Tag Archives: Kleuter

Bloederige hobby

Mijn dochter heeft een eigen willetje. Vastberaden is ze, best leuk om dat te zien. Soms denk ik ook: ‘Wat is dat kind toch stronteigenwijs.’ Zo weigerde ze een half jaar pertinent om te fietsen omdat ze het eng vond. Maar de zijwieltjes mochten ook niet terug – dat was niet stoer.

Een impasse, die vorige week abrupt werd beëindigd. Dochterlief had ontdekt dat een vriendinnetje in de zomer had leren fietsen. Nu wilde zij ook, liever gisteren dan vandaag.

In een halve middag leerde ze opstappen, wegrijden (flink doortrappen!) en een beetje balans houden. De basics van het remmen heb ik haar ook nog laten zien, maar daar had ze geen tijd meer voor. “Ik wil niet stoppen, mam, ik wil fietsen!”

En weg was ze. Met kloppend hart (een mix van enorme trots en moederlijke bezorgdheid) keek ik mijn kleuter na, die in steeds grotere cirkels over de parkeerplaats slingerde.

IMG_5042

Na een minuut lag ze op de grond, met een schaafwond op haar knie. Verontwaardigd begon ze te huilen. “Nee mop, je hoeft niet te huilen – vallen hoort er helemaal bij als je leert fietsen,” beweerde ik. En tot mijn verbazing knikte ze. Zwijgend stapte ze weer op. Vijf minuten later reed ze op volle vaart de heg in. Grote kras op haar wang. “Gaat het, liefje?” “Geeft niet.”

Inmiddels fietst ze (nog steeds erg wiebelig) door het hele dorp. Haar fiets loopt aan en ratelt, zo vaak is hij op de grond gekletterd. En mijn kind is qua uiterlijk veranderd van een zoet prinsesje in een aangeslagen prijsvechter. Overal blauwe plekken, schaafwonden, tand door de lip.

Van de week (ze had net een stukje van haar melktand gebroken) zei ik: nu is het genoeg. Je moet eerst goed leren remmen, anders mag je er niet meer op. Waarop zij: “Nee mam, remmen is niet leuk. Ik doe liever mijn voeten in de lucht.” Ik was onverbiddelijk. Zuchtend liet ze me zien dat ze bést snapt hoe de terugtraprem werkt, om daarna weer gevaarlijk zwabberend verder te rijden.

“Fietsen is het allerleukste wat er bestaat,” vertelde ze mij dit weekend. We hadden een tochtje gemaakt, samen op de fiets, naar een hele verre plek. Eentje die ze zelf had uitgezocht. “Eerst fietsen. Dan filmpjes kijken. Dan schommelen. Dan knippen.”

Ik heb een nieuwe rol pleisters gekocht.

Meidenhuis

Ik ben een poosje alleen thuis. Mijn vriend is eergisteren op de boot gestapt om hem uit te zeilen naar onze vakantiebestemming. En dat gaat wel even duren, want een zeilboot gaat niet hard, zelfs niet als je de wind mee hebt. Als je tempo wilt maken, kun je beter op de fiets gaan, dat is sneller. Vriend & boot hebben dus een beetje voorsprong nodig, zodat we elkaar over 10 dagen in het buitenland kunnen treffen.

Alleen thuis. Nou ja, niet echt alleen natuurlijk, mijn kleuter is er ook. Maar de sfeer is wel helemaal anders! Vriend had de deur nog niet achter zich dichtgetrokken of er lag een enorme hoeveelheid knuffels in mijn bed. ‘Mama, ik slaap vanavond bij jou.’ Gezellig, doen we, riep ik. En dat was het natuurlijk ook – heerlijk, als je na een lange dag tussen de dekens kruipt en daar ligt dat kleine krullenkoppie in diepe slaap naast je. Tot vanochtend om kwart voor zes. ‘HEY MAM! BEN JE AL WAKKER! ZULLEN WE OPSTAAN? IK GA WAT KNUTSELSPULLEN PAKKEN! WAAR IS HET PLAKBAND? MAG IK CRUESLI?”  Ik vrees dat mijn dagen de komende tijd een stúk vroeger beginnen.

10443490_861388830555872_5456113303914528530_n (1)

Vanochtend begon de polonaise om half zes.

Kleuter mist haar papa. Om de haverklap vraagt ze: wat denk je dat hij nu doet? Is hij aan het varen? Zullen we bellen? — Papa smeert mijn brood heel anders. Kan jij dat wel? — En: Als ik 8 ben mag ik een konijn. Maar misschien vergeet papa dat, nu hij weg is. Zullen we bellen? Dit schiet niet op. Vriend heeft zojuist Enkhuizen bereikt (inderdaad, een uurtje met de auto, toch ruim een halve dag met de boot!) en heeft al drie telefoontjes van zijn dochter gehad.

In de middag nemen we een besluit: we gaan alles anders dan anders doen. We beginnen met een picknick op zolder, knapzak mee. Ondertussen plannen we een meisjes-uitje (we gaan alle dingen doen die papa niet leuk vindt) en daarna trekken we onze matching ballerina’s aan. Als je dochter vier is, is het in mijn ogen volkomen geoorloofd om dezelfde schoenen te dragen. Helaas vindt zij dat we dit ons leven lang moeten volhouden. Daar ben ik nog niet helemaal uit.

En in de avond is het over. Kleuter kruipt weer als een zonnetje in bed. ‘We missen papa nog wel’, zegt ze, ‘maar nu hebben wij een ander leven.’ De volgende ochtend springt ze om half zes op mijn kussen. Welkom in ons meidenhuis.

WK-Zombie

mooidus van de dag

Ons leven speelt zich momenteel af in WK-modus, dat wil zeggen: voor de TV. In de vroege avond gaat-ie aan, bord op schoot. Mijn vriend heeft vorige week, één dag voor aanvang van het toernooi, een nieuwe TV gekocht. Hij was ervan overtuigd dat de oude (die inderdaad wat kuren had) precies op vrijdagavond, tijdens de eerste wedstrijd van Oranje, het loodje zou leggen. Nu hebben we een strakke bak, vlijmscherp beeld, mooie kleuren.

IMG_4419

Ik kijk lekker mee. En dan niet alleen de wedstrijden van het Nederlands elftal, maar ook krakers als Engeland-Italië en Duitsland-Portugal. En ‘ nachts staan er obscure groepswedstrijden als Iran-Nigeria op het programma. Als je niet kijkt voor het voetbal technische aspect, kun je je wat later op de avond gewoon laten leiden door de stemmen van hysterische commentatoren. Of genieten van strakke shirtjes. Voetbal? Na een poosje werkt het hypnotisch. Ik word er in ieder geval heel rustig van.

Mijn kleuter kijkt één wedstrijd per dag (bij voorkeur die van 18 uur!) en speelt ondertussen met haar groeiende hamster collectie. Het kind leert spelenderwijs de buitenspel-regels en kan inmiddels alle vlaggen van de deelnemende landen herkennen. We zijn nu een week onderweg. Mijn  ogen zijn vierkant. Ik neurie in mijn halfslaap het volkslied van Mexico. Maar we zijn geen WK-zombies, hoor. Voetbal is hartstikke verantwoord!

IMG_4415

Op de bres voor je kind

Kalle ElvisHerinner je je de stukken van Sonja op deze blog? In januari schreef zij voor Mooidus een paar indringende verhalen over haar leven met meervoudig gehandicapt zoontje Kalle.

Over het inrichten van de babykamer, toen Sonja en haar man nog helemaal van niks wisten.

En over de lange, lange weg naar een aangepaste stoel voor hun kleine hummel. Een jongetje dat niet groeit, niet zelf kan eten, niet eens kan lachen. Een jongetje waar ze zielsveel van houden. Waar ze alles voor doen.

Sonja en Jan hebben inmiddels een groter gezin, met een jongetje van 2 en een meisje van bijna een jaar. De zorg voor Kalle is echter niet minder geworden, eerder meer. Gelukkig kunnen ze gebruik maken van een potje met geld, dat bedoeld is voor ‘zorg op maat’. Persoonsgebonden Budget (PGB) heet dat in overheidstermen. Met het PGB van Kalle kunnen Sonja en Jan een gespecialiseerde oppas en verpleegkundige inhuren. Dat werkt beter dan Kalle in een dagverblijf stoppen.

Sonja wilde graag verder schrijven voor Mooidus, maar werd ingehaald door de realiteit. Onze regeringscoalitie is namelijk bezig met enorme hervormingen in de zorgsector. Eén van de grote veranderingen is dat het PGB op de schop gaat. In de Tweede Kamer wordt gediscussieerd, achter de schermen gaan lobby groepen tot het uiterste om dat wat goed werkt te behouden. De beoogde veranderingen (beter woord: bezuinigingen) kunnen enorme consequenties hebben voor Kalle en het beetje kwaliteit van leven dat dit kindje heeft.

Daarom was Sonja’s keuze snel gemaakt: niet bloggen over Kalle, maar actie voeren! Samen met andere ouders van meervoudig gehandicapte kinderen die hun PGB kwijt dreigen te raken, is Sonja regelmatig in touw. Twitter-acties. Informatie voor Kamerleden. En ingezonden brieven.

Sonja Markowski en haar man Jan van Bijnen voor de geboorte van Kalle. Nu zijn ze ouders van een meervoudig gehandicapt zoontje én begnadigd musici.

Sonja Markowski en haar man Jan van Bijnen voor de geboorte van Kalle. Nu zijn ze ouders van een meervoudig gehandicapt zoontje én begenadigd musici.

Deze week  reageerde Sonja in De Volkskrant op een lang artikel over misbruik van PGB’s. De strekking van dat stuk, in de weekendkrant, was uitermate negatief. (Hier lees je een korte samenvatting.) Terecht, als je bedenkt dat er mensen rondlopen die het geld, bestemd voor gespecialiseerde zorg, opmaken aan dure auto’s en reizen. Maar onterecht, als je er éven bij stilstaat dat de overgrote meerderheid van PGB’s zuiver en eerlijk wordt besteed. En dat de overheid geld en heel veel administratieve rompslomp bespaart, door ouders zelf verantwoording te geven.

Zoals wel vaker bij bezuinigingen, spelen er allerlei emoties rond dit onderwerp. De mensen die gekort dreigen te worden doen alles wat ze kunnen om die kortingen tegen te houden. De mensen die de verandering willen doorvoeren, zullen allerlei manieren bedenken om aan te tonen waarom het huidige systeem niet werkt. (Bijvoorbeeld door heel hard te roepen: er wordt misbruik van gemaakt!)

Mag ik hier even de 10-80-10 regel op loslaten? Welke groep je ook bekijkt, er zullen altijd 10 procent zijn die proberen er de kantjes vanaf te lopen. 80 procent van de groep doet het gewoon zoals je verwacht. En 10 procent doet zijn uiterste fucking best om het geweldig te doen. Dat is ook zo bij PGB’s. 10 procent maakt (licht of zwaar) misbruik. Tachtig procent niet. En tien procent doet er alles, maar dan ook alles voor, om te bewijzen dat PGB’s de beste manier zijn om zelf zorg in te kopen – laagdrempelig, persoonlijk maatwerk.

Het zal je niet verbazen dat Sonja bij die laatste groep hoort. Mooidus steunt haar strijd van harte. Hier is de ingezonden brief, die De Volkskrant plaatste. Ik hoop dat we samen de beeldvorming rond PGB’s een beetje minder scheef krijgen. Voor een heldere kijk op de zaak moet je hem namelijk altijd van twee kanten bekijken.

Persoonsgebonden budget

Lamgeslagen. Zo voel ik me na het lezen van het artikel ‘Graaien in de zorgpot’ (Ten eerste, Vonk, 31 mei). Dit artikel is de zoveelste klap in het gezicht van de pgb-houders. Mensen zoals wij die met de hand op hun hart kunnen zeggen dat zij het pgb gebruiken waar het voor is bedoeld: voor het op maat inkopen van zorg.

In ons geval zorg voor ons zwaar gehandicapte zoontje van 4 die 24 uur per dag toezicht en zorg nodig heeft, dagelijks geteisterd wordt door vele epileptische aanvallen, niets zelf kan, niet communiceert en niet lacht. Eén-op-éénzorg die door geen enkele instelling geleverd kan worden. Zorg dus die hij zonder het persoonsgebonden budget simpelweg niet zou kunnen krijgen.

Na vier jaar kunnen we eindelijk zeggen dat we de juiste zorgverleners hebben gevonden: goede, betrouwbare, flexibele mensen. De communicatie verloopt via korte lijnen, ze kennen ons zoontje. De zorg die zij leveren is stukken goedkoper dan de meeste zorg die door instanties/instellingen wordt geleverd. Geen 60 euro per uur (zoals een thuiszorgorganisatie die in het eerste jaar zorg leverde) of 50 euro per uur (het medisch kinderdagverblijf waar ons zoontje een jaar lang een dag per week naartoe is geweest). Maar 20-30 euro per uur, waardoor we méér uren kunnen inkopen. Deze manier van zorg inkopen stelt ons als gezin in staat enigszins te functioneren.

Waarom kiest De Volkskrant ervoor om juist een negatief artikel over het pgb te schrijven, terwijl er zoveel ‘positieve’ verhalen zijn. Hoewel het woord positief in deze samenhang bijna cynisch klinkt. Er is wat ons betreft niks positiefs aan het hebben van een zwaar gehandicapt, vaak oncomfortabel kind.

Om me heen zie ik veel andere gezinnen die het – net als wij – zonder het pgb niet zouden redden. Wat moeten we dan met onze kinderen? Schrijf dáár eens over!

Sonja Markowski, Rotterdam

 

 

Groeistuip

Een drama in 5 aktes.

AKTE EEN – Dinsdag avond – 19.40 uur

Moeder: “Hier is je water, je nachtlampje is aan, alle knuffels liggen op een rij… We zijn er! Slaap lekker, kleine mop. Tot morgen.”

Kind: “Mama, mama, mama.. nog één ding wil ik zeggen, nog één dingetje maar! … Eeeehm, mama, mag ik morgen tóch zelf mijn kleren uitzoeken voor school?”

Moeder: “Nee, mop. Echt slapen nu, niet meer roepen, hoor. Dag lieverd!”

Kind: “Ja, maar… nou, OK dan. Slaap lekker… zzzz”

 

AKTE TWEE – Dinsdag avond – 22.30 uur

Kind: “Boehoehoeeee…”

Vader: “Wat is dat? Ze huilt heel hard.. Ga jij even kijken?”

Kind: “Boehoehoeee…”

Moeder komt na 10 minuten onbedaarlijk gehuil naar beneden, kronkelend kind op de arm.

Moeder en vader, afwisselend: ” “Maar wat heb je dan? – Waar doet het pijn? – Wil je het aanwijzen? – Geen buikpijn? – Kramp in je been? Hier?”

Opeens komt er een herinnering boven. De kleine heeft groeipijn, net als ik zelf als kind vaak heb gehad! We gaan maar eens googelen. Ja hoor, daar staat het:

Zeker één op de vijf kinderen heeft er last van: pijn in beide benen, meestal rond de knieën, kuiten, scheen- of dijbenen. Dit verschijnsel wordt groeipijn genoemd. Meestal komt de pijn ‘s nachts opzetten en is er overdag weinig van te merken. De pijn kan de hele nacht aanhouden.

Na 20 minuten zachtjes aaien en bemoedigend toespreken ontspant ze en doezelt terug in slaap. Naar boven maar weer. (En op de trap natuurlijk de vraag: wanneer is dat kind eigenlijk zo snel zo lang geworden?)

 

AKTE DRIE – Woensdag nacht – 0.45 uur

Kind: “Boehoehoeeeeee…”

Kind: “Boehoehoeeeee….”

Moeder: “Ik ga haar halen.”

Vader: “Grrrmpfl. Doe dan maar.”

Kind: “Boehoehoeeeee…”

Vader sluit ramen en deuren. Na 20 minuten aaien en bemoedigend toespreken is er dit maal geen enkele verbetering. Kind  heeft kramp en blijft huilen.

Vader: “Wil je een sinaspril?”

Kind: “Neeheeeheee…”

Moeder: “Je mag kiezen. Een sinasprilletje of een zetpil. Dan duurt het een paar minuutjes en kun je weer lekker slapen.”

Kind: “Neeheeeeeee… GEEN ZETPIL!”

Moeder (weet dat zetpilletjes op zijn, maar is nu vastberaden om kind een sinaspril te laten slikken): “OK, dan wordt het een zetpil.”

Kind: “Nee, echt niet! Ik wil een sinaspril, dan.”

Vader en moeder knipogen naar elkaar.

10 minuten  later: kind valt in slaap. Ouders liggen wakker.

Full-moon-sleep

 

AKTE VIER: Woensdag nacht.

2.30 uur. Vader schrikt wakker. “Hoor jij wat?”

4.30 uur. Moeder zit rechtop in bed. “Ik dacht dat ze… oh, nee.”

5.30 uur. Verdorie.

 

AKTE VIJF: Woensdag ochtend, 7.30 uur

Kind staat naast bed te stuiteren: “Hee, hoi pap en mam! Mag ik cruesli met melk? Gaan we opstaan? Heb je mijn Dora-trommel afgewassen of heb ik weer die rode? Is het vandaag Omi-dag? Denk je dat ik na schooltijd met Feline kan spelen? Gaan jullie nou nog opstaan? Ik ga even mijn knuffels halen, OK? Papa, ben je nou wakker…?”

Ouders kreunen.

mom

Welkom op Mooidus, Natalja!

mooidus blogteamLeuk nieuws, lieve lezers: we hebben een nieuwe blogger bij Mooidus. Natalja Eggen (nét verhuisd van de stad naar een klein dorpje) gaat voor ons schrijven over alle aspecten van het ‘goede leven’. Denk aan mooie wijn, prachtige boeken, lekker eten… Als ze daar aan toekomt, tenminste. Want met twee kleuters, een baan van vier dagen én een schrijvende man heeft ook zij behoorlijk wat ‘ballen in de lucht’ te houden. Maar dat herkennen we allemaal wel!

Hier kun je alvast even kennismaken. En morgen is het tijd voor Natalja’s eerste blog!

Natalja werkte na haar studie Spaanse taal- en letterkunde een aantal hectische jaren in de IT en wijnbranche (over combinaties gesproken). Nu heeft ze een iets rustigere kantoorbaan. Evengoed is ze behoorlijk druk met het opvoeden van twee nog jonge kinderen  en een freelance werkende journalist als partner. Haar constante interesses zijn geschiedenis en alles wat met het goede leven te maken heeft, zoals lekker eten en wijn. Maar daarnaast kunnen ook time management-tactieken en slimme huishoudoplossingen op haar warme belangstelling rekenen.

Natalja Eggen

Natalja Eggen

Op de fiets?

Mijn kleuter is, zoals alle kleuters, behoorlijk eigenwijs. Misschien een heel klein tikkeltje minder eigenwijs dan toen ze een peuter was… Ik herinner me dat ze, een klein jaartje geleden, een keer een hele dag ‘nee’ heeft gezegd. Dat was een lange dag. Maar toch. Eigengereid. Noem het gerust koppig. (Van wie zou ze dat toch hebben?)

Het kind heeft dus een fiets. Hartstikke leuk ding, met een mandje en bloemen en een coole bel. De zijwieltjes hebben we er – op verzoek van kleuter zelf – een paar maanden geleden af gehaald. En sinds dat moment weigert ze pertinent op de fiets te gaan.

De fiets mét zijwieltjes. Toen wilde ze er nog wel op.

De fiets mét zijwieltjes. Toen wilde ze er nog wel op.

Dus stelde ik voor: dan zetten we de wieltjes er toch gewoon weer op? Maar dat wil ze zéker niet. Nee, de wieltjes moeten eraf blijven, maar ze wil niet oefenen, ook niet even spelen, helemaal niks. De fiets wordt niet meer gebruikt. Kleuter gaat liever lopen – en als we haast hebben, wil ze wel “op wielen”. Dat betekent: op de step of met de poppenwagen.  “Vooruit dan maar, mama, hebben we tóch wielen.” Nee, dat is handig! Mijn kind zit dus meestal bij mij achterop de fiets. Lekker makkelijk voor ons allebei, want eerlijk is eerlijk: “Mama, jij fietst best snel.”

Maar die fiets staat in de berging te verstoffen. En mijn dochter is er inmiddels wel achter dat niet fietsen.. niet cool is. “Mama, ik ben de enige in de klas die niet kan fietsen,” vertelde ze me van de week. Ik knikte. “Als ik 18 ben kan ik het denk ik wel,” zei ze nadenkend. Ik knikte weer. Ik ken kinderen van 2 en 3 die op loopfietsjes of van die kleine race-mobieltjes met dikke rupswielen rondscheuren. Dat is wel even andere koek dan mijn übervoorzichtige dochter op haar prinsessen-fietsje.

'Als ik 18 ben dan kan ik het denk ik wel.'

‘Als ik 18 ben dan kan ik het denk ik wel.’

Nu heb ik een truc bedacht. Gisteren haalde ik de verwaarloosde fiets uit de berging en zette hem achteloos bij de voordeur. En vanochtend, verdraaid, zei ze bij vertrek naar school: “Mam, zullen we met mijn fiets gaan?” Erop fietsen, dat wilde ze (nog) niet. Maar we zijn met de fiets aan de hand naar school gelopen. Tijdens de wandeling werd mijn kleuter aan alle kanten toegezwaaid door fietsende klasgenoten.

Trots zette ze haar fiets tussen de andere kleuterfietsjes in de stalling. Ik ben héél benieuwd hoe dit verdergaat.

10 dagen in de bonentijd…

Ik heb er expres niets over geschreven toen ik er middenin zat, want ik was als de dood dat ik het niet zou volhouden. Natúúrlijk niet zou volhouden, want zodra het over eten gaat, is mijn wilskracht ver te zoeken. Maar geloof me, ik -bourgondiër in hart en nieren- heb de afgelopen 9 dagen op bonen geleefd.

Het geheel was een nogal spontane actie. Mijn buren en goede vrienden, Kim en Sebas, deden voor de tweede keer, heel bewust en weloverwogen, een ayurvedische detox. Nou moet ik daar bij vertellen: zij weten precies wat ze aan het doen zijn. Ze zitten ieder jaar wekenlang in India. Zij hebben verstand van de 5000 jaar oude kruidenleer die erachter zit. Daarom begrijpen ze de reinigende werking op het lichaam en genieten ze van het hele proces – én de resultaten.

Ayurvedische kruiden. Je vindt er heel veel info over op internet, bijvoorbeeld bij therapeut Bianca Fabrie.

Ayurvedische kruiden. Je vindt er heel veel info over op internet, bijvoorbeeld bij therapeut Bianca Fabrie.

En toen riep ik in een opwelling: Yay, ik doe mee! Ik wil ook wel een schoon lijf en een heldere geest. 10 dagen bonen en ayurvedische kruiden eten? Moet toch lukken! Nou, ik heb het geweten. Ze begonnen een week later al!

Dus na mijn impulsieve besluit moest ik het thuis vertellen. ‘Jongens, ik ga tien dagen bonen eten. Verder niks. Ik wil wel voor jullie koken, maar ik eet dus niet mee.’ Vriend: ‘Je bent gek.’ Kind: ‘Hou je zo veel van bonen? Ga jij alleen maar bonen eten? Dan wil ik tien dagen alleen maar pannenkoeken eten!’

Ik begon in een weekend, een dag later dan Kim en Sebas. ‘s Ochtends, ‘s middags en ‘s avonds een flinke kop bonensoep, lekker pittig gekruid. Geen hongergevoel. Maar hémel, wat werd ik moe, opeens. En beroerd. En chagrijnig. Je kon me op zaterdag avond echt opvegen, ik wilde het liefst om 7 uur naar bed. Zondag? Zelfde verhaal. Nee, eigenlijk nog erger. Doffe hoofdpijn, zware ledematen, ik voelde me zo slap als een vaatdoek. In de loop van de middag sleepte ik mezelf naar de buren. Ja, zij waren ook een beetje moe. Maar, zo Kim, dat zou op de derde of uiterlijk vierde dag beter worden. Die bonen, die waren nu mijn hele lijf aan het schoonmaken. En dan zou de energie gaan vloeien. Die avond heb ik een stapel pannenkoeken voor mijn kleuter staan bakken. Erger kon het toch niet worden.

1150407_246133952238702_1637721099_n

Deze soep was het. Kim kookte, ik mocht iedere dag een pannetje halen.

Op maandag moest ik gewoon werken. Ik begon mijn dag met bonen. ‘s Middags: bonen. Ik eindigde de dag met: bonen. Honger had ik nog steeds niet en langzaam voelde ik me inderdaad wat beter. Na drie dagen zonder vlees, zonder zuivel, zonder alcohol of cafeïne, leek mijn lichaam zich een beetje aan de nieuwe stand van zaken aan te passen. De bonen waren voedzaam en de kruiden gingen als een gek tekeer in mijn lijf. Ik voelde me zowaar een beetje zoals vóór het weekend. Als in: een normaal functionerend mens.

En op vierde dag bleek dat je inderdaad energie krijgt van peulvruchten. Scherpe blik, vol daadkracht, deed ik om 7 uur ‘s ochtends mijn ogen open en sprong uit bed. Misschien had dat ook te maken met wat ik vreesde: vandaag nog lekker eten, morgen vasten. Ehm, ja, vasten. Eén dag van de hele bonenkuur bleek namelijk: NIET eten. Dat had ik, toen ik er aan begon, nog een beetje over het hoofd gezien. Maar nu kwam de dag zonder voedsel wel heel dichtbij. En om nou te zeggen dat ik daar zin in had?

De volgende ochtend dacht ik opeens aan de kruiden. Ik bedoel, als ik een beetje knoflook eet, dan kun je dat een dag later aan mij vrij goed merken. Maar vier-vijf dagen de meest heftige Indische kruiden? Meteen even checken. Waarop vriend: ‘Ja, je ruikt wel een beetje anders.’ En kind: ‘Mama, ben je een mens, of ben je een boon?’ Oh, hemel!

Een uur later zat ik met vriendin Marjolijn op een netwerkbijeenkomst. Om ons heen overal vrolijk netwerkende ondernemers,  een lekkere cappuccino in de ene hand en een visitekaartje in de andere. Ik zat in een hoekje met een kop muntthee en was er inmiddels van overtuigd dat ik een gehele Indische toko uitwasemde. ‘Ruik je echt niets aan me?’, fluisterde ik wanhopig tegen Marjolijn. En liet haar aan mijn arm snuffelen. Die blik van haar! Maar ze zei dat ze NIETS aan me rook. De schat.

De rest van de dag heb ik een soort kruidenmengsel gedronken. Officieel heet dat: de vastendrank. Ik noemde het: afzichtelijk heksengebrouw. Maar het hielp wel. Ik had geen honger, tot in de avond. Toen well. En hoe. Ik was alleen thuis. Mijn maag knorde als een gek. En daar raakte ik, voor het eerst, even helemaal van mijn padje. Stond woest aan de keukenkastjes te trekken – open en dicht, open en dicht –  ik wilde alles! Koekjes en dropjes, crackers met kaas, een wortel… ANYTHING! Die avond ben ik weer naar de buren gegaan. Een mok kruidenthee, haardvuur aan, filmpje kijken – mijn support group maakte er gewoon een feestje van.

En daarna werd alles makkelijker. Na het vasten een dagje watersoep? Hahaha, dan eet ik toch watersoep. De volgende dag werden de bonen weer wat vaster. En toen: bonen met rijst! Zoooo lekker, opeens! Naar het einde van de detox toe was ik helemaal verzot op mijn Indische hapjes. En gisteren was opeens al de laatste dag.

Vanochtend, aan mijn eerste normale ontbijt in negen dagen, heb ik de balans opgemaakt. In de afgelopen negen dagen heb ik een stuk mooiere huid gekregen. Een merkbaar verschil, alsof de doorbloeding beter is. Ik heb meer energie dan daarvoor. Geen grap, ik voel me lekker. Bovendien ben ruim vier kilo (!) lichter dan tien dagen geleden. Maar het belangrijkste is: ik heb aan mezelf bewezen dat ik het kan volhouden. En daar ben ik heel erg blij mee.

Kim en Sebas: dank jullie voor alle steun en peptalks, voor de geweldige kookkunsten én voor de super gezellige uurtjes. Gaan we zeker nog een keer doen!

1383092_246133962238701_1384133672_n

Mung bonen, ik had er eigenlijk nog nooit van gehoord. Nu staan ze, samen met aduki bonen, op mijn ‘lekker en gezond, dus vaker eten!’-lijstje.