Tag Archives: Zelfbeeld

3 minuten, 500 jaar, eeuwig mooi

500-womenDit waanzinnige filmpje, gemaakt door Philip Scott Johnson, duurt nog geen drie minuten. In die tijd luister je niet alleen naar een prachtige cello suite van Bach, gespeeld door de onvolprezen Yo Yo Ma. Je kijkt ook naar een compilatie van 90 schilderijen – portretten van vrouwen, gemaakt tussen 1250 en 1950.

(De volledige lijst van kunstwerken vind je hier: 500 years of women in paintings list.)

Fascinerend, hoe ons beeld van vrouwen en schoonheid in de afgelopen eeuwen is veranderd. Maar ook welke punten in het gezicht van een vrouw (ogen, haren) eeuwigheidswaarde lijken te hebben.

Pak die drie minuten van je dag en droom even mee. Mooidus!

500 Years of Female Portraits in Western Art from Philip Scott Johnson on Vimeo.

Sporten: een moetje

Zo lang ik me kan herinneren, vind ik sporten niet leuk. Bewegen wel: een wandelingetje maken, lekker buiten spelen, fietsen, een boomhut bouwen, urenlang ballen op het strand – dat vind ik prima. Of eigenlijk: dat hoort gewoon bij mijn leven, daar denk ik niet over na. Als kind al helemaal niet en nu eigenlijk ook niet echt.

Maar zodra bewegen een serieuze zaak wordt, zodra er een etiketje opgeplakt zit van ‘gezond’ en ‘wie kan er sneller’ en ‘teamsport’ en ‘verplichting’, dan ben ik weg.

Sporten is 'zeg maar niet mijn ding'

Sporten is ‘zeg maar niet mijn ding’

Het begon al op school. Ik was als kind best voorzichtig in mijn bewegingen. Twee oogoperaties en een brilletje hadden me onzeker gemaakt. En door mijn beperkte zicht had ik niet zo’n beste oog-hand-coördinatie. Dat hadden mijn klasgenoten natuurlijk ook wel in de gaten. Laat ik het zo zeggen: ik stond niet vooraan, als er teams gekozen moesten worden.

Ik heb me er destijds niet door uit het veld laten slaan. Als er weer eens gehonkbald, gevolleybald of anderszins gebald werd, zwiepte ik er vrolijk op los. Dus kreeg ik voor gym een 7. ‘Niet omdat je het kunt, maar wel omdat je er altijd vrolijk bij bent’, zei onze überfitte gymleraar.

In de pubertijd werd het wat lastiger. Bij het apenkooien rende en klom ik nog vrolijk door de hele zaal. Maar sporten werd opeens competitief. Er werden prestaties gemeten. En ik bakte er niet veel van. Bij het ringzwaaien (dat deden wij op onze school) hield ik het niet lang vol. En op de coopertest haalde ik een enorm lage score. Ergens in die periode heb ik bedacht: sporten is niks voor mij. Ik kan dat helemaal niet.

In mijn twintigers deed ik qua sporten gewoon waar ik zin in had.  Helemaal niets dus. Nou, niets is misschien overdreven. Ik heb jarenlang een sportschool-abonnement gehad. Een ‘springklasje’ hier en daar, daar kon ik wel lol in beleven. En ik ging wel eens naar het zwembad. Maar op een dag werd ik uitgefoeterd door fanatieke wedstrijdzwemmers. Toen was ik daar wel weer klaar mee. Zwemmen? Liever tijdens een stranddag. Dat telt niet als sport.

Helaas kwam er met dertig een kink in de kabel. Bij een onschuldig potje voetbal verstapte ik me en scheurde mijn kniebanden. Vraag me achteraf niet waarom, maar het is destijds niet goed behandeld. Nu (tien jaar later) is mijn knie zo zwaar beschadigd, dat ik niet eens meer lekker kán sporten, zelfs als ik het zou willen.

De afgelopen jaren waren qua bewegen dus minder. Echt veel minder. De geboorte van mijn dochtertje, een zwakke knie, een algehele hekel aan fanatiek gedoe – tel het allemaal bij elkaar op en je begrijpt dat ik ‘sporten’ op een zeer laag pitje heb staan. Hier en daar wat yoga. Soms een wandeling. Maar geen high impact dingen. Te moe voor, geen zin in, laat ook maar.

Vorige maand ben ik – misschien wel iets te spontaan – de samenwerking met Ginny aangegaan. Wat er in de komende periode precies gaat gebeuren, daar heb ik nog geen idee van. Laat ik eerlijk zijn: ik ben sceptisch. Mijn verwachtingen zijn laag gespannen. Niet vanwege Ginny, maar vanwege mezelf.

Toch heb ik wel wat vragen. Zou Ginny me kunnen helpen om anders tegen bewegen aan te kijken? Zou ze me een gouden tip kunnen geven voor een sport die ik gewoon LEUK vindt, zodat ik me niet altijd afvraag ‘Wat sta ik hier eigenlijk te doen?’ En zou het me lukken om een paar kilo kwijt te raken?

Als over een paar maanden blijkt dat sporten voor mij geen ‘moetje’ meer is, dan verandert er écht iets in mijn leven.

Zwart voor ogen

Is er iets waar je écht bang voor bent? Een angst die je om de zoveel tijd helemaal in zijn greep houdt, of het nu redelijk is of niet? Mijn grootste angst is het om langzaam mijn zicht te verliezen en blind te worden.

Als kind ben ik vaak bij de oogarts geweest. Ik had een lui oog, droeg sinds jonge leeftijd een brilletje, ben zelfs twee keer geopereerd. [Dat bijkomen uit narcose heel geestig kan zijn, lees je hier.] Wat ik me nog prima herinner: het wazige gevoel als mijn goede oog werd afgeplakt, zodat mijn slechte oog wat beter zijn best zou doen. Dubbel vervelend: aan de ene kant zag het er stom uit, dus werd ik veel gepest. En aan de andere kant leverde het weinig op – ik kon met mijn slechte oog nu eenmaal niet zoveel zien. Kleuter op de tast.

Maar na verloop van tijd werd mijn goeie oog steeds beter. In mijn tienerjaren had ik niet eens meer een bril nodig, mijn sterke oog deed al het werk. En dat mijn slechte oog zich een beetje lui bleef gedragen, daar merkte ik in de praktijk niet zoveel van. Ja, behalve bij het inschenken van glazen. Als je geen scherpte-diepte kunt zien op ongeveer een meter, dan gaat dat vaak mis. Ik heb een keer binnen één maand drie theepotten stukgegooid. Helemaal per ongeluk! Wat op zich wel weer grappig is, als je het mij vraagt.

Maar de afgelopen maanden kreeg ik last van mijn goeie oog. Veel tijd achter het beeldscherm (wie niet, tegenwoordig?) en laat naar bed, dat is een combinatie waar zelfs het beste kijk-orgaan door overbelast raakt. En daarom dacht ik: tijd voor een nieuwe kennismaking met de oogarts – eens even kijken wat er aan te doen is!

IMG_4156

Het onderzoek werd meteen grondig aangepakt. Ik moest niet één, maar drie keer in het ziekenhuis verschijnen, voor allerlei metingen door verschillende specialisten. Vorige week was het dieptepunt: ogen druppelen.

Natuurlijk is het onderzoek op zich geen ramp, je krijgt wat prikkelende oogdruppels die je pupillen verwijden, voor een nauwkeurige oogmeting per computer. Maar als je net als ik bang bent om blind te worden, zijn die druppels een drama. Binnen 20 minuten raakte ik mijn zicht bijna geheel kwijt. Ik kon niet meer focussen, zag alleen nog de contouren van grote dingen op grote afstand. De arts was niet blij met de meting, maar ik was nog veel minder blij met de nasleep.

Omdat de zon fel scheen, raakte ik buiten compleet de kluts kwijt. Knijpend, zonnebril op, naar huis – en daar kon ik niets meer doen, wat ik normaal wel doe. Geen krant lezen, geen mails beantwoorden, geen stukje schrijven, geen boterham smeren, geen veters strikken, geen mascara opdoen. En ook niet: op mijn display zien wie er belt, een kop thee zetten, boodschappen doen, fietsen of tegen mijn kind zeggen: wat een grappig huisje heb je getekend, hoeveel ramen zitten daar nou in?

Ik werd panisch. En daarna heel verdrietig. Dat sloeg nergens op, dat weet ik, want de druppels zouden na maximaal een halve dag uitgewerkt zijn. Maar het effect – dat mijn zicht weg was – hakte er zo in, dat ik niet deed wat de dokter zei (ga maar een beetje naar de radio luisteren en maak er een gezellige middag van) maar met mijn ogen dicht op bed ben gaan liggen.

De volgende dag was mijn zicht natuurlijk weer terug. En mijn angst weer naar de achtergrond. Inmiddels heb ik het laatste onderzoek gehad en ook de uitslag van de ‘stand van mijn ogen’ is binnen. Wat blijkt? Mijn slechte oog is helemaal niet zo vreselijk slecht. Het is alleen vreselijk lui. Het doet gewoon niet mee. Als in: het heeft de afgelopen 35 jaar geen klap uitgevoerd en dat is het nu ook niet van plan – zelfs niet met de beste bril op maat.

IMG_4159

De facto heb ik dus maar één oog. En dat kan ik maar beter een beetje vertroetelen, want dat oog doet ál het werk. En daarom heb ik nu een lief leesbrilletje voor bij de computer. En vaker pauze. Dat schijnt namelijk wonderen te doen voor vierkante ogen. Of in mijn geval: één vierkant oog. Want mijn luie oog, dat trekt zich nergens wat van aan. Dat ligt op het strand bestelt nog een lekkere strawberry margarita. Luie donder.

margaritas-zopdb02