Tag Archives: Ouders

Meidenhuis

Ik ben een poosje alleen thuis. Mijn vriend is eergisteren op de boot gestapt om hem uit te zeilen naar onze vakantiebestemming. En dat gaat wel even duren, want een zeilboot gaat niet hard, zelfs niet als je de wind mee hebt. Als je tempo wilt maken, kun je beter op de fiets gaan, dat is sneller. Vriend & boot hebben dus een beetje voorsprong nodig, zodat we elkaar over 10 dagen in het buitenland kunnen treffen.

Alleen thuis. Nou ja, niet echt alleen natuurlijk, mijn kleuter is er ook. Maar de sfeer is wel helemaal anders! Vriend had de deur nog niet achter zich dichtgetrokken of er lag een enorme hoeveelheid knuffels in mijn bed. ‘Mama, ik slaap vanavond bij jou.’ Gezellig, doen we, riep ik. En dat was het natuurlijk ook – heerlijk, als je na een lange dag tussen de dekens kruipt en daar ligt dat kleine krullenkoppie in diepe slaap naast je. Tot vanochtend om kwart voor zes. ‘HEY MAM! BEN JE AL WAKKER! ZULLEN WE OPSTAAN? IK GA WAT KNUTSELSPULLEN PAKKEN! WAAR IS HET PLAKBAND? MAG IK CRUESLI?”  Ik vrees dat mijn dagen de komende tijd een stúk vroeger beginnen.

10443490_861388830555872_5456113303914528530_n (1)

Vanochtend begon de polonaise om half zes.

Kleuter mist haar papa. Om de haverklap vraagt ze: wat denk je dat hij nu doet? Is hij aan het varen? Zullen we bellen? — Papa smeert mijn brood heel anders. Kan jij dat wel? — En: Als ik 8 ben mag ik een konijn. Maar misschien vergeet papa dat, nu hij weg is. Zullen we bellen? Dit schiet niet op. Vriend heeft zojuist Enkhuizen bereikt (inderdaad, een uurtje met de auto, toch ruim een halve dag met de boot!) en heeft al drie telefoontjes van zijn dochter gehad.

In de middag nemen we een besluit: we gaan alles anders dan anders doen. We beginnen met een picknick op zolder, knapzak mee. Ondertussen plannen we een meisjes-uitje (we gaan alle dingen doen die papa niet leuk vindt) en daarna trekken we onze matching ballerina’s aan. Als je dochter vier is, is het in mijn ogen volkomen geoorloofd om dezelfde schoenen te dragen. Helaas vindt zij dat we dit ons leven lang moeten volhouden. Daar ben ik nog niet helemaal uit.

En in de avond is het over. Kleuter kruipt weer als een zonnetje in bed. ‘We missen papa nog wel’, zegt ze, ‘maar nu hebben wij een ander leven.’ De volgende ochtend springt ze om half zes op mijn kussen. Welkom in ons meidenhuis.

Een beetje hulp bij dementie.

Vroeg of laat krijg je ermee te maken. Dementie komt inmiddels zo veel voor, dat iedereen wel iemand kent die dementeert. Misschien is het je tante of je vroegere buurman. Of nog dichterbij. Eén van je ouders. En dan beleef je van dichtbij hoe desastreus deze ziekte is: de aftakeling van het menselijk brein. Steeds meer vergeten, steeds minder kunnen. En wat er bij komt, aan gevoelens: de angst, de vertwijfeling. Dementie is een vreselijk lot.

HH_app_low_res_(3_van_71)Een lot dat de makers van de ‘Dementia-App’ een beetje dragelijker willen maken. Ja, je leest het goed: Pieter en Harm Haselaar willen een app maken voor mensen met dementie – en voor de mantelzorgers die om hen heen staan.

Met de app kan een dementerende naar oude foto’s kijken en favoriete muziek luisteren. Zo bewaar je samen dierbare herinneringen. Je kunt de app ook gebruiken om te beeldbellen, voor makkelijk contact tussen de zieke en mensen om hem of haar heen. En er zit een agenda-functie in, die bijgehouden kan worden door de mantelzorgers. (Morgen naar de kapper.) Bovendien heeft de app een ingebouwde GPS-functie, die alarm slaat als de gebruiker buiten een bepaald gebied komt. Zo kun je iemand die verdwaald is snel terugvinden.

De eerste stappen voor de Dementia-App zijn gezet. Er is een visie, een business plan en een team van techneuten die staan te popelen om hem te maken. Maar het ontbreekt nog aan geld om de app te ontwikkelen. Vandaar dat Pieter en Harm hun App met crowdfunding van de grond willen krijgen. Heel veel info en een verhelderend filmpje vind je op de site van Seeds (een dochteronderneming van ABN AMRO bank) waar Harm en Pieter hun plan uitleggen in een duidelijk filmpje.

Ik heb zojuist een bedragje overgemaakt. Doen jullie ook mee? Als deze App er komt, kan dat voor honderd duizenden mensen nét dat beetje hulp betekenen, waardoor het allemaal wat dragelijker wordt. Voor even dan.

Prachtig gedicht

Vandaag wil ik iets met jullie delen wat ik heel erg mooi vind: de poezie van mijn vriend Peter Swanborn. Dichter, taalwonder, begnadigd leraar. Zijn specialiteit: kwetsbare beelden in krachtige taal. In de bundel ‘Tot ook ik verwaai’ vertelt Peter over de dementie van zijn moeder.

Ontbijt

Verborgen in rimpels en dekens,swanborn
haar vest achterstevoren, een sjaal
hoog om de oren, de haren wild,
lepelt ze traag het kinderontbijt.

Dokter komt langs, fysio masseert,
personeel verzorgt, tv staat aan,
telefoon, wasmachines draaien,
vloeren worden zingend gedweild.

Vroeger had ze zich afgekeerd,
kritiek geuit, gevraagd of het niet
wat minder kon. Nu zit ze stil,
geniet van brinta met slagroom.

Peter Swanborn – Tot ook ik verwaai

Ik heb met Peter samengewerkt  bij het Goethe Institut en werd zakelijk leider van zijn muziektheater-ensemble Nieuw Muziektheater Rotterdam. Daardoor heb ik een aantal prachtige voorstellingen met hem kunnen maken, onder andere AMYGDALA, voor de Operadagen Rotterdam. Peter schrijft regelmatig voor de boekenbijlage van De Volkskrant en heeft inmiddels vier dichtbundels uitgebracht bij Uitgeverij Podium.

En dit gedicht raakt me weer zo – dat ik hem nu even ga bellen.

omslagtoiv

Tot ook ik verwaai – Peter Swanborn – Uitgeverij Podium

Over de dichtbundel: Tot ook ik verwaai is een monument voor een dementerende moeder. In drie chronologische hoofdstukken krijgt de lezer een beeld van wat dementie met een mens en zijn omgeving doet.

De bundel werd genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs 2011.

Uit het juryrapport:
“Peter Swanborn schreef een prachtige elegie over de dementie van zijn moeder. Hij is daarin zeer nabij maar slaagt er niet in tot haar door te dringen, werkelijk te bevatten wat ze doormaakt. Dat bewust gekozen falen is zeer geslaagd. De dichter volgt haar tot de dood, brengt de lezers tot de dood, en hier overstijgt hij zichzelf en benoemd hij het universele van het sterven. Als het autobiografisch is, is de afstand zeer knap volgehouden, als het verzonnen is, is het zeer geloofwaardig. Swanborn maakt ons stil.”

 

De grafiekgeneratie

 

Meten is weten

Toen op de valreep van 2006 mijn oudste werd geboren in het ziekenhuis, werd hij direct gewogen. Daarna werd hij van top tot teen gemeten om vervolgens – als gevolg van een opgelopen streptokokken bacterie in het ziekenhuis – aan de machines te worden gelegd. De thermometer gaf niet aan dat ik hoge koorts had. En de thermometer heeft gelijk. Ik had volgens de professionals in het ziekenhuis dus geen probleem, al was ik een etmaal lang bezig duidelijk te maken dat ik en een lage lichaamstemperatuur had en een lage bloeddruk. De thermometer liegt niet. Nee.

MW VELTKAMP_21

Hoe vroeg kun je beginnen met het meten van mensen? Mijn baby zat nog maar 20 weken in mijn buik en werd al in kaart gebracht. En meteen kwam de eerste schrik: zijn ene niertje bleek 2 millimeter kleiner te zijn dan de andere. Dat kón duiden op Down. Dat kregen we van de arts in een apart kamertje te horen. Het bleek een prachtig minimannetje, mijn oudste. Wel doodziek dankzij de onoplettendheid van de arts en verpleging, maar na 11 dagen mocht hij mee naar huis.

MW VELTKAMP_23Het is nooit meer overgegaan. Het meten, wegen en het in kaart brengen dan. Hij was klein, want te vroeg geboren, dronk maar moeizaam en dus groeide hij te langzaam. Maar aan levendigheid ontbrak het hem niet. Het consultatiebureau zat er desondanks bovenop. Wekelijks moest hij gewogen en gemeten worden. Als kersverse moeder vond ik allemaal nogal wennen. Ik zat niet te wachten op het gestress van dames van ‘het bureau’. Ik moest dagelijks in kaart brengen wat hij binnenkreeg. Wanneer hij een poepluier had, hoe vaak hij plaste. En bij nummer twee (die als baby heel ziek werd) was het precies hetzelfde verhaal. Twee zoontjes, twee grafieken. Ik had me er toch wel even wat anders bij voorgesteld, allemaal.

foto 3

En toen gingen ze naar de crèche. Ook daar wordt een volgsysteem gehanteerd. Wanneer hapt je kind van een lepeltje? Wanneer pakt de dreumes dingen op? Speelt je kind met andere kinderen? Alles werd weer vastgelegd. Inmiddels was ik er al een beetje aan gewend. Daarna volgde de peuterspeelzaal. Hetzelfde verhaal: alles vastleggen en bijhouden, om mogelijke afwijkingen snel te signaleren. Boeken vol grafieken heb ik thuis liggen!

Zijn peuter carrière sloot mijn oudste zoontje af met het advies om een zogenaamd rugzakje mee te geven. We weigerden dat. Een kindje van 4 jaar al met een etiket naar school sturen? Sorry, maar dat leek ons niet de juiste keus. Een beetje jammer is het wel dat de oudste, geboren met een vaste tong (na 3 weken doorgeknipt), duidelijk problemen kreeg met praten. De hoeveelheid letters die hij niet kon uitspreken zorgden voor een apart taaltje. En dat niet alleen: hij bleek, inmiddels 7 jaar oud, niet eens goed te kunnen kauwen en slikken. De praktijk is minder belangrijk, zo bleek maar weer. De grafieken zeiden ons dat het prima met hem ging. Nu zijn we dagelijks bezig zijn mondspieren te trainen, 3 kwartier lang. En bedankt.

Goed, toen werd hij kleuter. En kregen we de CITO toets. Tegenwoordig moeten kleuters er al aan geloven. Want de inspectie eist dat. De uitslagen bleken een drama te zijn: vooral op rekengebied haalde mijn fijne joch het onderste niveau. Of hij niet naar het speciaal onderwijs moest. Wat? Ons kind had nog nooit een toets gezien, is 5 jaar oud en werd nu al verdacht van ondercapaciteiten? Weet je wel hoe kleuters ‘in het moment’ leven? Pas een tweede test wees maanden later uit dat hij nu wel ‘in zijn rekenmoment’ zat. Storm in een glas water en hij ‘mocht’ naar groep 3.

Groep 3. Daar gaan we weer: CITO toetsen. Inmiddels was mijn zoon al ruim een half jaar aan de RT lezen. Zijn resultaten waren wederom een drama: ‘frustratie niveau lezen’. OK, maar waarom kan hij thuis dan zijn kleine broertje bijna vloeiend voorlezen? Na 4 maanden leesles? Inclusief intonatie? Onze verbazing was groot. Ook nu bleek het toetsresultaat weer over te waaien: na 2 maanden bleek hij op gemiddeld niveau te zitten. Wij, als ouders, natuurlijk reuze opgelucht.foto 2

Voor even dan. Want pas werd er toch duidelijk weer aan de bel getrokken: hij scoorde zijn CITO overall onder de maat. Het advies van school luidde: Laat maar eens onderzoeken wat hem toch mankeerde. Mankeerde? Weet je wat er mankeert? Dat een kind dat naar groep 3 gaat bijzonder weinig marge meer krijgt. De curvelijntjes waarbinnen je kind ‘normaal functioneert’ zijn zo dicht op elkaar gezet, dat je al gauw buiten de boot valt. En de grafieken: die zijn de norm.

Inmiddels zijn we zover dat we ons zoontje maar laten onderzoeken. Wij vinden hem een volslagen gezond, veelzijdig ventje. Fantasierijk, intelligent, muzikaal en bijzonder sociaal. Tja, en dan moet je dus de hele dag tussen 25 andere kinderen al die overbodige ‘luxe’ talenten maar even buiten de deur zetten, zodat je je tijdens schooltijd kan concentreren om binnen de lijntjes te blijven? Wij vinden het absurd.

We zijn kritische ouders, we zien echt wel dat hij iets minder kan rekenen, en zijn fijne motoriek wat achterloopt. Maar: so what? Geef het kind wat respect en alsjeblieft, laat je niet gek maken als ouder. Loop lekker naast de lijntjes! Want oh jee, als hij 15 is heeft hij het zelf wel gehad met presteren. Dan wil hij even niet meer. En dat is nu precies waar wij ons zorgen over maken: de grafiekgeneratie gooit de handdoek in de ring en gaat vooral buiten de lijntjes lopen. Geef ze eens ongelijk.  En wat we hier nu mee moeten? Gelukkig helpt de overheid ons een handje: per 1 augustus mogen kinderen die zich net even anders ontwikkelen, op een ‘gewone’ school blijven. En krijg je je kind niet zomaar meer op het speciaal onderwijs. Want: ‘we gaan weer samen naar school’. Dat betekent dat alle kinderen welkom zijn op het reguliere basisonderwijs. Wat mij betreft een goede ontwikkeling.  Want tenslotte is iedereen een beetje anders. Het gaat ongetwijfeld veel rugzakjes opleveren, want tja, wie gaat die speciale aandacht anders betalen?

Oja, voor de duidelijkheid: ik ben helemaal niet tegen speciaal onderwijs. Ik ben alleen wel voor het welzijn van onze kinderen. En die moeten niet in grafiekjes passen, maar in de samenleving. Laten we ons daar maar eens hard voor maken met z’n allen. En niet teveel eisen van ze. Want de lat ligt veel te hoog. Ook onze kinderen kunnen nauwelijks meer spelen. Moe van een lange schooldag van hard werken moeten ze ook thuis weer aan de bak: extra schrijfles, leesles, rekenen..en af en toe, zo in het weekend, is er dan nog tijd voor Playmobil.

Kijktip: De Dwaze Zoon

Documentaires zijn voor veel mensen een serieuze zaak. En misschien is het voor jou ook zo: soms kijk je er eentje, maar – in tegenstelling tot speelfilms en series – zijn ze niet je lievelingskostje. Daarvoor zijn ze te lang, te droog, te saai. (Denk je dan.) Documentaires worden vaak uitgezonden aan het eind van de avond. En meestal op zenders die achteraan de afstandsbediening staan geprogrammeerd. Zo, de toon is gezet: documentaires zijn niet mainstream en zeker niet sexy. In mijn ogen is dat volkomen onterecht. De meeste documentaires vind ik niet alleen spannend en realistisch, maar ze zetten me aan het denken en geven me het gevoel dat je de wereld kunt veranderen.

DWAZE ZOON poster

Natuurlijk denk ik er ook zo over omdat ik zelf aan een aantal documentaires heb meegewerkt. Als je een keertje aan de andere kant van de camera staat, wordt het genre al een stuk spannender: je ziet hoe een film gemaakt wordt en levert daar zelf een bijdrage aan. Als researcher zat ik weken-, soms maandenlang in archieven te pluizen. Als het dan raak is, ga je wel uit je dak! Daarnaast deed ik onderzoek voor interviews: ik sprak  allerlei mensen  om hun verhalen te checken. Soms deed ik ook de gesprekken op camera. Als producent regelde ik van alles rond de opnames: van locaties tot ‘call sheets’. Achter de schermen, ook  bij de montage, krijg je een goed gevoel voor de echtheid van een documentaire.

Afgelopen week was de premiere van een bijzondere documentaire, die vanavond ook op televisie te zien is: ‘De Dwaze Zoon’ van Matte Mourik. Matte is niet alleen de maker en regisseur van de film, maar ook één van de hoofdpersonen. Hij staat dus zowel voor als achter de camera – en dat is een combinatie, die de film een geweldige lading geeft.

De Dwaze Zoon gaat over de zaak Zorreguieta, oftewel over de aanklacht tegen de vader van koningin Máxima. Ruim tien jaar geleden was het de vader van Matte, die tegen de klippen op probeerde aandacht te krijgen voor de twijfelachtige rol die de Máxima’s vader, minister van landbouw tijdens de Videla-dictatuur, heeft gespeeld bij alle verdwijningen en moorden in de jaren tachtig in Argentinië. Wat wist hij? Moet hij, als mede verantwoordelijk regeringslid, niet vervolgd worden?

DE DWAZE ZOON preview from DE AANPAK on Vimeo.

Matte’s vader is inmiddels overleden. Máxima’s vader niet. Die is van “afwezige papa bij de bruiloft” gepromoveerd tot “graag geziene gast in Nederland”. Mattes film gaat over de morele erfenis die je van je ouders meekrijgt. En over de zoektocht naar een verdwenen vader, in Argentinië. Bovendien zit de film boordevol historische fragmenten, inclusief ‘de Traan van Máxima’. Die je, als je deze film gezien hebt, toch in een ander licht gaat zien.

traan-maxima

Dus: als je vanavond om 9 uur geen plannen hebt, zet dan je televisie een uurtje op Nederland 2. Heb je wel plannen? Misschien is het dan een goed idee om de DVD recorder aan te zetten of morgen een uurtje naar Uitzending Gemist te kijken.