Tag Archives: Zwemmen

Altijd weer die Franse camping

Vroeger (B.C., oftewel before children) was ik nooit zo’n campingfan. Als kinderloze volwassene vierde ik mijn vakanties in een hotel in een leuke binnenstad of in een wijngebied . De gekochte wijn bleef dan tenminste goed onder de airco in de hotelkamer, die ik de hele dag aan liet staan.

Maar met kleine kinderen is alles anders. De zomervakantie doorbrengen in een hete stad, op elkaar gepakt in een appartementje of een familiekamer lijkt me geen pretje, meer iets voor de herfstvakantie. Een gehuurd huisje via airbnb is leuk, maar er moeten ook andere kinderen zijn. En een zwembad, zodat het watervrij worden nog wat wordt bespoedigd in de vakantie. En op dat moment komt de camping in beeld.

camping bord 1

Zonder te verdwalen

Onze vakanties zijn dus al een aantal jaren hetzelfde: we zitten op een camping, met zwembad en een springkussen. Het is groen, we zijn altijd buiten, de  fietsjes gaan mee, zodat de kinderen lekker kunnen rondcrossen. En dan zitten we in een mobilhome. Zo’n camper is eigenlijk een lelijk, landschapsverpestend ding. Maar zo hoeven we tenminste niet met een toiletrol onder de arm naar het sanitairblok. Voor de kinderen is kamperen geweldig: het o zo spannende benaderen van nieuwe speelkameraadjes, sluipen door (in de ogen van volwassenen) minieme bosjes rond de camping, en helemaal alleen een rondje lopen over de camping… “Zonder te verdwalen, mama!”

giraf2-websitePain au chocolat

Die camping is altijd in Frankrijk. Niet te ver weg, maar je hebt er toch beter weer, lekker eten en enorm veel te zien. Daardoor zijn een aantal van onze vakantie-ervaringen dus altijd dezelfde: bij het ontbijt op de eerste dag ga je je altijd te buiten aan veel te veel croissants en pain au chocolat. De bezoekjes aan de hypermarché kunnen rustig een paar uur duren. Iedere toren van de nabije kasteelruïne moet worden beklommen. Een klassieker: ’ s ochtends stokbrood halen en de helft al opeten vóór het ontbijt.

En natuurlijk mijn heimelijke genoegen: Franse vrouwentijdschriften lezen, waarin het alleen maar gaat over ontrouw, cellulitis en welke accessoires ‘ in’ zijn op het strand. In de zomer zit er steevast een stel badslippers, een bikini of een strandtas bij. Vaak een prul, maar toch leuk. Waarom hebben ze dat in Nederland niet?

Krekels

Ieder voorjaar neem ik me voor om het origineler aan te pakken. Waarom boeken we geen Oostenrijkse boerderijvakantie of een huisje in Tsjechië ? Of reizen we af naar het tapaswalhalla in Spaans Baskenland? Tot nu toe mislukt dit steevast. En ook dit jaar is het er weer niet van gekomen – te ver, te heet of juist niet warm genoeg, of gewoon te laat geboekt. Dit jaar gaan we naar de Provence. Ik ben er vaker geweest en ik heb er dierbare herinneringen aan – zoals ongeveer en kwart van de wereldbevolking. Ik heb enorm veel zin om olijfbomen, krekels, lavendelvelden en dorpjes met stenen fonteinen en meloenstalletjes langs de weg te zien. En krekels te horen. Eigenlijk heb ik altijd zin in de Provence.

Ik wens jullie een fijne vakantie!

Sporten: een moetje

Zo lang ik me kan herinneren, vind ik sporten niet leuk. Bewegen wel: een wandelingetje maken, lekker buiten spelen, fietsen, een boomhut bouwen, urenlang ballen op het strand – dat vind ik prima. Of eigenlijk: dat hoort gewoon bij mijn leven, daar denk ik niet over na. Als kind al helemaal niet en nu eigenlijk ook niet echt.

Maar zodra bewegen een serieuze zaak wordt, zodra er een etiketje opgeplakt zit van ‘gezond’ en ‘wie kan er sneller’ en ‘teamsport’ en ‘verplichting’, dan ben ik weg.

Sporten is 'zeg maar niet mijn ding'

Sporten is ‘zeg maar niet mijn ding’

Het begon al op school. Ik was als kind best voorzichtig in mijn bewegingen. Twee oogoperaties en een brilletje hadden me onzeker gemaakt. En door mijn beperkte zicht had ik niet zo’n beste oog-hand-coördinatie. Dat hadden mijn klasgenoten natuurlijk ook wel in de gaten. Laat ik het zo zeggen: ik stond niet vooraan, als er teams gekozen moesten worden.

Ik heb me er destijds niet door uit het veld laten slaan. Als er weer eens gehonkbald, gevolleybald of anderszins gebald werd, zwiepte ik er vrolijk op los. Dus kreeg ik voor gym een 7. ‘Niet omdat je het kunt, maar wel omdat je er altijd vrolijk bij bent’, zei onze überfitte gymleraar.

In de pubertijd werd het wat lastiger. Bij het apenkooien rende en klom ik nog vrolijk door de hele zaal. Maar sporten werd opeens competitief. Er werden prestaties gemeten. En ik bakte er niet veel van. Bij het ringzwaaien (dat deden wij op onze school) hield ik het niet lang vol. En op de coopertest haalde ik een enorm lage score. Ergens in die periode heb ik bedacht: sporten is niks voor mij. Ik kan dat helemaal niet.

In mijn twintigers deed ik qua sporten gewoon waar ik zin in had.  Helemaal niets dus. Nou, niets is misschien overdreven. Ik heb jarenlang een sportschool-abonnement gehad. Een ‘springklasje’ hier en daar, daar kon ik wel lol in beleven. En ik ging wel eens naar het zwembad. Maar op een dag werd ik uitgefoeterd door fanatieke wedstrijdzwemmers. Toen was ik daar wel weer klaar mee. Zwemmen? Liever tijdens een stranddag. Dat telt niet als sport.

Helaas kwam er met dertig een kink in de kabel. Bij een onschuldig potje voetbal verstapte ik me en scheurde mijn kniebanden. Vraag me achteraf niet waarom, maar het is destijds niet goed behandeld. Nu (tien jaar later) is mijn knie zo zwaar beschadigd, dat ik niet eens meer lekker kán sporten, zelfs als ik het zou willen.

De afgelopen jaren waren qua bewegen dus minder. Echt veel minder. De geboorte van mijn dochtertje, een zwakke knie, een algehele hekel aan fanatiek gedoe – tel het allemaal bij elkaar op en je begrijpt dat ik ‘sporten’ op een zeer laag pitje heb staan. Hier en daar wat yoga. Soms een wandeling. Maar geen high impact dingen. Te moe voor, geen zin in, laat ook maar.

Vorige maand ben ik – misschien wel iets te spontaan – de samenwerking met Ginny aangegaan. Wat er in de komende periode precies gaat gebeuren, daar heb ik nog geen idee van. Laat ik eerlijk zijn: ik ben sceptisch. Mijn verwachtingen zijn laag gespannen. Niet vanwege Ginny, maar vanwege mezelf.

Toch heb ik wel wat vragen. Zou Ginny me kunnen helpen om anders tegen bewegen aan te kijken? Zou ze me een gouden tip kunnen geven voor een sport die ik gewoon LEUK vindt, zodat ik me niet altijd afvraag ‘Wat sta ik hier eigenlijk te doen?’ En zou het me lukken om een paar kilo kwijt te raken?

Als over een paar maanden blijkt dat sporten voor mij geen ‘moetje’ meer is, dan verandert er écht iets in mijn leven.