankpas met 250 euro erop cadeau. En een zak strooizout! Read More